Veel meer aardwarmte in warmtenetten mogelijk met slimme aanpak

Gepubliceerd op 1 februari 2019

Er kan tot zeven keer meer aardwarmte voor de verwarming van woningen, gebouwen en kassen beschikbaar worden gemaakt als bij de ontwikkeling van aardwarmteprojecten een ‘play-based portfoliobenadering’ wordt toegepast. Dit kan omdat deze aanpak de kosten en risico’s van aardwarmteprojecten sterk vermindert. Dit blijkt uit een studie die in opdracht van Energie Beheer Nederland (EBN) en Gasunie is uitgevoerd door Berenschot en onderzoeksbureaus IF Technology en CE Delft. Zij concluderen dat de toepassing van de play-based portfoliobenadering van grote betekenis kan zijn voor de opschaling van aardwarmte in warmtenetten in Nederland als duurzaam alternatief voor aardgas in de gebouwde omgeving en glastuinbouw.

Warmtenetten goed voor 270 PJ aan jaarlijkse warmte in meer dan 300 gemeentes

In de studie van Berenschot, IF Technology en CE Delft is gekeken naar de warmtevraag in de gebouwde omgeving en de glastuinbouw (industriële warmtevraag is nog niet meegenomen). Geconcludeerd wordt dat circa 270 PJ (circa 50%) van deze warmtevraag ingevuld kan worden met een collectieve warmtevoorziening via een warmtenet. Het rapport laat zien dat naar verwachting in 347 van de huidige gemeentes in Nederland collectieve warmtelevering onderdeel uitmaakt van de verduurzaming. Aardwarmte kan een bron zijn van dergelijke warmtenetten, mits de kostprijs van de warmte gunstig is en aardwarmte op de locatie mogelijk is. Andere bronnen voor de levering van warmte zijn onder andere restwarmte en warmte uit verbranding van biomassa.

De play-based portfoliobenadering

Aardwarmte kan een belangrijke bijdrage leveren aan de klimaatdoelstellingen die Nederland zichzelf heeft gesteld: 49% CO2-reductie in 2030 en (als doelstelling van het klimaatakkoord in Parijs) 95% reductie in 2050. Aardwarmte zou een flink deel (indicatief 30%) van de huidige warmtevraag, die nu nog vooral met behulp van aardgas wordt gedekt, kunnen leveren. Realisatie van het aardwarmtepotentieel is dus belangrijk. Dit vergt echter een forse opschaling van aardwarmte. Daarvoor is een systematische en slimme afstemming nodig tussen enerzijds de bovengrondse vraag naar warmte en de warmtenetten, en anderzijds het ondergrondse aanbod van warmte. TNO en EBN hebben in 2018 een eerste opzet gemaakt van de zogeheten ‘play-based portfoliobenadering’ waarmee aardwarmte op een veilige en verantwoorde wijze kan opschalen. Deze benadering staat voor planmatig beheer en doelmatige winning van aardwarmte, als basis voor een duurzame en gecoördineerde ontwikkeling van aardwarmteprojecten. Samenwerking en kennisdeling zijn daarbij belangrijke aspecten: de kennis en ervaring die wordt opgedaan over de diepe ondergrond via boringen wordt optimaal gebruikt in vervolgprojecten. Dit verlaagt de risico’s en de kosten.

Door slimme aanpak neemt ontwikkeling aardwarmte sterk toe

In de ondergrond is een enorme hoeveelheid warmte aanwezig. De ontwikkeling hiervan zit in grote delen van Nederland nog in de exploratieve fase. In sommige gebieden is veel bekend over de potentie en in andere nog weinig tot niets. Om de voordelen van de play-based portfoliobenadering verder te onderzoeken is deze op een beperkt gedeelte van de warmtevraag en het aardwarmteaanbod toegepast. De ondergrond bestaat uit plays en sub-plays, formaties met vergelijkbare geologische eigenschappen, waarin op basis van herhaalpotentieel risico’s en kosten sterk kunnen worden gereduceerd door leereffecten. De toepassing laat zien dat via de play-based portfoliobenadering alleen al uit een drietal plays, waarover relatief veel bekend is, 62 PJ van de 270 PJ aan jaarlijkse collectieve warmtevraag kan worden gekoppeld aan aardwarmte. De totale potentie voor aardwarmte in Nederland is nog niet bekend. Wanneer aardwarmteprojecten stand-alone worden ontwikkeld in dezelfde drie plays, is ingeschat dat slechts circa 8 PJ aan aardwarmte gekoppeld kan worden. Het economisch aardwarmtepotentieel neemt dus toe met een factor 7. Door toepassing van de play-based portfoliobenadering kan op maatschappelijk en economisch verantwoorde wijze steeds meer bekend worden over de ondergrondse potentie en kan de koppeling met de bovengrond worden geoptimaliseerd.