Berenschot publiceert Handreiking ‘Kostprijzen voor de jeugd-ggz’

Gepubliceerd op 21 februari 2019

Sinds de invoering van de Jeugdwet in 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor alle vormen van jeugdhulp. Gemeenten kopen hiervoor onder meer zorg in bij aanbieders van jeugd-ggz. Daarmee zijn zij samen verantwoordelijk voor toegankelijke, betaalbare en goede zorg aan de doelgroep tot 18 jaar. Adviesbureau Berenschot ondersteunt hen daarbij met een Handreiking ‘Kostprijzen voor de jeugd-ggz’, waarin kostprijzen van jeugd-ggz staan beschreven en die gemeenten en zorgaanbieders handvatten biedt om gezamenlijk tot reële tarieven te komen.

Veel gemeenten kennen al sinds de ‘transitie van jeugdzorg’ flinke druk op het budget voor jeugdzorg. Tegelijkertijd willen zij zorgaanbieders een reëel tarief betalen. Over wat een reëel tarief is, bestaat echter veel discussie. Lastig daarbij is dat niet of nauwelijks objectieve en gevalideerde gegevens beschikbaar zijn om een reëel tarief te kunnen bepalen. Gevolg is dat gemeenten daarom vaak gebruik maken van gegevens die wel voorhanden zijn, maar volgens zorgaanbieders onvoldoende toepasbaar zijn op hun type jeugdzorg. Door het uitblijven van een oplossing, zijn diverse aanbieders van jeugdzorg de afgelopen jaren in financiële problemen gekomen.

Om aan de discussie over kostprijzen en de daarmee samenhangende tarieven een constructieve bijdrage te leveren, voerde Berenschot in de tweede helft van 2018 op eigen initiatief een benchmarkonderzoek uit naar kostprijzen onder zestien aanbieders van jeugd-ggz. Zij namen hieraan deel op vrijwillige basis. Samen vertegenwoordigen de aanbieders een omzet van ongeveer de helft van alle jeugd-ggz die in Nederland wordt geboden. De basis voor het onderzoek was de goedgekeurde jaarrekening van 2017. In dat jaar boekten deze zestien aanbieders gemiddeld 3,0% verlies op de jeugd-ggz. Dit betekent dat het tarief voor jeugd-ggz gemiddeld genomen niet kostendekkend was.

Op verzoek van GGZ Nederland stelde Berenschot vervolgens, mede op basis van de onderzoeksuitkomsten, een ‘Handreiking Kostprijzen voor de jeugd-ggz’ op. In deze handreiking worden kostprijzen van jeugd-ggz beschreven en worden gemeenten en zorgaanbieders handvatten geboden om gezamenlijk tot reële tarieven te komen. “De discussie richt zich veelal op tarieven, maar daarbij wordt nog onvoldoende gekeken naar het aantal jeugdigen dat zorg nodig heeft en de duur van trajecten. Ook die zijn echter zeer bepalend voor de totale kosten”, aldus Marvin Hanekamp, managing director bij Berenschot. Collega Bas Peeters vult aan: “We adviseren gemeenten en zorgaanbieders daarom niet alleen het gesprek te voeren over tarieven, maar ook de meer inhoudelijke dialoog aan te gaan over preventie van (zware) zorg en het voorkomen van onnodig lange trajecten. Goede en betaalbare jeugdzorg is de gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeenten en zorgaanbieders.”