Zorgprofessionals: “Administratieve belasting langdurige zorg neemt toe”

Gepubliceerd op 28 mei 2018

Zorgprofessionals in de langdurige zorg besteden 30 procent van hun tijd aan administratieve taken. Dit is een stijging ten opzichte van de voorgaande twee jaren, waarin dit nog 25 procent was. Dit blijkt uit een nog lopend onderzoek van Berenschot onder ruim 5.300 zorgprofessionals in de langdurige zorg.

Negen op de tien medewerkers die directe zorg verlenen in de langdurige zorg (gehandicaptenzorg, verpleging, verzorging & thuiszorg en geestelijke gezondheidszorg) ervaren administratieve taken als belastend. De eerste uitkomsten laten bovendien duidelijk zien dat medewerkers die administratie als belastend ervaren, over het geheel minder tevreden zijn over hun werk en vaker een andere baan overwegen.

Afgelopen week heeft het ministerie van Volksgezondheid een lijst met regels gepubliceerd die geschrapt kunnen worden. De verantwoordelijke minister Hugo de Jonge wil dat de administratieve lasten vanaf nu elk jaar omlaag gaan, zodat er meer tijd daadwerkelijk aan zorg besteed kan worden. “Hopelijk is dit inderdaad het effect. Want ondanks alle initiatieven in de afgelopen jaren om de regeldruk terug te dringen, lijkt de administratieve belasting juist te stijgen”, aldus Marvin Hanekamp, een van de onderzoekers bij Berenschot. “De toename van het aantal financiers en het ontbreken van eenduidigheid als het gaat om eisen aan registratie en verantwoording zijn hier mede debet aan. Maar administratieve belasting komt ook voort uit eigen interpretatie van die regels door zorgorganisaties zelf. Bovendien leggen zij zichzelf allerlei aanvullende regels op”, zegt Hanekamp. “Het kan en moet echt minder. Het herkennen en schrappen van onnodige administratie is daarin de eerste belangrijke stap. Richt administratieve processen die wel nodig zijn vervolgens slimmer in en ondersteun dit door middel van gebruiksvriendelijke software. Zet daarbij de cliënt en de werkvloer centraal.”

De definitieve uitkomsten van het onderzoek worden in juni verwacht.