Scenario’s inzage persoonsgegevens onderzocht


In opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties onderzocht Berenschot hoe gebruikers de regie kunnen krijgen over inzage in hun persoonlijke gegevens. Eind augustus verscheen het eindrapport ‘Onderzoek inzage persoonlijke gegevens’.

De aanleiding voor het onderzoek is motie 34550 VII nr. 20 van de leden van de Tweede Kamer de Caluwé en Koşer Kaya, die in 2016 bij de begrotingsbehandeling van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is ingediend. Beide Kamerleden wilden onderzocht hebben binnen welke termijn en met welk budget te realiseren is dat alle gebruikers de regie krijgen over hun gegevens. En wel zodanig dat zij inzage krijgen in welke functionaris welke persoonlijke gegevens heeft ingezien dan wel gebruikt of aan een ander verstrekt heeft. Het onderzoek richt zich op inzage met betrekking tot overheden.

In het rapport beschrijven Berenschot-adviseurs Dirk Jan Schoneveld, Harro Spanninga, Jan Sprenger en Rosa-May Postma drie scenario’s voor het implementeren van digitale inzage en de implicaties hiervan. “Onze aanbeveling is twee scenario’s tegelijkertijd in te voeren. Met andere woorden, zowel inzicht in de verwerkingsactiviteiten (scenario A) als inzicht in uiteenlopende inzage-informatie (scenario B)”, zegt Schoneveld. “Op die manier kunnen burgers in bepaalde domeinen relatief eenvoudig en snel digitaal inzage krijgen in steeds meer gegevens.”