Vooral hoger opgeleide technici profiteren van economische groei

Gepubliceerd op 17 januari 2019

Hoewel de economie steeds verder aantrekt, blijkt dat de mate waarin ingenieurs daarvan profiteren sterk afhangt van hun opleidingsniveau. Dit ondanks de huidige tekorten aan personeel op mbo-niveau. Dit blijkt uit het Bèta Salaris Onderzoek 2018 van Technisch Weekblad, uitgevoerd in samenwerking met organisatieadviesbureau Berenschot en Checkmark Labrecruitment.

De economische wetmatigheid van de afgelopen decennia – degenen met de hoogste salarissen noteren ook de hoogste stijgingen – gaat ook op in de techniek. De beste voorspeller van het salaris is nog altijd het opleidingsniveau, dat eveneens een duidelijke correlatie vertoont met de kans op loonstijging. Dit verschil is het meest pregnant bij mbo’ers enerzijds en hbo’ers en wo’ers anderzijds. Zagen de laatsten hun inkomen het afgelopen jaar stijgen (wo: 69%, hbo: 66%), dat gold niet voor mbo’ers (49%). Ten aanzien van komend jaar worden vergelijkbare cijfers verwacht. Mbo’ers geven ook minder vaak aan dat hun positie op de arbeidsmarkt het afgelopen jaar verbeterd is. Verder menen meer mbo’ers dat ze minder dan marktconform betaald worden.

Dempend effect

Het jaarlijkse HR Trendonderzoek liet zien dat binnen de top 3 van functiefamilies waarvoor vacatures het lastigste zijn in te vullen, dit binnen Techniek en onderhoud met name geldt voor mbo-vacatures. De toegenomen krapte op de arbeidsmarkt zien we echter niet direct terug in de door de respondenten waargenomen salarisstijgingen. “Mogelijk is er sprake van een dempend effect van de loonstijgingen doordat functies op mbo-niveau naar verhouding vaker onder een cao vallen”, aldus Hans van der Spek, vanuit Berenschot verantwoordelijk voor beide onderzoeken.

HR Trends 2018 -2019

Problemen met werving & selectie naar functiegroep en opleidingsniveau (HR Trends 2018-2019).

Hoger opgeleid? Meer studiemogelijkheden

Het opleidingsniveau blijkt ook bepalend voor de mate waarin werkgevers bereid zijn te investeren in medewerkers: degenen met een hogere opleiding krijgen meer mogelijkheden om verder te studeren. Zowel bij cursus buiten de deur, in-company training, meester-gezelconstructie en coaching voor niet-technische vaardigheden is het aanbod het grootst voor academici. Omgekeerd maken academici eveneens het meest gebruik van het opleidingenaanbod. Uitzondering zijn cursussen buiten de deur, daarvoor melden mbo’ers zich vaker dan hbo’ers en wo’ers.

Grote leerbehoefte

Ook is het percentage mbo’ers dat er gebruik van maakt nagenoeg gelijk aan het aantal dat een cursus krijgt aangeboden, terwijl het bij andere groepen fors lager is. Dit suggereert dat de leerbehoefte van mbo’ers groot is. Zo nam 53% van de mbo’ers zelf het initiatief voor een opleiding, tegen 47% bij hbo’ers en 46% van de wo’ers. In het licht van het grote tekort aan technici op mbo-niveau liggen er voor werkgevers dus duidelijk nog mogelijkheden om personeel vast te houden. Uit de enquête blijkt dat 30% van de mbo’ers op zoek is naar een nieuwe baan; bij hbo’ers en wo’ers is dat 22% respectievelijk 23%.

Aan het Bèta Salaris Onderzoek 2018 deden in totaal 4.322 mensen in bètaberoepen mee. Van hen noemden 2.039 (47%) zichzelf technicus of ingenieur. Die aantallen zijn hoog genoeg om representatieve uitspraken te kunnen doen over salarissen en aspecten van werkbeleving.