Belangen voor werkgevers in AOW-debat onderbelicht
In de AOW-discussie komen belangen en kosten voor werkgevers onvoldoende aan bod. Het is daarom de vraag of er verstandige beslissingen worden genomen. Vooral werknemers komen, via de bonden, aan het woord. Terwijl werkgevers voor een belangrijk deel voor de kosten opdraaien. Onderstaand enkele (onderbelichte) argumenten op een rij.
1. Vakbonden willen compensatie
Werkgevers hebben ogenschijnlijk voordeel bij deze leeftijdsverhoging. Vooral in de pensioensfeer scheelt het ze kosten. Medewerkers ontvangen immers niet alleen twee jaar korter AOW, maar ook twee jaar minder lang een pensioenuitkering. Vakbonden willen een financieringsoverbrugging of compensatie voor de ontstane effecten van de verhoging van de AOW-leeftijd. Dit betekent geen versobering, maar juist een verhoging van de kosten.
2. Loonquote stijgt
Een hogere pensioengerechtigde leeftijd betekent een verhoging van (relatieve) loonkosten. Naarmate de leeftijd toeneemt wordt de arbeidsproductiviteit gemiddeld gezien lager. De loonkosten neme met de huidige regelingen alleen maar toe of blijven gelijk.
3. Volume van loondoorbetaling bij ziekte neemt toe
Een hogere leeftijd brengt grotere risico's op langdurige uitval ten gevolge van ziekte met zich mee. Oudere werknemers zijn relatief gezien niet vaker ziek, maar de verzuimduur neemt wel toe.
4. WGA-en/of IVA-premies verhogen
Medewerkers met zogenaamd (fysiek) zwaar werk worden ontzien. Docenten die nier meer kunnen komen met ontwikkelingen in een organisatie kunnen ook uitvallen. Voor deze medewerkers rest de ziektewet, inclusief een flinke kostenpost voor de werkgever. Zowel in de eerste twee jaar, als daarna in de vorm van een verhoogde WGA-premie.
Een terugtrekkende overheid vraagt creativiteit van werkgevers en werknemers. Er zijn diverse opties. Zo kunnen werkgevers en werknemers een extra spaarpot maken om de laatste twee jaar zelf te overbreuggen; een nieuw soort vut-regeling. Een ander optie is het opheffen van het taboe op demotie. Als we blijven denken in termen van continue salarisgroei, worden ouder medewerkers bij een afnemende arbeidsproductiviteit steeds minder aantrekkelijk. Daarbij kan de werkgever loopbaanpaden faciliteren die passen bij de leeftijd van de medewerker. De oudere werknemer beeindigd dan niet alleen werkend zijn carriere, maar heeft ook nog voldoende fut over om van de statistisch kortere pensieonperiode te kunnen genieten.
Johan van Dam en Hans van der Spek zijn adviseur belonings en formatiemanagement bij Berenschot.

