Tags

Berenschot inventariseert opschalingspotentieel groen gas


De ondertekening van het Parijsakkoord en de productieafname van Gronings aardgas versterken de vraag naar alternatieven voor aardgas. Daarom onderzocht Berenschot in opdracht van Energiebeheer Nederland de opschalingsmogelijkheden voor de productie van groen gas en wat hiervoor nodig is. De uitkomsten werden eind mei gepubliceerd in de position paper Strategische hubs voor de opschaling van groen gas in Nederland.

Momenteel wordt biogas nog voornamelijk decentraal geproduceerd, op locatie van agrariërs, de voedingsmiddelenindustrie en bij riool- en afvalwaterzuiveringsinstallaties. Om op korte termijn aardgas te kunnen vervangen, zijn belangrijke stappen in de opschaling en professionalisering van biogasproductie noodzakelijk. Met een jaarlijkse productie van 0,1 miljard kubieke meter wordt het potentieel voor groen gas in Nederland nog onvoldoende benut, zoals in het paper wordt gesteld. Het plaatsen van strategische hubs – met de nieuwste technologieën en professionele exploitatie voor productie, opwerking, verwerking van biogas, biomassa en digestaat en waar mogelijk CO2-gebruik – vergroot de opschalingskansen.

Dat de productie van groen gas momenteel nog beperkt van de grond komt, heeft een aantal oorzaken. De beschikbare biomassa is lastig te ontsluiten, de huidige productie kleinschalig en nog niet voldoende economisch rendabel. Centralisatie van de productie is complex vanwege logistieke uitdagingen en bovendien afhankelijk van de beschikbaarheid van gasinfrastructuur. De opkomst van enkele veelbelovende technologieën, zoals superkritische watervergassing, kunnen echter zorgen voor de juiste technische en economische prikkels om groen gasproductie op grote schaal op te zetten.

Het werken met strategische hubs vraagt echter wel aandacht voor bepaalde randvoorwaarden. Bijvoorbeeld aangaande de locatie van benodigde hubs, de strikte logistieke vereisten en de economische incentives om de aanvoer van biomassa naar een hub aantrekkelijk te maken. Bovenal lijkt de vormgeving van een operator- en regierol om de gecentraliseerde productie in goede banen te leiden essentieel.