Met stip op één: de maatschappelijke opgaven

Gepubliceerd op 5 juni 2019

Welke maatschappelijke opgaven hebben de gemeenten Cranen­donck, Heeze-Leende en Valkenswaard en welke samenwerking vloeit daaruit voort om de noodzakelijke bestuurskracht voor deze opgaven te realiseren? Dat was de hoofdvraag van het onderzoek binnen deze subregio van de metropoolregio Eindhoven dat Berenschot uitvoerde in opdracht van de drie gemeenten.

De gemeenten Cranendonck, Heeze-Leende en Valkenswaard bevinden zich net als talloze andere gemeenten midden in de dynamiek om in samenwerking alle maatschappelijke opgaven te verwezenlijken. Tegelijkertijd opereren ze op andere onderdelen volledig zelfstandig. Bij het onderzoek vormden de individuele gemeenten het uitgangspunt: Valkenswaard, Heeze-Leende en Cranendonck zijn eerst afzonderlijk onderzocht. Daarna is ingezoomd op de overeenkomsten en verschillen, voordat een analyse op het niveau van de drie gemeenten samen is gemaakt.

Daarbij maakte Berenschot gebruik van een analysekader dat gebaseerd is op het Public Value model van Mark Moore. Dit model vat de essentie van de werking van publieke organisaties in een netwerkachtige setting en bestaat uit drie samenhangende domeinen: publieke waarde, legitimiteit en organisatie. “Publieke waarde vormt het uitgangspunt in ons onderzoek. Welke maatschappelijke opgaven willen de gemeenten realiseren? Zijn dit eigen ambities of een reactie op regionale en landelijke ontwikkelingen? Welke ambities delen de gemeenten en waarin onderscheiden zij zich?”, aldus Philip van Veller, managing consultant bij Berenschot en een van de onderzoekers. “Vervolgens hebben we gekeken naar de gevraagde organisatie: hoe pakken de gemeenten de zaken op en vormt dit inderdaad de logische schaal om dit te doen? Wat betekent het al dan niet samen optrekken – de drie gemeenten met elkaar of (ook) met anderen – voor hun bestuurskracht?”

De analyse betrof acht thema’s: transitie landelijk gebied, regionale economie, bestuur & organisatie, vitale kernen, sociaal domein, wonen, klimaat en mobiliteit. Daaruit volgde een aantal conclusies. “De maatschappelijke opgaven bleken vergelijkbaar. En nu deze steeds meer vergen van gemeenten, is meer samenwerking onvermijdelijk gezien de kansen en bedreigingen”, stelt Van Veller. “Dat vereist een bewuste en consequente keuze van de betrokken gemeenten.” Op basis van deze en andere conclusies formuleerde Berenschot tevens een aantal aanbevelingen. “Kies voor elkaar, begin met programmatische samenwerking en zet bestuurlijke fusie als stip op de horizon. En bekijk vervolgens hoe ver die stip weg is.”