Mark vindt het beroep van roostermaker ‘zwaar ondergewaardeerd’.

Gepubliceerd op 17 augustus 2017

Roostermaker Mark vindt het niet eerlijk dat hij veel minder verdient dan directieleden en teamleiders. Wat zeggen de experts?

Mark vindt het beroep van roostermaker ‘zwaar ondergewaardeerd’. Hij werkt op een middelbare school waar hij dag- en toetsroosters maakt, de eindexamens inplant en pakketkeuzes van leerlingen verwerkt. ‘Ik geef ook advies over wijzigingen en denk mee over het onderwijsproces en het beleid wat daarbij hoort. Bovendien begeleid ik mijn collega-roostermaker.'

Mark verdient 3.075 euro bruto per maand. Dat is volgens hem 1.000 tot 3.000 euro minder dan directieleden en teamleiders. Niet eerlijk, vindt hij. Want hij beslist ‘immers mee over onderwijs en beleid’. Wat vinden de experts?

Structurele taken

Karmen de Boer, Berenschot: ‘Je bent hoofdroostermaker binnen het voortgezet onderwijs waarbinnen de CAO VO van kracht is. Uit de hoogte van het inkomen leid ik af dat je aan het einde van de schaal bent. Je vindt dat je beroep ondergewaardeerd wordt, omdat je ook meedenkt met het onderwijsproces en het bijbehorende beleid samen met de directieleden en de teamleiders. Deze functiehouders verdienen een stuk meer en dit vind je niet terecht. Ook deze functiehouders zijn ingeschaald op basis van de geldende cao.

In hoofdstuk 5 van de cao is vastgelegd dat functies worden gewaardeerd met de systematiek van FUWA-VO 2010. Dit betekent dat er een analytische methode wordt gehanteerd om de zwaarte van de functie te wegen. De basis betreft het functieprofiel waarin het doel van de functie en de (hoofd)taken staan benoemd. De functie wordt vervolgens gescoord door te kijken naar een aantal kenmerken en gezichtspunten, zoals communicatie en beslissingsbevoegdheid binnen je functie. Hier komt een score uit en deze correspondeert met een functie-inschaling met bijbehorend salaris.

Het kan zijn dat niet alle door jou genoemde taken zijn opgenomen in het profiel. Het kan waardevol zijn om met je manager in gesprek te gaan om te bekijken of het functieprofiel dat voor jou geldt, nog in overeenstemming is met de door jouw uitgeoefende taken. Belangrijk om hierbij te vermelden is dat structurele en bestendige taken die onderdeel zijn van de functie, in het functieprofiel worden opgenomen. Dus taken die je af en toe eens uitoefent horen hier niet bij. Vervolgens kan de functie worden gewogen en komt er een puntenscore aan te hangen, die correspondeert met een schaalindeling.

Je vertelt dat je meedenkt met het onderwijsproces en het bijbehorende beleid samen met de directieleden en de teamleiders. Om dit onderdeel van de functie te laten zijn, moeten deze taken dus bestendig en structureel zijn en een bepaalde zwaarte vertegenwoordigen. Daarvoor moet duidelijk zijn wat je rol precies is. Heb je bijvoorbeeld dezelfde beslissingsbevoegdheid in het onderwijsproces als de directie en de teamleiders? Bevind je je in dezelfde overlegstructuren als de andere functiehouders? Worden er nog andere zaken van je verwacht op dit vlak dan het opstellen van de roosters? Hierover kun je met je manager van gedachten wisselen. Dit kan aanleiding geven tot aanpassing van het functieprofiel en een hernieuwde weging van de functie.’