Rijksbeleid natuur en regio onder de loep

Gepubliceerd op 11 januari 2016

Een van de doelen van het Ministerie van Economische Zaken is natuur en de regionale economie te stimuleren. In de periode 2010 - 2014 is dit gelukt, zo blijkt uit een beleidsdoorlichting van de onderzoeksbureaus Berenschot en Ecorys, die vorige maand verstuurd is naar de Tweede Kamer.

Beide onderzoeksbureaus gingen na of het beleid van het ministerie tussen 2010 en 2014 heeft bijgedragen aan een concurrerende ruimtelijke economische structuur, een veelzijdige natuur en een wederzijdse versterking van ecologie en economie. De belangrijkste bevindingen luiden als volgt:

  • Door decentralisatie en bezuiniging zijn de rijksuitgaven afgenomen van ruim € 1 miljard in 2010 naar circa € 340 miljoen in 2014.
  • Het ruimtelijk economisch beleid (begroting, artikel 18.1) heeft een bijdrage geleverd aan clusterontwikkeling in Nederland en gestelde doelen efficiënt bereikt.
  • In de onderzochte periode was het natuurbeleid hevig in beweging als gevolg van decentralisatie en bezuinigingen. Een aantal instrumenten in het natuurbeleid werkte niet goed. Er is nieuw beleid geformuleerd in de Rijksnatuurvisie Natuurlijk Verder (2014).
  • Voor het behoud van biodiversiteit (begroting, artikel 18.3) zijn meerdere instrumenten ingezet: o.a. Natura 2000, Natuurnetwerk Nederland en Regelingen Natuur (waaronder agrarisch natuurbeheer). Hoewel de internationale doelstellingen niet gehaald worden, wordt het doelbereik van het beleid als redelijk positief beoordeeld in vergelijking met de situatie van de natuur in het nabije verleden. De realisatie, inrichting en beheer van het Natuurnetwerk Nederland en de Natura 2000-gebieden vordert. De achteruitgang van de biodiversiteit lijkt tot staan gebracht. Het agrarische natuurbeheer was van de ingezette instrumenten het minst effectief en de weidevogelstand staat onder druk.
  • Onder subartikel 18.2 in de begroting vallen veelal gebiedsgerichte programma’s en projecten, die als doel hebben om een brug te slaan tussen het ‘klassieke’ natuurbeleid en de economie. De doeltreffendheid ervan is vaak nog niet te beoordelen en bij wat langer lopende projecten is het neutraal tot positief. Een aantal projecten staat goed in de steigers en kan in de toekomst tot goede resultaten voor de natuur en de economie leiden, zoals Project Mainport Rotterdam en natuurmaatregelen Nadere Uitwerking Rivierengebied en Maaswerken.

Op basis van deze bevindingen formuleerden Berenschot en Ecorys de volgende aanbevelingen:

  • De komende jaren rust betrachten en de ingezette koers vanuit het natuurbeleid zo veel mogelijk blijven volgen.
  • De uitvoeringsagenda van de Rijksnatuurvisie nader uitwerken in concrete acties met budget, verantwoordelijkheden en stappenplannen.
  • De maatschappelijke betrokkenheid bij natuur vergroten door aanpassing van de instrumentmix.
  • De samenhang tussen natuur en andere beleidsterreinen (zoals waterveiligheid en waterkwaliteit), en over grenzen heen versterken.

De Beleidsdoorlichting Natuur en Regio is op 18 december 2015 aan de Tweede Kamer verzonden. Daar treft u ook de kabinetsreactie op het rapport aan.

500_draaimolen-lr