Domotica naar een volgend level


Op 3 november verkenden de gemeente Rotterdam, zorgtechnologieontwikkelaar Sensara en zorgorganisaties Laurens en Aafje op initiatief van Berenschot de samenwerking op het gebied van domotica voor ouderen thuis. Ook voormalig directeur van de Stichting Ouderenhuisvesting Rotterdam (SOR) Harry Rietveld was present. Tijdens de bijeenkomst stonden drie vragen centraal: wat speelt er momenteel, wat zijn obstakels in de toepassing van domotica? Wat is er nodig voor meer samenwerking die leidt tot gebruik van domotica om de zorg te verbeteren?

Bekendheid en meerwaarde

Uit de discussie kwamen de onbekendheid met de zorgtechnologie en de meerwaarde ervan, en de huidige financieringsstructuur als belangrijkste obstakels naar voren.

Het aanbod van domotica ontwikkelt zich snel en verschillende partijen hebben moeite bij te houden wat voor hen waardevol kan zijn. Ook ouderen zelf kennen de meerwaarde van domotica niet. Een aannemelijke oorzaak is dat technologieaanbieders zich nu nog vaak op zorgaanbieders richten in plaats van op de eindgebruiker, de oudere zelf.

Naast ouderen zijn ook zorgverleners, zowel mantelzorgers als zorgprofessionals, nog onvoldoende op de hoogte van de mogelijkheden en meerwaarde van domotica. Ook wanneer zij wel openstaan voor het gebruik van domotica, is een juiste timing essentieel. De kans van slagen is het grootst als een oudere de technologie gaat gebruiken wanneer hij of zij nog redelijk gezond is: juist wanneer de noodzaak om zich in domotica te verdiepen nog minder aanwezig is. Ook het vinden van een match tussen de juiste technologie en de behoeften van ouderen, is een heikel punt. Daarnaast zijn voldoende tijd, draagvlak, mankracht, scholing, en beschikbaarheid van laagdrempelige informatie belangrijker succesfactoren. Tot slot is kennis van domotica ook bij professionals binnen de gemeente beperkt, terwijl die wel van belang is om burgers goed te informeren over de mogelijkheden in het kader van de Wmo.

Gezamenlijke businesscase

Partijen blijken moeilijk tot een sluitende businesscase te komen: onduidelijk is welke opbrengsten domotica heeft en voor wie. De huidige ‘’uurtje-factuurtje’’-bekostiging, een prikkel tot productie - is een belangrijk knelpunt. Daarnaast moet in het achterhoofd worden gehouden dat een eigen bijdrage voor de eindgebruiker mogelijk belemmerend werkt in de toepassing van domotica.

Opvallend genoeg zijn de partijen het erover eens dat een onduidelijke businesscase niet de grootste belemmering vormt voor de inzet van domotica. Die ligt in het feit dat ouderen, mantelzorgers en zorg-/gemeentelijke professionals nog grotendeels onbekend zijn met de mogelijkheden en meerwaarde van de vele beschikbare technologieën.

Meer samenwerking

Als samenwerking tussen verschillende partijen de inzet van domotica kan bevorderen, hoe organiseren we dan die samenwerking? Om te beginnen door met elkaar in contact te komen en te netwerken – zoals in deze sessie van Berenschot. Ook geven partijen aan dat (meer) wetenschappelijk onderzoek nodig is naar de effectiviteit van domotica. Daarnaast kunnen alternatieve financieringsmethoden uitkomst bieden, bijvoorbeeld wanneer zorgpartijen een lease-model voor de inzet van domotica gaan gebruiken. Eventuele subsidiemogelijkheden op landelijk niveau voor samenwerking in het kader van preventie zijn een andere optie.

Conclusie: er zijn volop kansen om domotica naar een volgend level te brengen!

Meer informatie en een uitgebreid rapport over de toepassing van domotica in de zorg voor ouderen thuis vindt u hier.