Onderzoek Berenschot: investeer afgepakt crimineel geld in maatschappij


Een fonds dat wordt gevoed met geld en goederen die zijn afgepakt van criminelen. Geld dat vervolgens wordt ingezet om de aanpak van ondermijnende criminaliteit te versterken en zichtbaar in maatschappelijke doelen te investeren. Een dergelijk ‘anti-ondermijningsfonds’ bestaat al binnen en buiten Europa en zou ook voor Nederland een goede optie zijn. Dit blijkt uit een onderzoek dat Berenschot heeft uitgevoerd in opdracht van het Bureau Regioburgemeesters. Zij hebben de bevindingen overgenomen en gepresenteerd aan minister Grapperhaus van Justitie & Veiligheid. In een brief pleiten zij voor invoering van zo’n ‘anti-ondermijningsfonds’ in Nederland.

Buurten, wijken en dorpen kunnen ervan profiteren als het geld dichtbij terugkomt, bijvoorbeeld in de vorm van buurthuizen, bibliotheken of andere voorzieningen. Ook kan het geld worden ingezet om het afpakken zelf te versterken, zodat het fonds zich blijvend vult met geld. Bovendien straalt het herinvesteren van crimineel vermogen uit dat misdaad niet loont. Goederen kunnen een nieuwe bestemming krijgen; zo vaart de Rotterdamse Hogeschool voor de Zeevaart nu met een in beslag genomen smokkelboot.

Impact publieke waarde

Het afpakken van crimineel vermogen past in een bredere ontwikkeling naar een mix van preventieve en repressieve instrumenten. “De gedachte is: pak de criminelen waar het écht pijn doet, in de portemonnee en uiteindelijk ook in het verlies van de met crimineel geld verkregen ‘status’,” aldus Philip van Veller, managing consultant bij Berenschot en een van de opstellers van het rapport. “Naast een direct effect op de crimineel geeft dit tevens impact op publieke waarde: het besef dat misdaad niet loont werkt preventief en bevestigt de rechtsorde. Het herinvesteren moet dan wel zichtbaar gebeuren.”

Politiek-bestuurlijke wil

Hoewel Nederland het in internationaal perspectief goed doet in het ontnemen van crimineel verkregen vermogen, staat het zichtbaar teruggeven aan de samenleving nog in de kinderschoenen. Dit in tegenstelling tot verschillende andere landen binnen en buiten Europa, zoals blijkt uit internationaal onderzoek van Berenschot en de RAND corporation naar vergelijkbare fondsen in Italië, Spanje, Schotland (VK), Frankrijk en Luxemburg. “Op basis daarvan kan worden gesteld dat het inrichten van een proces van afpakken en herbestemmen goed mogelijk is. Hiertoe hebben we de belangrijkste lessen uit de casussen verwerkt in de opzet van een Nederlands fonds”, aldus Van Veller. “De opzet en het functioneren van een mogelijk Anti-ondermijningsfonds is juridisch en financieel-technisch goed mogelijk. Veel wetswijzigingen zijn er niet voor nodig, wel politiek-bestuurlijke wil.”