Wie verdient wat 2019: nauwelijks iets erbij

Gepubliceerd op 7 mei 2019

‘Ook afgelopen jaar stegen veel salarissen maar mondjesmaat. Nu de economie afkoelt, zou ‘het moment’ voor hogere lonen voorbij kunnen zijn.’ stelt Hans van der Spek vast in het jaarlijkse onderzoek Wie verdient wat? 2019. Hij is als adviseurs bij Berenschot verantwoordelijk voor de analyse van het nationale loongebouw. ‘Maar er is nog wel geld voor ‘ontwikkeling’'

Elk jaar vergelijkt Berenschot de brutojaarsalarissen voor 257 functies bij de overheid en in het bedrijfsleven. Ook dit jaar vertoont de lijst vooral gestegen salarissen, maar gespannen arbeidsmarkt of niet, reden tot gejubel is er lang niet voor iedereen. Gemiddeld gingen werknemers er 1,99 procent op vooruit in 2018. Ook in 2017 was het al geen vetpot, toen was de stijging nog iets lager; 1,74%.

Dat blijkt uit het jaarlijkse onderzoek (pdf, 391 kB) 'Wie verdient wat?' dat adviesbureau Berenschot al sinds 2000 voor Elsevier Weekblad maakt van functies en beloningen. De beloning van ambtenaren steeg met 1,70 procent en bleef daarmee achter bij de salarissen in de marktsector.

Naar functieniveau bezien mocht het top-management van bedrijven en organisaties nog een flesje opentrekken met 2,30 procent meer dan in 2017. Ook op directieniveau was 2,27 procent een lichtpuntje. Waarbij het middenkader met een magere 1,85 procent mocht toekijken.

Tussen branches en bedrijfstakken zijn de verschillen marginaal. Medewerkers bij personeelszaken, in de organisatie en staffuncties waren het beste af met 2,20 procent meer. De minst bedeelden werken bij de afdelingen facilities, distributie en logistiek (1,91 procent) en in de commercie (1,98 procent). IT’ers en Financials zitten er – iets boven het nationaal gemiddelde – met ruim 2 procent tussenin.

Klik hier om het onderzoek 'Wie verdient wat? 2019' te downloaden. (pdf, 391 kB)