Hoge werkdruk in het onderwijs vraagt om betere organisatie primair proces

Door Jeroen Wismans  en Frank Gortemaker   Tegen de achtergrond van de formatie, zijn in de media veel berichten te lezen over de  noodzaak om extra middelen beschikbaar te stellen voor verbetering van de onderwijskwaliteit.

Door Jeroen Wismans en Frank Gortemaker

Tegen de achtergrond van de formatie, zijn in de media veel berichten te lezen over de  noodzaak om extra middelen beschikbaar te stellen voor verbetering van de onderwijskwaliteit. De heersende gedachte daarbij is dat kwaliteit geld kost en dat geld toevoegen aan het onderwijs zal leiden tot hogere kwaliteit van het onderwijs. Dit is volgens ons een misverstand. Goede kwaliteit hoeft niet duur te zijn. Dit ervaren wij maar al te vaak in onze adviespraktijk.

Een argument dat in de discussies wordt aangevoerd is  lage salariëring van leerkrachten, met name in het primair onderwijs. Hierdoor lopen de goede leerkrachten weg naar andere sectoren, of beginnen goede studenten niet eens aan een lerarenopleiding. Grote klassen is een ander veelgehoorde oorzaak van kwaliteitsproblemen, evenals de hoge werkdruk. Hoewel sommige problemen met gerichte investeringen zouden kunnen worden verholpen (bijvoorbeeld de klassengrootte), is dat nog steeds geen garantie voor hogere kwaliteit. Wij zijn voorstanders van investeren in onderwijs, maar weten ook dat eenvoudigweg meer geld steken in de sector niet vanzelfsprekend leidt tot een hogere kwaliteit van het onderwijs.

In onze ogen blijft de organisatorische kant van onderwijskwaliteit binnen de onderwijsbesturen in de discussies onderbelicht. Een sprekend voorbeeld is wat ons betreft te vinden in het jaarlijkse verslag van de Onderwijsinspectie ‘De Staat van het Onderwijs 2015 - 2016’ dat recent is verschenen. Uit haar onderzoek concludeert de inspectie dat er grote verschillen van kwaliteit bestaan tussen de scholen in Nederland.

Er zijn dus scholen die binnen het huidige stelsel met de beschikbare middelen in staat zijn een betere kwaliteit neer te zetten dan vergelijkbare scholen met dezelfde middelen. Scholen die naast elkaar staan in dezelfde wijk, kunnen toch enorm verschillen van kwaliteit. Waar ligt dat aan? Tot een allesomvattende conclusie komt de inspectie niet, maar wel constateert zij dat op goede scholen goede leerkrachten in de klas staan, dat er een duidelijke visie is, dat er geïnvesteerd wordt in professionalisering van docenten en dat ouders intensief betrokken worden bij de school. Dat zijn alvast eerste aanknopingspunten waarmee onderwijsbesturen een hogere onderwijskwaliteit kunnen organiseren. Niet alle vier de  aanknopingspunten kosten geld, maar zijn eerder een kwestie van goed organiseren.

Een ander aspect dat in de discussies onderbelicht blijft is de betaalbaarheid van de voorgestelde ‘meer-geld-erbij’ oplossingen. Uit meerdere onderzoeken (NOS, AOb en het ministerie van OCW)  is gebleken dat leerkrachten in het primair onderwijs structureel overwerken. Het meest recent gepubliceerde cijfer is 15% overwerk per formatieplaats. Onder ander PO in Actie is van mening dat dit reden is om meer personeel aan te nemen in het primair onderwijs. Dit is echter een kostbare aangelegenheid. In het primair onderwijs werkten in 2015 91.800 fte in een onderwijsgevende functie. Indien dit aantal met 15% dient toe te nemen (de omvang van het gemeten overwerk), dan stijgen de loonkosten met 826.200.000 euro (15% van 91.800 fte =  13.770 fte maal gemiddeld € 60.000 per fte leerkracht). Een andere ‘meer-geld-erbij’ oplossing is het gelijktrekken van de salariëring in het po en vo, waardoor leerkrachten in het primair onderwijs betaald worden op het niveau van het voortgezet onderwijs ( ongeveer €70.000 per formatieplaats). Met deze investering stijgen de loonkosten met 918.000.000 euro (91.800 fte maal €10.000,-). Als wij de twee claims doorrekenen, bedraagt de gevraagde investering 1,74 miljard euro, dat is 17% van het huidige rijksbudget dat OCW besteedt in het primair onderwijs.

Deze doorrekeningen tonen aan dat belangengroepen vragen om forse investeringen. Wij denken dat een investering in onderwijskwaliteit langs de route van meer personeel of hogere salariëring ineffectief kan blijken, naast het feit dat  politiek-maatschappelijke onhaalbaar lijkt. Met meer geld, meer leerkrachten en kleinere klassen bereiken we niet per definitie hogere kwaliteit. Daar komt meer bij kijken, namelijk het slim organiseren van je school. Niet alleen het onderwijsproces, maar ook de aansturing en ondersteuning daarvan.

