Gemeentelijke financiën aandachtspunt bij invoering Wkb

Gepubliceerd op 10 juli 2020

Na meer dan twintig jaar maatschappelijke discussie en een jarenlang wetgevingstraject stemde de Eerste Kamer vorig jaar in met het wetsvoorstel Kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). Met de inwerkingtreding van de Wkb, gelijktijdig met de Omgevingswet (1 januari 2022), raken gemeenten taken en dus leges kwijt. Bovendien gaan de extra Wkb-taken naar verwachting gepaard met extra kosten. Dat concludeert Berenschot na het uitvoeren van een impactanalyse (pdf, 843 kB) in opdracht van Omgevingsdienst NL. Dit is de vereniging van de 29 omgevingsdiensten (regionale uitvoeringsdiensten) in Nederland. Er zijn 14 omgevingsdiensten die bouwtaken uitvoeren.

Risico's

De opdracht aan Berenschot was de belangrijkste risico’s van de Wkb voor gemeenten te onderzoeken, met de vraag in hoeverre deze daadwerkelijk kunnen gaan optreden en hoe hier op landelijk niveau op wordt geanticipeerd. “Hoe reëel zijn deze risico’s, wat zijn de mogelijke gevolgen, zijn er maatregelen genomen om deze risico’s te verkleinen en wat kan een gemeente zelf doen?”, verklaart André Oostdijk, senior managing consultant bij Berenschot.

Financiële consequenties

Onder meer onderzocht Berenschot samen met adviesbureau de ANG Connectie de financiële consequenties van de Wkb bij twee kleinere gemeenten, een middelgrote en een grote gemeente. “Voor welke activiteiten mogen wel leges geheven worden en voor welke niet, en waar heeft een gemeente de keuze? Wat zijn de nieuwe Wkb taken voor een gemeente en wat is het financiële effect van al deze ontwikkelingen?” De analyse richtte zich op de impact van de Wkb bij invoering. Het gaat dan om de eenvoudigere bouwwerken (gevolgklasse 1). In de eerste drie jaar na invoering van de Wkb wordt geëvalueerd of ook de rest van de bouwwerken (gevolgklasse 2 en 3) onder de Wkb gaan vallen.

Een van de uitkomsten van het onderzoek is dat gemeenten taken en daarmee leges kwijtraken en voor de nieuwe Wkb-taken geen leges kunnen heffen. “Het risico is groot dat gemeenten de nieuwe (extra) Wkb-taken moeten financieren vanuit algemene middelen. En hoewel gemeenten deels al wel processen hebben opgetuigd, bijvoorbeeld voor toezicht op bouwgerelateerde ontwikkelingen, neemt het werk in volume toe. Dat betekent dat gemeenten naar verwachting extra kosten zullen moeten maken”, aldus Daniël Huisman, eveneens senior management consultant bij Berenschot en als tweede adviseur betrokken bij deze opdracht.

Aanbevelingen

Op basis van het onderzoek formuleerde Berenschot een aantal aanbevelingen voor omgevingsdiensten met bouwtaken. Bijvoorbeeld om als omgevingsdiensten de onderzoeksresultaten door te nemen met de deelnemende gemeenten (als bevoegd gezag) en de bevoegde gezagen te adviseren de belangrijkste aandachtspunten te bespreken met de wetgever. “Vervolgens zou de impact van de Wkb op financiën en formatie moeten worden bepaald. Verder adviseren we om proefprojecten op te starten. Dit alles om de risico’s van de Wkb voor gemeenten en daarmee ook voor omgevingsdiensten met bouwtaken zo veel mogelijk te beperken”, stelt Huisman. “De invoering van de Wkb kan overigens wel een prikkel zijn voor met name middelgrote en kleinere gemeenten om bouwtaken te centraliseren. Dat creëert extra massa en vermindert kwetsbaarheid op de bouwtaken.”

Meer informatie?

U kunt de volledige impactanalyse downloaden (pdf, 843 kB) of contact opnemen met Andre Oostdijk of Daniël Huisman.