Tags

Zeven inzichten voor de energietransitie: Berenschot blikt terug op 2017

Gepubliceerd op 16 januari 2018

Het jaar 2017 bracht wederom nieuwe inzichten voor de energietransitie in Nederland. Berenschot verzamelde voor u de belangrijkste lessen uit de projecten van afgelopen jaar. Doe uw voordeel met de zeven inzichten.

  1. Aardgasvraag bestaande woningen en gebouwen kan versneld omlaag met 14 miljard m3 (ruim 90%) dankzij de hybride warmtepomp.
  2. CO2-vrije ‘blauwe waterstof’ uit gas biedt goede kansen voor decarbonisatie van Nederlandse industrie en elektriciteitsproductie.
  3. Elektrificatie in de procesindustrie is kansrijk als wordt ingezet op verdere ontwikkeling, financiële instrumenten en Energie Service Companies (ESCo’s).
  4. Open warmtenetten zijn mogelijk door slimme financiering met transportrechten.
  5. Gemeenten en regio’s moeten nog de nodige stappen zetten in het verwezenlijken van de energietransitie. Hiervoor zijn concretere maatregelen en facilitering door het Rijk nodig.
  6. Tekort aan goed personeel is een gevaar voor de energietransitie.
  7. Investeringen in de woning vormen de grootste kostenpost bij elektrificatie van de warmtevraag.

1. Aardgasvraag bestaande woningen en gebouwen kan omlaag met 14 miljard m3 (ruim 90%) dankzij de hybride warmtepomp.

De aardgasvraag in bestaande woningen en gebouwen kan versneld omlaag van 15 miljard m3 nu naar 1 miljard m3 in 2035 (plus de inzet van 3 miljard m3 duurzaam groen gas). Dit kan door vanaf nu te stoppen met de reguliere vervanging van cv-ketels (400.000 woningen per jaar) en in plaats daarvan een hybride warmtepomp te plaatsen. Deze conclusie trok Berenschot uit een berekening van vier verschillende groeipaden voor de bestaande bouw. In twee daarvan werd uitgegaan van direct volledig elektrische warmtepompen. In de andere twee vormde een kleinere warmtepomp naast de cv-ketel (hybride warmtepomp) het uitgangspunt, waarna een deel van de woningen later overstapt op volledig elektrisch. Uit de doorrekening blijkt dat in alle groeipaden (hybride of all-electric) de CO2-uitstoot in 2050 omlaag gaat met ruim 95%. Met hybride als eerste stap kan het sneller en goedkoper voor de bewoners en met meer reductie over de hele periode; met direct all-electric is het duurder voor de bewoners en gaat de reductie van de gasvraag langzamer, maar is deze in het eindjaar vollediger. Overigens wordt in alle nieuwbouw wel direct een volledig elektrische warmtepomp verondersteld.
Recentelijk is de uitfasering van cv-ketels met overgang naar hybride voor bestaande woningen ook aan de orde geweest in debatten en voorstellen in de Tweede Kamer.

Lees meer over de verduurzaming van de gebouwde omgeving.

2. CO2-vrije ‘blauwe waterstof’ uit gas biedt goede kansen voor decarbonisatie van Nederlandse industrie en elektriciteitsproductie.

Berenschot en TNO zien goede kansen voor de productie van CO2-vrije ‘blauwe waterstof’ door het ontleden van hoogcalorisch gas (uit Noordzeebronnen, import of LNG) in waterstof en CO2. Hierbij wordt de CO2 offshore ondergronds opgeslagen en de vrijkomende waterstof via het gasnet opgeslagen en getransporteerd naar de verbruikers. Deze technologie heet ook wel pre-combustion CCS en is snel beschikbaar. De afvang van CO2 vóór verbranding is energie-efficiënt, omdat het proces werkt met hoge concentraties. Bovendien is de techniek in een aantal gevallen goedkoper dan afvang bij de schoorsteen achteraf, met name voor flexibel draaiende centrales en industrie, en voor de kleinere industrie. Ook voor de grote industrie kan CO2-afvang vóór verbranding interessant zijn. De industrie hoeft in dat geval immers zelf niet te investeren, maar neemt de CO2-vrije ‘blauwe waterstof’ af van andere partijen, zoals de energiesector. Dit vergt ook minder infrastructuur voor de afvoer van CO2. In plaats daarvan wordt versneld overgegaan op een waterstofinfrastructuur, wat helpt bij de start van groene waterstof uit duurzame bronnen. Nederland is zeer geschikt voor het uitrollen van dit concept.
Deze optie kan bijdragen aan de doelen in het regeerakkoord (18 Mton/jaar CCS).

