Leerplicht in het Sociaal Domein: integraal verstandig of procesmatig onhandig?

Een van de leukste dingen aan mijn werk is dat ik bij veel verschillende gemeenten en uitvoeringsorganisaties langskom, en dan de verhalen en ervaringen hoor over de transformatie in het sociaal domein.

Een van de leukste dingen aan mijn werk is dat ik bij veel verschillende gemeenten en uitvoeringsorganisaties langskom, en dan de verhalen en ervaringen hoor over de transformatie in het sociaal domein. Ik hoor hierbij sommige verhalen vaak terug: over wensen om dienstverlening dichter tegen de burger aan te organiseren en ook hoe gemeenten omgaan met (dreigende) tekorten in het sociaal domein. Een punt dat nu steeds vaker naar voren komt, is een (soms) nieuwe onderdeel in het sociaal domein: de taken uit de leerplichtwet en kwalificatieplicht.

Veel gemeenten hebben deze taken van oorsprong georganiseerd in het domein Onderwijs, Cultuur of Maatschappij. Steeds meer gemeenten maken de stap om deze taken binnen het sociaal domein te organiseren. Maar waarom?

De herindeling

Sommige gemeenten maken de keuze om meer integraal te werken in het sociaal domein. Dit komt bijvoorbeeld doordat een raad of college dit heeft besloten in een coalitieakkoord of uitvoeringsbesluit. Een veelvoorkomende reden hiervoor is om dienstverlening dichterbij de burger te organiseren. Soms wordt de keuze ook gemaakt vanuit een visie om met procesoptimalisatie efficiëntie te behalen en daarmee kosten te besparen. Vaak is het dan een overwegend ambtelijk ingegeven keuze. Bottom-line is dat de leerplichttaken steeds vaker geplaatst worden in het sociaal domein, dicht tegen de Jeugdwet en de Participatiewet aan.

De doelgroep komt immers voor groot deel overeen (leerplicht- en jeugdzorgcliënten, vroegtijdige schoolverlaters en latere bijstandsgerechtigden). Door de verschillende taken die vaak dezelfde inwoner betreffen dicht bij elkaar te organiseren, wordt het voor een gemeente makkelijker om een vinger aan de pols te houden. Het is mogelijk om een inwoner door de verschillende wetten in het sociaal domein te blijven volgen. Dit uit zich vaak in warme overdrachten van dossiers. Die zijn op zich al wenselijk in het kader van optimale werkprocessen.

Daarnaast vind ik dat je als gemeente ook een verantwoordelijkheid hebt richting je inwoners, en die moet niet afhangen van werkprocessen. De processen zijn er om mensen te dienen en niet andersom. De inwoner zou immers nooit last moeten hebben van de organisatie van de overheid waartegen hij zich moet verhouden. Want vaak zijn juist die inwoners die veel met de gemeente te maken hebben, precies die inwoners die het al lastig genoeg hebben in het leven. Veel verschillende contactpersonen en toegangen zijn dan niet wenselijk.

Oké, dan maak je de keuze om leerplicht in het sociaal domein te voegen, en dan?

Wanneer taken ergens anders worden belegd in de organisatie, of wanneer taken van intern naar extern worden verplaatst (of andersom), is het van belang om de processen en uitvoering zo snel mogelijk op orde te krijgen. Chaos in een proces is nadelig voor de werklast en werkdrukervaring van medewerkers. Dit werkt vaak door in de dienstverlening naar de burger toe, waardoor er verwarring en onvrede bij de burger ontstaat. Het is dus raadzaam om werkprocessen zo snel mogelijk te optimaliseren.

Een voorbeeld hiervan is de administratie die bij leerplicht hoort. Wanneer de taken buiten het sociaal domein georganiseerd zijn, is hier vaak een administratief medewerker fulltime voor aanwezig. Maar deze taken kunnen mogelijk door de al aanwezige administratie van het sociaal domein worden opgepakt, waardoor de functie minder kwetsbaar is en er mogelijk een efficiencyslag kan worden gemaakt. Maar hoeveel formatie is hiervoor dan nodig? En hebben die medewerkers wel de vaardigheden en trainingen gevolgd om de taken goed uit te voeren? Wanneer dit niet geborgd is ontstaat er geen beoogde kostenbesparing dan wel integrale behandeling.

Daarnaast blijkt het dat in een breed sociaal domein de wat meer kleine taken als leerplicht soms wegvallen in het grotere geheel. Medewerkers zitten dan wel op de afdeling maar zijn geen deel van de afdeling. Wanneer het op een dergelijke manier geïmplementeerd wordt heeft het eigenlijk geen zin om taken samen te voegen; de efficiencyslag wordt dan niet gemaakt.

Hoe los ik dit op?

Om deze problemen het hoofd te bieden, leert de praktijk dat het verstandig is om je te laten leiden door data en de kennis van andere organisaties. Beslagen ten ijs komen heet dat. Zo kunnen cijfers en ervaringen bij andere gemeenten goed richting geven aan de koers die je wilt varen. Naast dat je inzicht krijgt in een passende tijdsinvestering voor bepaalde taken kan je leren van de goede voorbeelden en (door anderen al gemaakte) fouten vermijden. Ik denk dat het belangrijk is om visie vanuit ideologie op te stellen, maar de operatie wel door data te laten leiden.

Onze ervaring is dat gemeenten die zich goed informeren voordat ze de keuze maken, vaak op korte termijn processen kunnen optimaliseren en van de baten van die keuze kunnen genieten. Dit kan soms klein zijn: het anders inrichten van een vergaderstructuur bijvoorbeeld. Maar juist ook door een blik van buiten de organisatie te krijgen op caseloadverdelingen of de taken die overhead uitvoeren. Door data met ervaringen van anderen te combineren leidt inzicht dan ook tot verbetering. Zowel op het gebied van kostenbesparing, als op het gebied van een betere dienstverlening voor de inwoner.

Berenschot heeft op basis van het probleem in dit blog de Benchmark Leerplicht ontwikkeld. Kijk hier voor meer informatie.