Evaluatie bestuurlijke samenwerking UvA-HvA

Gepubliceerd op 15 september 2016

Het College van Bestuur van UvA en HvA heeft Berenschot gevraagd een evaluatie uit te voeren naar de samenwerking. De uitkomsten van deze evaluatie zijn onlangs gepubliceerd. Berenschot concludeert dat de bestuurlijke samenwerking niet heeft gebracht wat daarvan werd verwacht.  Deze uitkomsten hebben ertoe geleid dat het College van Bestuur heeft aangekondigd bestuurlijk te gaan splitsen.

Onrust in het Maagdenhuis

Aan het begin van deze eeuw intensiveerden UvA en HvA hun samenwerking vanuit de gedachte dat er meerwaarde te vinden is in het mogelijk maken van doorstroom tussen HBO en wo. Eigenlijk wilden beide instellingen volledig fuseren, maar de wetswijziging die dit mogelijk moest maken ging niet door. De fusie beperkte zich daarom tot alleen de beide colleges van bestuur. Er werden kwalitatieve doelen bepaald om de doorstroom tussen HBO en WO beter mogelijk te maken, vanuit de gedachte dat HBO en WO elkaar aanvullende opleidingsvormen zijn. Ook werden verwachtingen geformuleerd over onderzoek en valorisatie en efficiency in de ondersteuning.

De laatste jaren echter werden in toenemende mate vraagtekens gezet bij de bestuurlijke fusie: vanuit de inhoud (zijn HBO en WO wel elkaar aanvullend) en de vorm (is daarvoor een bestuurlijke fusie nodig). Daarbij kwam vervolgens de onrust aan UvA-zijde vanwege protesten tegen het rendementsdenken, resulterend in de Maagdenhuisbezetting. De raden van toezicht van UvA en HvA vroegen vervolgens het College van Bestuur UvA-HvA om de samenwerking te evalueren.   Deze evaluatie is uitgevoerd door Berenschot.

Triangulatie leidt tot antwoorden

Een team van Berenschot onderzocht de eerdergenoemde doelstellingen en evalueerde deze op basis van triangulatie: kwantitatieve en kwalitatieve data (bronnen, surveys, benchmarking, interviews, focusgroepen) zijn gecombineerd om tot een antwoord te komen op de gestelde vragen. Hierdoor was een goede inkleuring mogelijk van de analyse van de kwantitatieve data. De bereikte resultaten werden vervolgens beoordeeld op de aspecten structuur, cultuur, processen en systemen.

Verwachtingen niet ingelost

Berenschot concludeert dat de bestuurlijke samenwerking niet heeft gebracht wat daarvan werd verwacht. Er ligt een directe relatie met externe ontwikkelingen, zoals overheidsbeleid waardoor bijvoorbeeld doorstroom van HBO-bachelor naar wo-master moeilijker werd doordat eisen werden verzwaard. Daarin hadden binnen de bestuurlijke samenwerking ook andere keuzes gemaakt kunnen worden. Er zijn op de werkvloer vele interessante samenwerkingsverbanden ontstaan tussen UvA en HvA, maar ook met andere partijen. Het besturingsmodel – één college van bestuur voor twee grote instellingen zonder integrale tussenlaag – voldoet niet meer aan de huidige eisen. De komende maanden vindt binnen UvA en HvA het gesprek plaats over de toekomst. Berenschot adviseert een Platform Amsterdamse Samenwerking op te richten waar de Amsterdamse hogeronderwijsinstellingen elkaar kunnen vinden op inhoud, met excellente ondersteuning en een besturingsmodel dat initieert, borgt, uitdaagt en faciliteert.