Berenschot presenteert systeemvraagstukken in de energietransitie voor overlegproces klimaattafels

Gepubliceerd op 11 juni 2018

Ten behoeve van het lopende overlegproces van de klimaattafels heeft Berenschot onderzoek gedaan naar de systeemvraagstukken in het energiesysteem tot 2030 en 2050. Dit gebeurde in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

Het eerste deel van het rapport bevat een analyse van diverse toekomstverkenningen voor 2030 en 2050 opgesteld door verschillende organisaties. Naast gemeenschappelijke elementen, zoals meer elektrificatie en meer duurzame bronnen, hebben deze verkenningen vaak verschillen in uitgangspunten. Zo zijn er verkenningen die nog wel centrales op importbiomassa of schoon fossiel (met CCS) meenemen, en verkenningen die uitgaan van nog meer zonne- en windenergie, met back-up van waterstof hieruit. Dit leidt tot zeer uiteenlopende schattingen van het benodigde productiepark, wat in alle gevallen flink stijgt ten opzichte van nu, maar met een flinke spreiding afhankelijk van het scenario en de uitgangspunten daarin.  

Desondanks ramen alle verkenningen slechts een beperkte groei van de jaarlijkse elektriciteitsvraag. Dit vanwege besparende apparatuur en omdat veel elektrificatie-opties, zoals warmtepompen en elektrisch vervoer, weliswaar extra elektriciteitsvraag genereren maar veel zuiniger zijn dan de huidige voorziening.

In een tweede deel van het rapport simuleert Berenschot twee situaties voor 2030 en 2050. Hieruit blijkt dat het hernieuwbaar vermogen in 2030 al zorgt voor een flinke behoefte aan flexibiliteit, waarbij ook tekorten kunnen ontstaan. Als dat kortstondig is (enkele uren tot een dag) kunnen de pieken in elektriciteitsvraag in eigen land worden opgevangen door centrales en flexibele vraag. Voor tekorten van een week of langer lukt dat niet meer en worden we wellicht afhankelijk van stroomimport uit het buitenland. Zulke situaties gaan zich met name voordoen bij winterse koudeperioden met windstil weer, waarbij grote elektriciteitsvraag optreedt door warmtepompen, maar zonder aanbod van duurzame bronnen. Omdat dergelijke tekorten om dezelfde reden ook in het buitenland kunnen ontstaan, adviseert Berenschot hierover op internationaal niveau te overleggen. In simulaties voor 2050 worden de variaties en de potentiële tekorten nog groter.

Stroomtekorten kunnen wel vermeden worden door hybride elektrificatie, zodat men in piek- of tekortsituaties terug kan vallen op (groen) gas, of door de warmtevraag te verduurzamen met andere (niet-electrificatie) opties zoals warmtenetten en geothermie, en warmte-opslag.

Op basis van de uitgevoerde analyses heeft Berenschot vragen voor vervolgonderzoek geformuleerd.