Beste gemeenten, vergeet niet het dak te repareren nu de zon schijnt!

Door Daniël Huisman, Lars Bos en Maarten Adelmeijer  Nu de jaren van grote bezuinigingen definitief achter de rug lijken te liggen, overwegen de meeste gemeenten de komende jaren weer (veel) meer te gaan investeren. Dat blijkt uit de analyse van Berenschot van de coalitieakkoorden 2018 van een groot aantal gemeenten.

Door Daniël Huisman, Lars Bos en Maarten Adelmeijer

Nu de jaren van grote bezuinigingen definitief achter de rug lijken te liggen, overwegen de meeste gemeenten de komende jaren weer (veel) meer te gaan investeren. Dat blijkt uit de analyse van Berenschot van de coalitieakkoorden 2018 van een groot aantal gemeenten. In totaal zijn de akkoorden van 251 van de 335 gemeenten (75%) geanalyseerd.

Slechts 37% van de coalitieakkoorden spreekt over bezuinigen

In de akkoorden komt het woord ‘bezuinigen’ slechts 162 keer voor. Gecorrigeerd voor dubbelingen, blijven 92 gemeenten (37%) over die in het coalitieakkoord spreken over bezuinigen (zie figuur 1). Ook andere woorden die kunnen duiden op bezuinigingsmaatregelen, zoals taakstelling (92 keer), basis op orde (20 keer) of heroriëntering (8 keer), komen maar mondjesmaat voor. Er is sowieso relatief weinig aandacht voor het onderwerp ‘bedrijfsvoering’, slechts 49% van de gemeenten noemt dit expliciet in het coalitieakkoord.

Figuur 1. Analyse coalitieakkoorden Nederlandse gemeenten 2018 op ‘bezuinigen’

Bijna alle gemeenten gaan weer investeren

Een andere uitkomst van de analyse van de coalitieakkoorden is dat het woord ‘investeren’ maar liefst 1.917 keer voorkomt. In totaal noemen 232 gemeenten (92%) dit woord (zie figuur 2), gemiddeld dus zo’n acht keer per coalitieakkoord! Hoewel het woord ‘investeren’ ook in een niet-financiële context kan worden gebruikt, geeft het toch een goede indicatie van de ambities in de onderzochte coalitieakkoorden. Veel gemeenten geven aan te willen investeren in de grote inhoudelijke opgaven die op hen afkomen, zoals de Omgevingswet, de energietransitie of klimaatadaptatie. Ook voor onderwerpen als participatie en duurzame bereikbaarheid bestaat veel aandacht.

Is er genoeg geld om alle ambities te realiseren?

Enigszins zorgelijk is dat de onderbouwing van de financiering van deze inhoudelijke ambities nogal eens te wensen over laat. Dit blijkt bijvoorbeeld uit een analyse van de coalitieakkoorden van de 45 grootste gemeenten. Ook wordt in de coalitieakkoorden regelmatig verwezen naar bijdragen van het Rijk of private partijen, terwijl dergelijke financieringsstromen relatief onzeker zijn. Soms worden de ambities zelfs helemaal niet financieel onderbouwd.

Figuur 2. Analyse coalitieakkoorden Nederlandse gemeenten 2018 op ‘investeren’

Investeer vooral ook in de ambtelijke organisatie

In de afgelopen jaren hebben veel gemeentelijke organisaties een spreekwoordelijk jasje uitgedaan. Juist nu het financieel weer iets beter gaat, is het tijd om ook in de eigen organisatie te investeren. Uit de opdrachten die we in de afgelopen jaren voor gemeenten hebben uitgevoerd, blijkt regelmatig dat gemeentelijke afdelingen op hun tandvlees lopen en soms zelfs door de ondergrens zakken. Dit geldt bijvoorbeeld voor de afdelingen vergunningverlening, toezicht en handhaving. Ons advies is dan ook: versterk de afdelingen waar in de afgelopen jaren teveel op is bezuinigd en zorg voor een robuuste bedrijfsvoering. Dit is randvoorwaardelijk voor het waarmaken van de grote inhoudelijke ambities in de komende jaren.

