Berenschot adviseert BZK over correctiepunt basisregistraties


Digitalisering maakt gegevensverwerking en -uitwisseling gemakkelijker. De gevolgen van fouten in basisregistraties kunnen voor burgers echter zeer ingrijpend zijn. Daarnaast is het voor hen vaak niet goed mogelijk fouten te corrigeren. Dat was aanleiding voor het ministerie van BZK voor een onderzoek naar de mogelijkheid van een correctiepunt basisregistraties. Berenschot voerde het onderzoek uit en leverde onlangs een eindrapport op.

Het onderzoek moet inzicht geven in de behoefte van burgers aan een correctiepunt en de voorwaarden (financieel, juridisch en politiek- bestuurlijk) waaronder een dergelijk punt kan functioneren. Hiertoe beschrijven Berenschot-adviseurs Harro Spanninga, Rosa May Postma en Hans Reterink de verschillende functionaliteiten waarover een correctievoorziening voor de basisregistraties zou moeten beschikken.

Verder schetsen zij een aantal scenario's voor de inrichting van een correctievoorziening: van alles laten zoals het is tot een onafhankelijk centraal instituut. “Inzetten op het meest zware scenario zal in onze ogen contraproductief werken, vanwege de discussies omtrent taken en bevoegdheden. Vandaar dat wij een coördinerend correctiepunt met vooralsnog dienstverlenende, analyserende en bemiddelende taken als beste optie hebben aangedragen”, aldus Spanninga. “Deze voorziening helpt de burger op weg en heeft een bemiddelende rol naar verschillende overheidsorganisaties voor een correcte afhandeling van het probleem.”

Een dergelijk centraal correctiepunt zou op afstand moeten komen te staan van het ministerie. In het rapport geeft Berenschot ook aan langs welke weg dit kan worden bereikt. De kosten van een dergelijke voorziening schatten de adviseurs op € 2 tot 4 miljoen euro per jaar, de maatschappelijk baten op € 4 tot 8 miljoen per jaar.