Tags

Volwassen Smart Mobility vereist samenwerking op alle niveaus

Gepubliceerd op 26 september 2018

Kai Feldkamp (Rijkswaterstaat) en Raymond Gense (Pon) waren onlangs te gast bij Berenschot op het herfstsymposium Smart Mobility. Het thema van de bijeenkomst was: publiek-private samenwerking bij Smart Mobility. Belangrijkste conclusie: het succes van Smart Mobility staat of valt met het verbinden van losse werelden.

De elektrische auto is er, in vele prijsklassen en maten, maar de laadinfrastructuur is nog niet dekkend. Het beleid en richtlijnen voor Smart Mobility zijn er, alleen de bewustwording van de betrokken partijen moet nog ontwikkeld worden. Er zijn voldoende experimenten op het gebied van Smart Mobility, maar deze moeten opgeschaald worden om de doelen van Smart Mobility te behalen. Deze losse werelden moeten worden verbonden, wil het concept kunnen doorgroeien.

Maatschappelijke voordelen

Smart Mobility is een technologische oplossing voor verschillende uitdagingen, aldus Wouter Metzlar, senior adviseur van Berenschot en één van de sprekers. Zo zijn onder andere duurzaamheid, ruimtegebruik, verkeersveiligheid, doorstroming en sociaal-maatschappelijke voordelen te verbinden aan de ontwikkeling van Smart Mobility. Die voordelen zijn voldoende aanleiding om Smart Mobility in sneltreinvaart te ontwikkelen. Ook mobilisten noemen naast gemak, betaalbaarheid en snelle reistijd steeds vaker duurzaamheid als motivatie voor een mobiliteitskeuze.

Samenhangende aanpak

De vraag is of de transitie naar Smart Mobility snel genoeg gaat. “De innovatie in het bedrijfsleven is gericht op de markt, maar techniek ontwikkelt zich niet primair gedreven door het publieke belang. Overheden experimenteren met toepassingen van techniek in het publieke belang, maar vaak wordt het wiel opnieuw uitgevonden. Steeds meer organisaties verzamelen data, maar niet alle data zijn vrij toegankelijk en data alleen bieden nog geen informatie. Tot slot is er nog geen duidelijk beleid”, stelt Metzlar. Daarom ontwikkelde Berenschot een visie om Smart Mobility te richten door een samenhangende, en doelgerichte aanpak. Metzlar: “Overheden worstelen met de opschaling van pilots naar volwassen oplossingen doordat ze te weinig aandacht besteden aan de samenhang tussen techniek, governance en informatiemanagement. Om Smart Mobility aan te jagen, moet informatie op orde zijn, techniek volgroeid en moeten er goede afspraken gemaakt worden over de manier waarop een duurzaam mobiliteitssysteem met Smart Mobility kan functioneren.”

Complexe reductie

Rijkswaterstaat (RWS) en Berenschot hebben met de deelnemers van het Landelijk Verkeers Management Beraad (LVMB) gewerkt aan afspraken over het toepassen van Smart Mobility op de Nederlandse wegen. Dit betrof vier inhoudelijke thema's: infrastructuur, voertuigen, gebruikers en data. “In het kernteam Smart Mobility zijn doelen geformuleerd, zoals nul verkeersongelukken, gepersonaliseerde verkeersinformatie en richtlijnen voor floating car data”, vertelt Kai Feldkamp, programmadirecteur Smart Mobility binnen RWS, die de schaaluitdaging als volgt schetst. “Er is sprake van een internationaal streven (klimaatakkoord van Parijs) en nationale richtlijnen (coalitieakkoord, beleid van ministerie Infrastructuur en Milieu en bijbehorende begroting) die lokaal uitgevoerd moeten worden door onder andere 314 wegbeheerders en 388 gemeenten. Een complexe reductie.” Smart Mobility dwingt tot samenwerken, concludeert Feldkamp. “Een samenwerking die fysiek zichtbaar wordt door de mobilist die zich over rijks- provinciale en lokale infrastructuur beweegt die in het beheer is van publieke en private organisaties.”

Ontoereikende laadinfrastructuur

De overheid is voornemens om flink te investeren in slimme en innovatieve oplossingen zoals Smart Mobility, zo bleek uit de presentatie van de rijksbegroting op Prinsjesdag. Geen overbodige luxe, want de doelen in het klimaatakkoord van Parijs en het Nederlandse coalitieakkoord zijn ontzettend hoog, aldus Raymond Gense, director future technology en public affairs bij Pon. Het realiseren van de uitstootreductie van 6,9% te realiseren door 5,9% minder brandstof te gebruiken en voor de resterende 1,0% een modal shift te bewerkstelligen is een grote opgave. Niet het leveren van elektrische auto's is de uitdaging, de ontoereikende laadinfrastructuur houdt de verkoop van deze auto's tegen. Pon wil meewerken aan die modal shift, en doet dit onder andere door het ontwikkelen van een platform voor meerdere vormen van mobiliteit, in plaats van één soort mobiliteit zoals een fiets of een auto. Daarmee kan beter tegemoet worden gekomen aan de gebruikersvraag. Gense: “Hiervoor is samenwerking noodzakelijk, want momenteel belemmert wet- en regelgeving de plaatsing van private laadpalen langs de weg. Pas als de laadinfrastructuur beter wordt, komen de doelen uit het klimaatakkoord binnen handbereik te liggen.”