Gemeentelijke samenwerking rond transformatie Jeugdzorg: Waarom zou je samenwerken?

Nu de organisatie van Jeugdzorg ruim twee jaar bij gemeenten is belegd en het stof rond de transitie langzaam neerdaalt, is het een goed moment om de balans op te maken. Berenschot deed begin 2017 onderzoek naar waar gemeenten nu staan en de keuzes en prioriteiten in de organisatie van Jeugdzorg.

Nu de organisatie van Jeugdzorg ruim twee jaar bij gemeenten is belegd en het stof rond de transitie langzaam neerdaalt, is het een goed moment om de balans op te maken. Berenschot deed begin 2017 onderzoek naar waar gemeenten nu staan en de keuzes en prioriteiten in de organisatie van Jeugdzorg.  Door middel van een enquête onder 28 gemeenten en 4 inkooporganisaties kregen we inzicht in de praktijk: wat is er tot nu toe bereikt, en hoe bereik je de volgende stap, transformatie, volgens verschillende partijen?

Een nieuwe fase met nieuwe uitdagingen

Waar de aandacht van gemeenten aanvankelijk vooral uitging naar het waarborgen van continuïteit van Jeugdzorg en het opbouwen van kennis, lijken zij nu in een volgende fase te zijn beland. De transformatie en kostenbeheersing staan hierin centraal. Gemeenten besteden het meeste aandacht aan preventie en algemene voorzieningen, in plaats van individuele voorzieningen, zo blijkt uit het onderzoek. Ook streven zij er in deze fase naar, waar mogelijk, zorg af te schalen. Dit leidt tot nieuwe uitdagingen, bijvoorbeeld op het gebied van administratie.

In deze fase is het van belang in samenhang met beleidskeuzes de bekostiging organiseren. Als eerste stap zijn de meeste gemeenten begonnen met productbekostiging, en verreweg de meeste gemeenten werken hier nu mee. Echter blijkt de overtuiging te heersen dat transformatie en lagere kosten worden bevorderd door andere vormen van bekostiging, zoals output- of populatiebekostiging. Hierdoor worden aanbieders meer geprikkeld om goedkopere zorg aan te bieden. Deze verandering gaat niet vanzelf: een nieuwe vorm van bekostiging vraagt om meer specifieke kennis bij gemeenten, bijvoorbeeld over het formuleren en meten van het resultaat. Daarnaast is in de beweging richting populatiebekostiging informatie nodig op wijkniveau om tot adequate toewijzing van middelen te komen. Een constante evaluatie is hierbij wenselijk, met bijvoorbeeld een goede vergelijking tussen gebieden, die liefst niet allemaal dezelfde aanbieder hebben.

Over het algemeen ervaart iets minder dan de helft van de deelnemers echter dat zij onvoldoende basis hebben om beleid op te baseren (zie Figuur 1); een zorgelijke constatering. Dat informatieverstrekking tussen en aanbieders een essentiële schakel in goede zorg is, werd onlangs onderstreept door rechterlijke uitspraken in de gemeenten Alphen aan de Rijn, Kaag en Braassem.

Figuur 1. Huidige stand van zaken rond dataverzameling en analyse voor beleid, door gemeenten en inkooporganisaties.


Eerste effecten zichtbaar

Over 2016 geeft meer dan de helft van de deelnemende gemeenten aan dat zij effect zien op het gebied van grip op de toegang tot zorg. Ook het organiseren van ‘’trap af’’, van complex naar minder complexe zorg, en preventie en algemene voorzieningen, laten al positief resultaat zien. In 2017 kunnen we volgens gemeenten ook effecten verwachten op het gebied van goedkopere zorg.

Zet in op overleg met aanbieders en versterk preventie

Gemeenten hebben een gevarieerd beeld bij de meest belangrijke, concrete maatregelen om transformatie te bereiken. Inhoudelijk overleg met aanbieders over een nieuwe aanpak en over bekostiging wordt door de meerderheid gezien als succesfactor. Ook het versterken van preventie en algemene voorzieningen wordt als belangrijke maatregel genoemd. Enkele gemeenten zien het weghalen van de concurrentieprikkel tussen aanbieders, en het weghalen van de productieprikkel als meest kansrijke middel om tot transformatie te komen. Ook innovatie als maatregel, bijvoorbeeld door het opstellen van een innovatieagenda, wordt genoemd. Een ander geluid vanuit een gemeente is dat er niet één belangrijkste maatregel is, maar dat het gaat om  het geheel aan maatregelen.

Samen of alleen?

De verschillende aspecten van het organiseren van jeugdzorg, zoals strategie, beleid, inkoop, uitvoering, evaluatie, kunnen alleen óf in samenwerking worden uitgevoerd. Het onderdeel toegang tot jeugdzorg is in Nederland vrijwel overal lokaal georganiseerd, waar contractering vaak gezamenlijk wordt aangepakt, aldus de deelnemende partijen. We zien dat de overige onderdelen van het inkoopproces heel verschillend worden georganiseerd. Gemeenten zoeken vooral de samenwerking wanneer zij een gedeeld belang ervaren, of een vergrote expertise. Soms kiezen zij ervoor onderdelen in een aparte organisatie te plaatsen. Wanneer zij dit doen varieert het aantal fte van deze aparte organisatie van 6 tot 15.

Hoe nu verder?

We zien dat gemeenten nog aan het begin staan van het inzetten van de transformatie. Om daadwerkelijk stappen te maken in het ontwikkelen van nieuwe producten, het realiseren van lagere kosten en afschaling van zorg, is het van belang op iedere stap in de keten voortgang te maken. In onze adviespraktijk zien we dat dit vraagt om een integrale aanpak over de stappen heen. Dus: verruim als gemeente de blik, houdt het overzicht, durf keuzes te maken en trek waar mogelijk op met aanbieders.

Maarten Adelmeijer en Lonneke Taks (adviseurs bij Berenschot)