Nieuwe ronde Kostprijsbenchmark Jeugd

Gepubliceerd op 16 mei 2019

Nu het kabinet mogelijk meer geld beschikbaar stelt voor de jeugdhulp, is het voor aanbieders des te belangrijker om de eigen kostprijzen goed te kunnen onderbouwen en te beschikken over gevalideerd referentiemateriaal. Dit om in de eigen regio het juiste gesprek over tarieven te kunnen voeren. In 2018 ontwikkelde Berenschot samen met een grote groep jeugdhulpaanbieders (J&O en j-GGZ) een kostprijsmodel, op basis waarvan een kostprijsbenchmarkonderzoek werd uitgevoerd. Dit krijgt nu een vervolg in de Kostprijsbenchmark Jeugd 2019.

Wat is de kostprijs van een aanbieder, hoe is die opgebouwd en hoe verhoudt deze zich tot die van collega-organisaties binnen de jeugdhulp? Wat kunnen aanbieders leren van elkaar? En welke verbeterpunten levert dit op? Dat zijn de centrale vragen die de Kostprijsbenchmark Jeugd 2019 beoogt te beantwoorden. “Deelnemers van vorig jaar geven aan veel zeer relevante (vergelijkings)informatie te hebben ontvangen. Relevant omdat het hen in staat stelt de eigen bedrijfsvoering gericht te verbeteren en omdat deze informatie helpt in de gesprekken over tarieven”, stelt Bas Peeters, senior consultant zorg en welzijn bij Berenschot. Daarnaast leidde het onderzoek tot de ‘Handreiking Kostprijzen voor de jeugd-ggz’.

Na de zomer start Berenschot met een nieuwe groep aanbieders van jeugd- en opvoedhulp en jeugd-ggz. Geïnteresseerden kunnen zich hier aanmelden voor de Kostprijsbenchmark Jeugd. Peeters: “Hoe meer deelnemende organisaties, hoe meer zeggingskracht de uitkomsten krijgen.”