Onderzoeksrapport 'Stand van het land - Regiobeelden' overhandigd aan ministerie van VWS

Gepubliceerd op 2 september 2020

Samenhangende zorg in de regio, zodat het aanbod zo goed mogelijk is afgestemd op de behoeften van mensen. Dat is één van de ambities van de beweging Juiste Zorg op de Juiste Plek (JZOJP). In de hoofdlijnakkoorden hebben partijen deze beweging onderschreven en afgesproken in beeld te brengen hoe de gezamenlijke opgave zich per regio zal ontwikkelen. Berenschot bracht in opdracht van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) in kaart hoe het er nu voor staat met deze regiobeelden en de daaruit voortvloeiende regioplannen.

'Dé regio' bestaat niet

Een regiobeeld is in de hoofdlijnakkoorden geformuleerd als een feitelijk beeld van de sociale- en gezondheidssituatie én opgave in een regio, gemeente of wijkEr is echter niet vastgelegd wie daarbij betrokken moet worden of welke thema’s tenminste aan bod moeten komen. Bovendien concludeert Berenschot dat ‘dé regio’ niet bestaat. Sommigen gaan uit van een zorgkantoorregio of het adherentiegebied van een ziekenhuis, terwijl anderen een wijk of gemeente als uitgangspunt nemen.

Op verschillende plekken en niveaus wordt gewerkt aan regiobeelden. Op lokaal niveau werken partijen, vaak met behulp van een datavoucher via ZonMw, aan een regiobeeld rond een specifieke doelgroep, thema of wijk. Vanuit beleidsmatig en bestuurlijk perspectief komen regiobeelden veelal op het niveau van de zorgkantoorregio tot stand. Voor vrijwel iedere zorgkantoorregio is inmiddels een beeld beschikbaar op de website van Juiste Zorg op de Juiste plek.

Inhoud van de regiobeelden

De regiobeelden gaan voornamelijk in op het bestaande en toekomstig gewenste zorgaanbod en zorggebruik in de regio. In wisselende mate is er aandacht voor ontwikkelingen in gezondheid en leefstijl, bevolkingsontwikkeling en sociale omgeving. Ontwikkelingen in de fysieke omgeving (ofwel: welke impact heeft infrastructuur op zorg en vice versa) komen nog nauwelijks terug.

Bij de meeste initiatieven zijn het ziekenhuis, huisartsen, de zorgverzekeraar en VVT aangehaakt. Gemeenten zijn soms actief betrokken. Minder vanzelfsprekend blijkt nog de betrokkenheid van de GGZ, de GGD, het sociaal domein, welzijnswerk, en eerstelijnspartners zoals paramedici en apotheken. Ook is actieve vertegenwoordiging van cliënten/patiënten/burgers nog niet overal vanzelfsprekend.

In een aantal regio’s is het regiobeeld al vertaald naar gezamenlijke opgaven. Initiatieven met een lokaal karakter besteden daarbij vooral aandacht aan kwetsbare ouderen en GGZ. Op zorgkantoorniveau is vooral aandacht voor kwetsbare ouderen en acute zorg.

Vertaalslag naar gezamenlijke opgaven

In de vertaalslag van regiobeeld naar concrete gezamenlijke opgaven maken betrokken partijen vooral afspraken over:

  • Continuïteit en toegankelijkheid van zorg; het komen tot een gezamenlijke visie op het toekomstig zorglandschap in 2030, het herindelen van de tweedelijnszorg en/of het definiëren van gepast gebruik van zorg.
  • Digitale gegevensuitwisseling; inzet van technologie en monitoringsaanpak van effecten van de transitie.
  • Schaarste van mensen en middelen; komen tot gezamenlijk arbeidsmarktbeleid’, benutten van talent.
  • Preventie en leefstijl; connected care, vroegsignalering en hoe men veilig thuis kan blijven.
  • Verkleinen van gezondheidsverschillen; zelfredzaamheid van burgers, belastbaarheid van mantelzorg, zorg in de wijk, organiseren van platforms en organiseren van aanbod voor doelgroepen zoals ouderen.

Ook staan er in het rapport verschillende belemmeringen benoemd die partijen momenteel ervaren bij het maken van gezamenlijke afspraken.

Hoe nu verder?

De bevindingen uit het onderzoek van Berenschot worden meegenomen in de contourennota. Daarin zal worden beschreven hoe de geïnventariseerde belemmeringen weggenomen kunnen worden. Ook zal op basis van dit onderzoek het ondersteuningsaanbod van het programma de Juiste Zorg op de Juiste Plek worden aangescherpt.