Datacenters kunnen restwarmte beter benutten

Gepubliceerd op 7 maart 2018

Het aandeel van datacenters in de elektriciteitsvraag neemt verder toe. De sector boekte al grote duurzaamheidswinst. Toch kan deze sector verder verduurzamen door het beter benutten van restwarmte. Dat concluderen experts tijdens een ICT-bijeenkomst georganiseerd door Berenschot, in opdracht van Nederland ICT en RVO.

Hergebruik restwarmte

Berenschot deed een vooronderzoek naar succesverhalen en –factoren en organiseerde het interactieve diner waar 20 stakeholders uit de ICT, warmtebedrijven en overheid bijeen kwamen. De deelnemers inventariseerden knelpunten en succesfactoren van restwarmtebenutting van datacenters. Hieruit bleek dat de roep om duurzame energiebronnen toeneemt. Het groeiend aantal datacenters biedt daarvoor graag hun restwarmte aan. Maar dan moeten lokale kansen wel beter worden benut. Ondanks de voordelen om restwarmte van datacenters te benutten, zijn succesvolle cases schaars.

Voordelen van datacenters

Datacenters kunnen verder verduurzamen door nuttig gebruik van hun restwarmte. Het gaat om benutting van restwarmte op lage temperatuur. Daar profiteert de gebouwde omgeving van, maar ook datacenters hebben hier direct voordeel bij. Terwijl zij warmte leveren, krijgen ze er namelijk koude voor terug. Daarmee besparen ze energie voor de koeling van hun ruimten.

Conclusies en aanbevelingen

Essentieel is de locatie van datacenters, concludeerden de deelnemers. Er moeten afnemers van restwarmte in de omgeving zitten. Datacenters, afnemers, warmtebedrijven en overheid moeten elkaar tijdig weten te vinden. Aanbevelingen om vraag en aanbod van restwarmte beter te koppelen:

  • Neem datacenters op als lagetemperatuurbronnen in de energie- en warmteatlas en regionale plannen.
  • Identificeer nationaal en regionaal het potentieel van restwarmte van datacenters en kansrijke locaties.
  • Benoem een tussenpersoon bij kansrijke locaties om stakeholders bijeen te brengen en processen te begeleiden.
  • Verbeter de businesscase voor investeringen in lagetemperatuurinfrastructuur.