Open warmtenetten vragen slimme financiering met transportrechten

Gepubliceerd op 15 november 2017

Een goed systeem van warmtetransportrechten is één van de belangrijkste voorwaarden voor een financierbaar open warmtenet. Dat blijkt uit een onderzoek van Berenschot in opdracht van Enexis naar afwegingen en keuzes voor een grootschalig open warmtenet in westelijk Noord-Brabant.

Aanleiding voor het onderzoek was de wens van de gemeente Moerdijk, Havenschap Moerdijk en de provincie Noord-Brabant om de netwerken op het haven- en industrieterrein Moerdijk voor het vervoeren van restwarmte fors uit te breiden. Daarvoor is de provincie een samenwerkingsverband gestart met netwerkbeheerder Enexis. Berenschot onderzocht de verschillende keuzes en afwegingen voor vier doorgroeifases van een open warmtenet beginnend met een verbinding tussen het glastuinbouwcomplex Nieuw Prinsenland in Dinteloord en het haven- en industrieterrein Moerdijk (HIM), met verdere mogelijkheden naar Amer, bestaande warmtenetten in midden-Brabant en Dordrecht. Ook nieuwe verbindingen op het haventerrein behoren tot de keuzemogelijkheden.

De keuze voor een open warmtenet heeft vier redenen. “Allereerst toegankelijkheid. Iedere warmteproducent kan toetreden tot het netwerk. Dat verlaagt de drempel voor bijvoorbeeld industriële restwarmte, die dan niet de hele levering hoeft te garanderen”, verklaart Bert den Ouden, sectorleider Energie bij Berenschot. Een andere reden is dat voorwaarden en volumes voor alle partijen inzichtelijk zijn en er transparantie bestaat over de transportmogelijkheden en -prijs op elke locatie. “Verder zorgt een open warmtemarkt voor (prijs)optimalisatie. Bij voldoende omvang en participatie kan handel plaatsvinden tussen de deelnemers of met een centrale partij. Tot slot opent dit het systeem voor duurzame of CO2-vrije warmte, waarbij overheden eisen stellen aan de traceerbaarheid van de warmte wat betreft CO2-gehalte en/of bron”, zegt Den Ouden.

Voor een warmtenet in westelijk Noord-Brabant zijn inmiddels meerdere groeimogelijkheden geïdentificeerd. Den Ouden: “Belangrijk is steeds wie betaalt voor de aanleg van de transportleidingen. Risico voor financiering door afnemers en producenten kan met langetermijnleveringscontracten worden afgedekt, maar als daarmee alle transportcapaciteit gereserveerd wordt, is er geen open warmtenet met toegang voor derden.”

De oplossing is de publieke financieringscomponent die vaak gewenst of zelfs nodig is voor warmtenetten. Dit kan vanuit het Rijk, de provincie of andere financiers. Deze kunnen dan wensen dat een gedeelte van de transportcapaciteit vrij blijft voor toekomstige deelnemers. Bovendien moet onbenutte transportcapaciteit steeds opnieuw beschikbaar komen voor alle deelnemers. Den Ouden: “Investeerders en leveranciers krijgen voor hun deelname zekerheid om de warmte te kunnen transporteren, maar er zijn ook mogelijkheden voor nieuwe toetreders. Een dergelijk systeem heeft ook in de gas- en elektriciteitsmarkt goed gewerkt.”

Om een beginnend of bestaand warmtenet in latere stadia door te laten groeien naar een open warmtenet, zijn aanvangskeuzes bepalend. Het belangrijkste is een systeem van transportrechten dat enerzijds zekerheid geeft voor investeerders en leveranciers, anderzijds goede toegang voor nieuwe toetreders door een stuk vrije capaciteit en gebruik van het ‘use it or lose it’-principe. “Het is belangrijk om deze principes van tevoren vast te leggen zodat zowel investeerders als nieuwe toetreders meteen weten waar ze aan toe zijn”, aldus Den Ouden. “Andere belangrijke factoren zijn warmtetemperatuurniveaus in het net en de mogelijkheid om warmte ook in te voeren op retourleidingen met lagetemperatuurwarmte.”