Lees meer over de CO2-vrije 'blauwe waterstof'.

3. Elektrificatie in de procesindustrie is kansrijk als wordt ingezet op verdere ontwikkeling, financiële instrumenten en Energie Service Companies (ESCo’s).

De Nederlandse procesindustrie is goed voor 46% van het totale energieverbruik en daarmee een essentiële speler voor het behalen van de klimaatdoelen uit het Parijsakkoord. Uit onderzoek van Berenschot, CE Delft, Industrial Energy Experts en Energy Matters blijkt dat de Nederlandse industrie richting 2050 een flink deel van haar processen kan elektrificeren. Dit is één van de transitiepaden naar een volledig gedecarboniseerde energievoorziening, ervan uitgaande dat elektriciteit in de toekomst goedkoop en volledig CO2-neutraal beschikbaar komt. Daarbij moeten we onderscheid maken tussen verschillende elektrificatiestrategieën (flex of baseload), en zijn er systeem- en procesinnovaties noodzakelijk. Denk aan de verdere ontwikkeling van hogetemperatuurwarmtepompen, nieuwe businessmodellen en marktrollen voor ESCo’s (voor services), aanpassing van de nettariefstructuur en meer experimenteerruimte.

Lees meer over de elektrificatie in de procesindustrie.

4. Open warmtenetten zijn mogelijk door slimme financiering met transportrechten.

Een goed systeem van warmtetransportrechten is één van de belangrijkste voorwaarden voor een financierbaar open warmtenet. Dat blijkt uit onderzoek van Berenschot in opdracht van Enexis naar de afwegingen en keuzes voor een grootschalig open warmtenet in westelijk Noord-Brabant. Om een beginnend of bestaand warmtenet in een later stadium te laten doorgroeien naar een open warmtenet met toegang voor derden (third party access), zijn aanvangskeuzes bepalend. Het belangrijkste is een systeem van transportrechten dat enerzijds investeerders en leveranciers zekerheid geeft en anderzijds nieuwe toetreders goede toegang biedt door een stuk vrije capaciteit en het use-it-or-lose-it principe. Het is belangrijk om deze principes van tevoren vast te leggen, zodat zowel investeerders als nieuwe toetreders weten waar ze aan toe zijn. Dit is mogelijk bij nieuwe én bestaande warmtenetten, onafhankelijk van de beheersvorm. Andere belangrijke factoren zijn warmtetemperatuurniveaus in het net en de mogelijkheid om warmte ook in te voeren op retourleidingen met lage temperatuurwarmte.

Lees meer over open warmtenetten.

5. Gemeenten en regio’s moeten nog de nodige stappen zetten in het verwezenlijken van de energietransitie. Hiervoor zijn concretere maatregelen en facilitering door het Rijk nodig.

Gemeenten, provincies en regio’s hebben in lijn met het Parijsakkoord veelal ambitieuze doelstellingen rondom klimaat of energieneutraliteit in de toekomst. Berenschot helpt op verschillende manieren om de energietransitie te versnellen. Bijvoorbeeld in de gemeente ’s-Hertogenbosch, met expertadvies over kansrijke (nieuwe) beleidsinstrumenten passend bij de Bossche gebiedsopgaven en energiepotentie. Op basis van een gebieds-, beleids-, en instrumentenanalyse en doorrekening van een lokaal energiescenario is advies gegeven over over mogelijkheden, instrumenten, impact en organisatiekosten. De gemeente gebruikt dit in aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen en coalitievorming. Een ander voorbeeld is Friesland, waar gemeenten samen met de provincie Friesland en het Wetterskip Fryslân een energiestrategie ontwikkelen die gedragen wordt door bedrijven, maatschappelijke partners en de vele Friese energiecoöperaties. Hoewel de lokale overheden en regio’s stappen maken richting klimaatneutraal, komen concrete maatregelen en projecten nog beperkt van de grond, zo blijkt uit een publicatie van Berenschot, waarin de ervaringen uit regionale projecten van afgelopen jaar zijn geanalyseerd. Hieruit blijkt dat de juiste randvoorwaarden vanuit het Rijk, zoals het beschikbaar stellen van financiering en wet- en regelgeving, essentieel zijn. Om te komen tot een programmatische aanpak van de energietransitie in de regio, zoals verwoord in het regeerakkoord, zullen Rijk en regio in gesprek moeten gaan om de lokale en regionale energietransitie te concretiseren.

