Financiële problemen sociaal domein belemmeren uitvoering klimaattaken

Gepubliceerd op 28 augustus 2019

Gemeentesecretarissen betwijfelen of de huidige financiële positie van hun gemeenten voldoende sterk is om in de toekomst taken uit te voeren en doelstellingen te behalen. Zo leiden problemen in het sociaal domein ertoe dat te weinig middelen kunnen worden vrijgemaakt voor klimaatmaatregelen. Dat is de belangrijkste uitkomst van de Gemeentelijke Thermometer, de jaarlijkse enquête van Berenschot en Binnenlands Bestuur over de staat van gemeenteland.

Duurzaamheid, klimaat en energie staat dit jaar dan ook op nummer 1 in de top 5 van belangrijkste thema’s, gevolgd door sociaal domein; vorig jaar was dit precies andersom. Bij de secretarissen klinkt de roep om meer geld vanuit het Rijk voor klimaat en energie, relatief nieuwe thema’s op de gemeentelijke agenda’s. Ook geven zij aan dat er veel meer integraal gewerkt moet worden op de grotere onderwerpen zoals energie, klimaatadaptatie en duurzaamheid en die op ruimtelijk gebied zoals woningbouw. Het oppakken van de duurzaamheidsagenda in regionaal verband wordt eveneens genoemd als kans.

Financiële zorgpunten

Binnen het sociaal domein vormt Jeugdhulp het belangrijkste financiële zorgpunt. Meer dan 90% van de reagerende gemeentesecretarissen vindt dat hiervoor vanuit het Rijk meer geld beschikbaar moet komen. Ook de tekorten in de zorg (Wmo) ziet meer dan 70% van de respondenten als een opgave. “Door de financiële problemen moeten gemeenten steeds vaker hun eigen vermogen aanspreken, waardoor hun balanspositie verslechtert. Het is interen of bezuinigen op andere uitgaven”, stelt Philip van Veller, adviseur bij Berenschot.

Onvrede kabinetsbeleid

Net als vorig jaar is er onvrede over over het kabinetsbeleid. Regio’s en gemeentelijke schaal moeten een grotere rol spelen in het kabinetsbeleid: 74,2% van de secretarissen is het hiermee eens tot helemaal eens. Zij zijn van mening dat gemeenten, van groot tot klein, goed in staat zijn de benodigde samenwerking met andere gemeenten te realiseren. Een groot deel (63%) ziet iets in meer steun voor regionale samenwerking. Opvallend is dat een toenemend aantal secretarissen pleit voor het instellen van economische regio’s: bijna 40% in vergelijking met 17% in 2018.

Gemengd oordeel

Onveranderd positief zijn de secretarissen over ‘hun’ gemeentelijk apparaat (65,6%). Opvallend is dat 42,6% neutraal antwoordt op de vraag of hun gemeentelijke organisatie goed in staat is vraagstukken die een multidisciplinaire benadering vragen, integraal op te pakken. Wel is er overtuigend veel oog voor talent en worden medewerkers op de juiste plaats ingezet (73,7%). Op de vraag of hun gemeentelijke organisatie voldoende slagkracht heeft om de strategische opgave te realiseren, antwoordt bijna een derde (29,5%) ontkennend. Nog eens een derde betwijfelt of hun gemeentelijke organisatie op de langere termijn beschikt over medewerkers met de juiste competenties

Over de Gemeentelijke Thermometer

De Gemeentelijke Thermometer is een enquête die Berenschot jaarlijks uitvoert in samenwerking met Binnenlands Bestuur. Het overkoepelende thema dit jaar was ‘Eén jaar na de gemeenteraadsverkiezingen’. Gevraagd werd naar onderwerpen die in de ogen van de secretarissen hoog op de gemeentelijke agenda staan of zouden moeten staan. Daarnaast bevatte de enquête vragen over de gemeentelijke organisatie. Alle 355 gemeentesecretarissen werden benaderd; meer dan 60 gemeenten reageerden.