De grote verschillen in kwaliteit van de aansturing en ondersteuning tussen scholen zien wij ook terug in onze advies- en onderzoeksopdrachten. Zo blijkt uit onze benchmarkonderzoeken al enige jaren dat kwaliteit en kosten geen oorzakelijk verband hebben. Hoge kwaliteit kan bereikt worden tegen lage kosten en vice versa. Beide uitersten komen we in onze onderzoeken tegen. Sterker nog: wij zien met enige regelmaat dat juist scholen die (te) hoge kosten maken ook te maken hebben met kwaliteitsproblemen. Matige kwaliteit van het onderwijs gaat vaak hand in hand met matige kwaliteit van de bedrijfsvoering. Een goede organisatie van een onderwijsinstelling kenmerkt zich door een focus op het primaire proces en daarbij een goede aansturing en ondersteuning van dat primaire proces, waarbij gezocht en gestuurd wordt naar het nuttige en noodzakelijke.

Benchmarkonderzoeken tonen aan dat scholen veel van elkaar kunnen leren waar het gaat om slimme oplossingen in de ondersteuning en het stellen van normen voor het tegengaan van verspilling van middelen die bestemd zijn voor het onderwijs. Dat wil niet zeggen dat een zo klein mogelijke overhead het summum is, want juist een goede ondersteuning van de leerkrachten leidt ertoe dat zij zich kunnen focussen op hun kerntaak, dat is het geven van kwalitatief hoogstaand onderwijs. Dit staat in het verlengde van de conclusies uit het onderzoek van de inspectie waarin benadrukt wordt dat goed onderwijs een kwestie is van voornamelijk immateriële zaken: professionele leerkrachten, een duidelijke visie en betrokkenheid van ouders.

Wat betekent het nastreven van ‘een goede organisatie van het onderwijs’ nu voor individuele scholen en schoolbesturen? Voor hen zal gelden dat zij zich deels herkennen in de uitkomsten van de onderzoeken, maar deels ook niet. Wij adviseren iedere school om drie stappen te doorlopen:

Ken uzelf.

Meten is weten, onderzoek uw eigen situatie. Wat is volgens u een ‘goede organisatie van het onderwijs’ passend in uw omgeving (de ideaalsituatie)? Waar staat uw school ten opzichte van die ideaalsituatie? Stel uzelf daarbij de vraag hoe het gesteld is met:

  • De (gewenste) kwaliteit van het onderwijs op uw school?

    - De kwaliteit en professionaliteit van uw primaire proces?
    - De kwaliteit en professionaliteit van de overhead?
    - Heeft u een duidelijke en gedeelde visie op kwaliteit?
    - Op welke wijze zijn ouders betrokken?

    • De werkdruk en werklast van uw leerkrachten?

    - Hoe wordt de werkdruk ervaren?
    - Wat is de werkbelasting (taken en uren)?
    - Hoe staat het met ziekteverzuim?

    Leer van anderen.

    Er zijn verschillende manieren om te leren van andere scholen of schoolbesturen. Voorbeelden zijn benchmarkonderzoeken of het delen van best practices, maar ook het bezoeken van evenementen waar kennis over kwaliteit van onderwijs wordt gedeeld zijn een goede inspiratiebron.

    Kom in actie.

    Nadat u uzelf onder de loep heeft genomen en te rade bent gegaan bij anderen in uw omgeving is scherp geworden waar u staat en welke acties noodzakelijk zijn om uw school te verbeteren en welke kosten hieraan eventueel verbonden zijn. Als dit nog niet het geval is, dan is het verstandig om de voorliggende stappen te herhalen.

    Mogelijke oplossingen voor verbetering van onderwijskwaliteit en/of het tegengaan van werkdruk zijn:

    • Professionaliseringstrajecten (Individueel / Teamgericht)
    • Organisatieontwikkeling (Missie/visie ontwikkeling, Organisatie inrichting, Taakverdeling leerkracht – ondersteuning – directie)
    • Werkdrukmaatregelen (Zelfstandige regelruimte leerkracht bevorderen, Leerkrachten ontlasten met betere ondersteuning, Leerkrachten toerusten voor contact met ouders)

    Welke richting of oplossing er ook gekozen wordt, belangrijk is dat de gekozen maatregelen kunnen rekenen op voldoende draagvlak in de organisatie en eventueel bij ouders en leerlingen.

    Interesse? Reageer of stuur ons een bericht.

    Wilt u met ons doorpraten over de omvang van uw formatie of werken aan de professionaliteit van uw personeel? Berenschot heeft adviseurs op meerdere expertisegebieden die u graag ondersteunen met werklastonderzoeken, inrichting van uw organisatie, benchmarks of professionaliseringstrajecten. Wanneer u contact opneemt bedenken wij met u de best passende oplossing voor uw organisatie.