Lees meer over de energietransitie en de nodige maatregelen.

6. Tekort aan goed personeel vormt gevaar voor de energietransitie.

Er is een groot tekort aan goed opgeleid personeel dat de energietransitie mogelijk moet maken. Komt de energietransitie daarmee in gevaar? Berenschot denkt van wel. We willen daarom samen met verschillende partijen het tij keren. Hiervoor is inzicht vereist in welk personeel er nodig is om de energietransitie te realiseren. Hoeveel mensen zijn er nodig? En over welke competenties moeten zij beschikken? De topsector Energie laat bijvoorbeeld zien dat voor diverse sectoren (wind- en zonne-energie, netwerken, biogas en energiebesparing) meer dan 50.000 arbeidsjaren nodig zijn (periode 2014-2020), variërend van mbo  tot en met wo-niveau. Dat is zeker nog niet alles. Is dit personeel ook beschikbaar? Is er voldoende instroom vanuit opleidingen? En zijn alle huidige werknemers in de energie ook inzetbaar voor de energietransitie? Samen met de stakeholders in de energietransitie wil Berenschot antwoord geven op deze vragen. En uiteraard vooral op de belangrijkste vraag: wat kan eenieder doen om ervoor te zorgen dat er voldoende opgeleid personeel beschikbaar is om de energietransitie te realiseren? Wij denken dat samenwerking tussen bedrijven, onderwijs, brancheverenigingen en regionale partijen hierin de sleutel is. Een voorbeeld hiervan uit een andere branche is de Human Capital Roadmap die Berenschot opstelde voor Photon Delta. De roadmap voor deze nieuwe fotonica-sector gaat over het aantrekken van nieuwe studenten (bijvoorbeeld via summer schools voor universiteiten, minors ontwikkelen voor hbo’s en keuzevakken opzetten voor ROC’s) en over het verder ontwikkelen van het huidige personeel. Om deze aanbevelingen uit te voeren, is het bundelen van krachten essentieel. Bestaande netwerken en platforms kunnen hier een trekkersrol in spelen. Vanuit deze samenwerkingsverbanden kan contact gelegd worden tussen bedrijven en onderwijs, kan de dialoog opgestart worden en ontstaat een vruchtbaar platform voor initiatieven.

7. Investeringen in de woning vormen de grootste kostenpost bij elektrificatie van de warmtevraag.

Uit diverse onderzoeken concludeerde Berenschot dat elektrificatie van de warmtevraag in bestaande woningen met name vraagt om investeringen in de woning zelf. Isolatie, de installatie van warmtepompen (hybride of elektrisch) en warmtesystemen (vloerverwarming of aanpassing radiatoren) bedragen 75% van de totale kosten voor het systeem. Het overige deel bestaat voornamelijk uit elektriciteitskosten en kosten voor het netwerk. De impact op de kosten van de energienetten kan relatief groot zijn in de netwerksector, maar op het totaal voor de hele woning zijn deze investeringen meestal niet maatgevend. Overigens kan ook de piekvraag voor elektriciteit relatief sterk stijgen, vanwege de hoge extra piekvraag in een koude winter (17.000 MW bij all-electric warmtepomp; bij hybride aanzienlijk minder). Berenschot adviseert om bij de energietransitie nadrukkelijk rekening te houden met de belangen van woning- en gebouweigenaren.

Bekijk de presentatie over de brede bijeenkomst transitiepad LT warmte update.

Meer weten?

Hebt u vragen over wat de energietransitie betekent voor uw organisatie? En wilt u weten hoe Berenschot u daarbij kan ondersteunen? Neem dan contact op met Bert den Ouden, sectorleider energie bij Berenschot, +31 6 5199 4286 of b.denouden@berenschot.nl. Meer achtergrondinformatie en rapportages vindt u op de site van Berenschot en in de energie-nieuwsbrief.