Duurzame match onder Participatiewet vergt omslag in denken

Gepubliceerd op 21 november 2019

Het realiseren van het doel van de Participatiewet – een duurzame match tussen werkgevers en cliënten – is sterk persoonsafhankelijk. In de praktijk blijkt het moeilijk om werkzoekenden passende dienstverlening te bieden, onder meer vanwege wisselende contactpersonen bij de desbetreffende overheidsinstantie. Dat is de hoofdbevinding uit het casusonderzoek dat Berenschot uitvoerde samen met CentERdata en Inspectie SZW in het kader van de evaluatie van de Participatiewet. Vandaag presenteert het Ministerie van SZW, opdrachtgever van de evaluatie, de uitkomsten aan de Tweede Kamer.

Om in kaart te brengen wat de Participatiewet betekent voor werkgevers, gemeenten en cliënten, hebben Berenschot, CentERdata en Inspectie SZW ervaringsonderzoeken uitgevoerd onder genoemde drie actoren. Deze ervaringsonderzoeken bestaan uit drie metingen die zijn verricht in 2015, 2017 en 2019. Naast de ervaringsonderzoeken hebben de gezamenlijke onderzoekers een casusonderzoek uitgevoerd. Bij de in totaal 25 casussen is een indeling gemaakt in drie soorten uitkomsten van het matchingsproces, namelijk een duurzame match (12), een niet-duurzame match (8) en geen match (5).

Onvoldoende duidelijkheid

Bij diverse casussen blijken in de voorfase zowel door de werkzoekende als de werkgever verschillende pogingen te zijn gedaan, maar slaagde het matchingsproces uiteindelijk niet. “Een van onze conclusies is dat een ervaren en toegewijde intermediair van belang kan zijn in het matchingsproces. Inzicht in de mogelijkheden en beperkingen van de kandidaat bevordert de kans op een goede match”, stelt Paul Schenderling, senior consultant bij Berenschot. “De casussen laten verder zien dat het matchingsproces nu vaak stukloopt op onvoldoende duidelijkheid over met name de beperkingen van de cliënt en wat dit in de praktijk op de werkvloer betekent.”

Geen eenmalige gebeurtenis

Daarnaast is het matchingsproces nauwelijks te zien als een eenmalige gebeurtenis. Pas als alle drie de actoren doorzettingsvermogen tonen, leren van de gemaakte fouten en hun attitude en keuzes aanpassen, neemt de kans van slagen toe. “Uit de casussen blijkt dat als één van de actoren op enig moment stopt met het leveren van de juiste inspanningen, een match meestal geen stand houdt. Ook de voorfase en het natraject zijn van belang voor een geslaagd matchingsproces”, aldus Schenderling. “Daar komt bij dat succes- en faalfactoren niet als zodanig te identificeren zijn. Dezelfde factoren kunnen in casussen een bevorderende dan wel belemmerende rol hebben, afhankelijk van de interactie tussen de verschillende actoren en de specifieke context. In de praktijk is een match dan ook een persoonlijk, continu en onderling afhankelijk proces dat bovendien niet lineair verloopt. Dat is de omslag in denken die werkgevers, gemeenten en cliënten moeten maken.”