Tags

Berenschot blikt terug op 2016: zeven inzichten voor de energietransitie

Gepubliceerd op 2 februari 2017

Het jaar 2016 bracht opnieuw vooruitgang in de energietransitie naar duurzaamheid. Berenschot heeft de belangrijke lessen uit zijn energieprojecten in 2016 op een rij gezet. Enkele komen aan de orde tijdens het congres Energieopslag & -distributie 2017, dat 2 februari 2017 in Mereveld in Utrecht plaatsvindt.

Samenvattend betreft het de volgende inzichten:

  • Industrie en glastuinbouw kunnen overschotten windstroom flexibel opvangen; daarvoor is wel aanpassing van de nettarieven nodig.
  • Een vrijwel CO2-neutrale energievoorziening in 2050 is goed mogelijk met CO2-afvang bij het gas voor de industrie, en optimale inzet van groen gas in woningen en transport.
  • De kosten van een energieneutrale energievoorziening zijn te overzien, maar let op de kosten van sterke woningisolatie, zwaardere energienetten en back-up centrales.
  • Door opslag van zonnestroom in een elektrische “warmtebatterij” blijven zonnepanelen rendabel ook na uitfasering van de salderingsregeling.
  • All-electric in de bestaande bouw leidt nu nog tot veel netverzwaring en extra gascentrales. De hybride warmtepomp heeft dat probleem niet en past ook veel makkelijker in bestaande woningen. Daarmee kunnen we snel verduurzamen.
  • Energie-innovaties stuiten bij realisatie in de praktijk nog vaak op institutionele belemmeringen. We raden aan om dit marktconform en structureel aan te pakken.
  • Gemeenten en provincies krijgen een steeds grotere rol in de verduurzaming, waarbij regionale samenwerking belangrijk wordt, ook met energiebedrijven.
  1. Industrie en glastuinbouw kunnen overschotten windstroom flexibel opvangen; daarvoor is wel aanpassing van de nettarieven nodig.
    Glastuinbouw en industrie kunnen overschotten in windstroom omzetten in duurzame warmte. Voordelen: lager gasverbruik, elektrificatie met goedkope groene stroom voor de bedrijven, stabilisering van de stroomprijs en hogere inkomsten voor windparken. Probleem is dat bedrijven daarvoor dan het hele jaar meer nettarief betalen, terwijl de voordelen er alleen zijn wanneer het hard waait. Dit is op te lossen met een tarief waarbij bij uren met voldoende netcapaciteit een vrijstelling geldt voor verbruikspieken. Zo kan een grote windstroomproductie goed worden benut door industrie en glastuinbouw.
    Zie rapport “Flexibiliteit en nettarieven” (pdf, 3.5 MB).
  2. Een vrijwel CO2-neutrale energievoorziening in 2050 is goed mogelijk met CO2-afvang bij gas voor de industrie en optimale inzet van groen gas in woningen en transport.
    De verkenning “CO2-neutrale gastoekomst” beschrijft een klimaatneutrale toekomst met groen gas en CO2-afvang bij gas in de industrie en centrales. Er is daarbij ook een flinke opbouw van duurzame bronnen. Nieuwe woningen zijn louter elektrisch, terwijl de vele bestaande woningen slim worden verduurzaamd met een mix van groen gas en gedoseerde elektrificatie. Dit kan met beperkte investeringen in de energie-infrastructuur. De uitkomsten zijn gepresenteerd in de Energiedialoog.
    Zie rapport “CO2-neutrale gasvoorziening” (pdf, 2.1 MB).
  3. De kosten van een energieneutrale energievoorziening zijn te overzien, maar let op de kosten van sterke woningisolatie, zwaardere energienetten en back-up centrales.
    Berenschot rekende aan de Gasunie-verkenning voor vrijwel volledig duurzaam in 2050. Naast besparingen, wind en zon is er in dit scenario veel biomassavergassing en power-to-gas. Dit groene gas brengt verduurzaming van de industrie en verkeer en vervoer. In de woningbouw gebeurt dit met een mix van warmtenetten, elektrificatie en groen gas. Aandachtspunten in deze en andere duurzame scenario’s zijn de kosten van sterke woningisolatie, energienetten (warmtenetten en verzwaring stroomnetten) en back-up (centrales of opslag). Berenschot hield een bijeenkomst in de Energiedialoog hierover.
    Zie rapport “Kosten van de Gasunie verkenning 2050” (pdf, 1.1 MB).

