Voorlopige verdeling bijstandsbudgetten 2020 bekend

Gepubliceerd op 1 oktober 2019

De voorlopige verdeling van de bijstandsbudgetten (BUIG) voor 2020 zijn bekend. De grote stijging bij grote gemeenten is vooral het gevolg van de toename van het macrobudget: +2,4% oftewel € 141,4 miljoen. Berenschot berekende hoeveel gemeenten erop voor- of achteruit gaan.

youtu

Alle gemeenten profiteren van de stijging van het macrobudget, dat 141,4 miljoen hoger wordt dan het definitieve macrobudget voor 2019. Tegelijkertijd wordt € 60,5 miljoen herverdeeld. In die verdeling gaan 187 gemeenten erop achteruit en 168 gemeenten erop vooruit (zie download (pdf, 440 kB) voor de effecten voor alle gemeenten).

De top 10 van grootste dalers zijn: 1. Eindhoven (-1,7 mln), 2. Emmen (-1,6 mln), 3. Heerlen (-1,4 mln), 4. Horst aan de Maas (-1,0 mln), 5. Hengelo (-0,7 mln), 6. Hardenberg (-0,7 mln), 7. Almelo (-0,6 mln), 8. Hoogeveen (-0,6 mln), 9. Steenbergen (-0,6 mln), 10. Peel en Maas (-0,5 mln).

De top 10 van grootste stijgers: 1. Rotterdam (22,7 mln), 2. 's-Gravenhage (13,3 mln), 3. Amsterdam (11,0 mln), 4. Tilburg (4,6 mln), 5. Leeuwarden (4,4 mln), 6. Zaanstad (4,0 mln), 7. Utrecht (3,7 mln), 8. Enschede (3,2 mln), 9. Nijmegen (3,1 mln), 10. Haarlem (2,7 mln).

“Uit deze cijfers blijkt dat bijvoorbeeld Eindhoven er 1,7 mln op achteruit gaat. Maar, dat is een deel van het verhaal. Feitelijk gaat Eindhoven er 4,2 mln op achteruit door de herverdeling en krijgt Eindhoven er 2,5 mln bij door het hogere macrobudget. Per saldo dus 1,7 mln”, verklaart Martin Heekelaar, sectorleider Werk en Inkomen bij Berenschot.

Als beleidsmaker, manager of bestuurder van gemeenten en uitvoeringsorganisaties meer weten over de keuzes voor een zo effectief mogelijk re-integratiebeleid? Bekijk dan de training Financiën van de Participatiewet voor niet-financials van de Berenschot Academy.