Uitvoeringspraktijk verbeterd dankzij AMvB reële prijs Wmo 2015

Gepubliceerd op 9 juni 2020

De uitvoeringspraktijk van gemeenten en aanbieders is de afgelopen jaren door toedoen van de AMvB reële prijs Wmo 2015 in positieve zin veranderd. Wel is er nog ruimte voor verbetering. Dat blijkt uit het eindrapport ‘Evaluatie AMvB reële prijs Wmo 2015’ van Berenschot, dat door minister Hugo de Jonge van VWS afgelopen vrijdag werd aangeboden aan de Kamer.

Berenschot evalueerde de AMvB reële prijs 2015, die sinds 1 juni 2017 van kracht is, op de toepassing en het effect ervan in de praktijk. De hoofdvraag van de evaluatie was in hoeverre de AMvB ervoor zorgt dat gemeenten en aanbieders na toepassing ervan rekening houden met de vastgestelde kostprijselementen bij het vaststellen van de tarieven voor Wmo-dienstverlening. Vervolgens heeft de bestuurlijke begeleidingscommissie van het onderzoek, met daarin vertegenwoordigers van relevante aanbieders, vakbonden en gemeenten, in reactie op de evaluatie gezamenlijke de resultaten geduid en de betekenis daarvan geformuleerd. Tevens zijn toekomstgerichte acties opgenomen om de uitvoeringspraktijk verder te verbeteren. De minister concludeert nu op basis van de bevindingen en de vervolgacties dat de AMvB het beoogde effect heeft en geen aanpassing behoeft.

Brede blik

In het meerjarige evaluatieonderzoek AMvB reële prijs Wmo 2015 onderzocht Berenschot over meerdere jaren, in drie fases, hoe de AMvB door gemeenten en aanbieders is toegepast. Daarbij werd breed gekeken naar de toepassing van de AMvB voor alle Wmo-voorzieningen aan de hand van een hoofdvraag en veertien deelvragen. “Secundair doel van de evaluatie was individuele gemeenten te voorzien van informatie om de AMvB in de toekomst (beter) toe te passen”, aldus Bram Berkhout, senior managing consultant bij Berenschot.

Acties in gang gezet

In de Kamerbrief toont minister De Jonge zich tevreden over de uitkomst van de evaluatie. “Ik vind het een mooi resultaat van de evaluatie dat daaruit blijkt dat de AMvB reële prijs Wmo 2015 daadwerkelijk een positief effect heeft gehad op de uitvoeringspraktijk. Een goed resultaat van het onderzoek is ook dat het inzicht geeft in punten waarop de uitvoeringspraktijk nog kan worden verbeterd. Op een aantal van die punten is al actie ondernomen. Zo kon de nieuwe rekentool voor huishoudelijke ondersteuning en individuele begeleiding, die samen met vertegenwoordigers van aanbieders is ontwikkeld, in mei al worden gepubliceerd door de VNG.”

Gezamenlijke verantwoordelijkheid

Daarnaast stelt De Jonge dat “een essentieel resultaat van de evaluatie is, dat vertegenwoordigde organisaties van gemeenten en branches verantwoordelijkheid voelen om gezamenlijk tot verdere verbetering te komen” en spreekt hij zijn vertrouwen uit “dat de gezamenlijke overlegtafel, waarin gemeenten, branches en VWS vertegenwoordigd zijn, kan helpen om op korte termijn de uitvoeringspraktijk bij gemeenten en aanbieders goed te ondersteunen, maar juist ook om een toekomstgerichte lerende praktijk op landelijk en lokaal niveau te bevorderen en ondersteunen.”

Download rapport

Interesse? Download dan het volledige eindrapport Evaluatie AMvB reële prijs Wmo 2015 (pdf, 15 MB).