Zorg voor voldoende financiële buffers

Belangrijk is verder dat gemeenten voldoende buffers creëren om toekomstige financiële tegenvallers op te kunnen vangen. Denk aan de beperktere stijging van het Gemeentefonds, die in de meicirculaire 2018 is aangekondigd en in de septembercirculaire 2018 wordt bevestigd. Dit wordt onder meer veroorzaakt doordat het plafond van het BTW compensatiefonds is bereikt. Ten opzichte van de maartcirculaire 2018 wordt een fors lagere stijging verwacht, die oploopt tot ongeveer € 0,9 miljard in 2022. Een behoorlijke aderlating op een totale Gemeentefondsuitkering van € 28 miljard. Voor een gemiddelde gemeente (35.000 inwoners) kan dit in 2022 oplopen tot enkele miljoenen euro’s. Als gemeenten bij het opstellen van de coalitieakkoorden waren uitgegaan van de maartcirculaire kunnen meerjarig dekkingsproblemen ontstaan.

Andere mogelijke tegenvallers betreffen met name het sociaal domein, dat sinds de decentralisaties bij een gemiddelde begroting 40% van het totaal beslaat. Veel taken zijn nieuw en de uitvoering moet nog verder worden ingeregeld. Tegelijkertijd dalen – vooruitlopend op een toekomstige efficiënte uitvoering van de taken door gemeenten – van jaar op jaar de budgetten die het Rijk beschikbaar stelt voor re-integratie, Wmo en Jeugdhulp. De verwachte tekorten zijn nu zo groot dat gemeenten op het VNG-congres in juni instemden met het Interbestuurlijk Programma (IBP) op één zinsnede na, namelijk dat zij zouden afzien van verdere compensatie voor tekorten in het sociaal domein. Zonder Haagse tegemoetkoming zeggen gemeenten niet in staat te zijn gezamenlijk grote maatschappelijke opgaven op te pakken. Vooralsnog is echter slechts eenmalig geld beschikbaar gesteld (€ 100 miljoen vanuit het Rijk en € 100 miljoen vanuit het Gemeentefonds), dus gemeenten moeten nu scherpe keuzes maken en de uitvoering versneld efficiënter inrichten.

Dilemma met een uitweg

We willen niet het ‘investeringsfeestje’ van de coalitieakkoorden verstoren. Toch signaleren we een duidelijk dilemma: enerzijds de logische wil van de nieuwe colleges om eindelijk weer te investeren in de gemeenschap, anderzijds de investeringen die nodig zijn in de ambtelijke organisatie. En dat alles met een meerjarig financieel plaatje dat er voor gemeenten vrij onzeker en misschien zelfs ongunstig uitziet.

Met behulp van de volgende instrumenten biedt Berenschot gemeenten een uitweg uit dit dilemma:

  • Benchmark van het ambtelijk apparaat. Dit onderzoek geeft inzicht in waar uw ambtelijke organisatie nog vet op de botten heeft en welke afdelingen onder een kritische grens zakken.
  • Financiële impactanalyse van de Omgevingswet. Deze impactanalyse, die wij reeds voor diverse gemeenten hebben uitgevoerd, gaat verder dan het model van VNG/Deloitte. Dit onder meer dankzij de financiële vertaling van de verschillende invoeringsscenario’s van de Omgevingswet.
  • Ketendoorlichting van het sociaal domein. Om ruimte voor verbeteringen in kaart te brengen, ontleden we het beleids- en uitvoeringsproces in herkenbare stappen. Deze worden doorgelicht, gewaardeerd en waar mogelijk en nodig voorzien van op de praktijk gerichte aanbevelingen.

Deze blog is onderdeel van onze blogserie Collegeakkoorden onder de loep.