Ambtelijke fusies op zich geen meerwaarde

Gepubliceerd op 31 januari 2018

Ambtelijke fusieorganisaties hebben alleen meerwaarde als deelnemende gemeenten op de juiste zaken sturen. Het maatschappelijk resultaat van de samenwerking voor de deelnemende gemeenten en de regio moet daarbij vooropstaan. Ook moet de samenwerking verder gaan dan een gezamenlijke bedrijfsvoering en inhoudelijk handen en voeten krijgen. Dat is de voornaamste uitkomst van een onderzoek naar ambtelijke fusies dat Berenschot uitvoerde in opdracht van de provincies Zuid-Holland en Gelderland.

Bij ambtelijke fusies delen gemeenten de organisatie, maar blijven zij bestuurlijk zelfstandig. Burgemeester, wethouders en gemeenteraden blijven dus bestaan, maar alle ambtenaren werken in één organisatie voor meerdere gemeenten. Inmiddels zijn er 25 van dergelijke organisaties in Nederland, die werken voor 61 gemeenten. Berenschot onderzocht in hoeverre ambtelijke fusies het lokale bestuur helpen versterken, en welke rol provincies kunnen spelen in een fusieproces.

Hiervoor werden negen fusies onder de loep genomen, waaronder twee gevallen waarin de samenwerking na een aantal jaren weer werd ontbonden. Verder werd financiële research gedaan. Een drietal hoogleraren begeleidde het onderzoek. Ambtelijke fusies blijken niet per se goedkoper dan andere gemeentelijke organisaties. Ook de kwaliteit is niet per definitie beter. Wel blijven de nabijheid en bereikbaarheid van het gemeentebestuur en de dienstverlening op peil; bij een herindeling vaak een discussiepunt.

Berenschot deed niet alleen onderzoek naar de effecten, maar ook naar de totstandkoming van deze organisaties. Daarbij werd een afwegingskader ontwikkeld om succesvol te fuseren, met oog voor de meerwaarde van het potentieel, de condities voor een fusie en een weging van samenwerkingsvarianten. Met dit kader kunnen gemeenten en provincies beter met elkaar in gesprek over ambtelijke fusies.