  4. Door opslag van zonnestroom in een elektrische “warmtebatterij” blijven zonnepanelen rendabel ook na uitfasering van de salderingsregeling.
    Berenschot en partners keken naar de combinatie van zonnepaneel en elektrische boiler/buffervat als “warmtebatterij” . Zo worden overschotten zonnestroom opgeslagen als warmte. Dat geeft een betere opbrengst dan teruglevering van zonnestroom als de salderingsregeling zou vervallen. Voor een goede businesscase moet dan wel het huidige verschil in energiebelasting, waarbij gas nog wordt ontzien, vervallen. We moeten elektriciteit en aardgas dan even zwaar belasten.
    Zie rapport “Peak-shaving van zon-PV met de elektrische boiler“.

  5. All-electric in de bestaande bouw leidt nu nog tot veel netverzwaring en extra gascentrales. De hybride warmtepomp heeft dat probleem niet en past ook veel makkelijker in bestaande woningen. Daarmee kunnen we snel verduurzamen.
    Gasloze woningen komen sterk op in de nieuwbouw en sommige renovatieprojecten. In bestaande woningen leidt brede invoering van all-electric nu nog tot flinke stijging van de stroompiek, waarvoor netverzwaringen en substantieel extra centrales nodig zijn.
    De hybride warmtepomp vermijdt dit probleem. Deze draait vooral op elektriciteit en duurzame buitenwarmte, maar de pieken worden gedekt met groen gas. Dat belast het elektriciteitsnet veel minder, en dat wordt nog beter met slimme sturing. Bovendien is er geen vloerverwarming of extreme isolatie nodig. Daardoor past hij betaalbaar in bestaande woningen, als opvolger van de HR-ketel. Daarmee kunnen we nu een grote snelle slag maken naar verduurzaming. Als later onderzoek leidt tot goedkopere opslag en superisolatie in bestaande bouw, wordt de vervolgstap naar all-electric makkelijker.
    Zie rapport “Flexpotentieel hybride warmtepomp“ (pdf, 9.8 MB) en voorlopige resultaten van vervolgproject, binnenkort te publiceren.

  6. Energie-innovaties stuiten in de praktijkrealisatie nog vaak op institutionele belemmeringen. We raden aan om dit marktconform en structureel aan te pakken.
    De te lage CO2-prijs bemoeilijkt de toepassing van veel energie-innovaties. Het is dan belangrijk dat de regelgeving wél meehelpt om deze goed in praktijk te brengen. Dat is helaas niet altijd het geval. In een eerste scan voor de topsector energie vonden Berenschot en collega-consultants meer dan tachtig belemmerende regels. Evenzovele hinderpalen voor de opschaling van energie-innovaties. Het wegnemen daarvan past in een marktconforme benadering van de energietransitie. Geadviseerd wordt om dit structureel aan te pakken in de energiebeleidsagenda.
    Zie rapport “Institutionele belemmeringen en oplossingsrichtingen“.

  7. Gemeenten en provincies krijgen een steeds grotere rol in de verduurzaming, waarbij regionale samenwerking belangrijk wordt, ook met de energiebedrijven.
    In de Energieagenda van het ministerie van EZ krijgen gemeenten een belangrijke rol in het faciliteren van de lokale energietransitie, maar vele worstelen nog met de invulling hiervan. Het belang van regionale samenwerking is groot; daarvan zijn diverse voorbeelden in de praktijk. Zo gaf Berenschot in Overijssel ondersteuning voor een interactieve energiestrategie. In Maastricht ging het om de vormgeving van een publiek-private samenwerking, en de gemeente Utrecht werd geassisteerd bij discussies over de verduurzaming van stadsverwarming. In Limburg werden provincie en gemeenten gefaciliteerd om industriële restwarmte op gang te helpen, leidend tot een bedrijfsspecifieke afspraak. In Zuid-Holland werd gestudeerd op marktwerking in warmtenetten voor een grote regio. Ten slotte ondersteunden we de “Icoonprojecten” van netbeheerder Enexis als voorbeeld voor regionale implementatie. Allemaal voorbeelden waarbij regionale samenwerking en besluitvorming centraal staan.
    Diverse lokale en regionale projecten.

Meer weten

Bert den Ouden, sectorleider energie bij Berenschot, behandelt een aantal van deze inzichten in zijn presentatie (pdf, 1 MB) op het Congres Energie-Opslag en -Distributie, 2 februari 2017 in Utrecht.