Uitvoering energietransitie in de regio: dé grote uitdaging

De nieuwe gemeentebestuurders hebben veel aandacht voor de energietransitie. Een groot deel van de colleges wil de energietransitie (deels) in regionaal verband oppakken, blijkt uit een analyse van Berenschot van de coalitieakkoorden. Dat is maar goed ook, want het Klimaatakkoord wordt straks voor een groot deel in de regio uitgevoerd.

De nieuwe gemeentebestuurders hebben veel aandacht voor de energietransitie. Een groot deel van de colleges wil de energietransitie (deels) in regionaal verband oppakken, blijkt uit een analyse van Berenschot van de coalitieakkoorden. Dat is maar goed ook, want het Klimaatakkoord wordt straks voor een groot deel in de regio uitgevoerd. Regionale energiestrategieën moeten niet alleen invulling geven aan de doelstellingen voor de opwekking van duurzame energie en de overgang naar aardgasvrije wijken, maar vooral ook zorgen voor draagvlak voor de energietransitie. Op basis van onze analyse kunnen we concluderen dat de intentie er is, maar dat de uitvoering vaak nog moet worden uitgewerkt.

Regionale energiestrategie

Volgens de hoofdlijnen voor een Klimaatakkoord staan regio’s aan de lat om de ambities op het gebied van de opwekking van duurzame energie op land en aardgasvrije wijken uit te werken. Een forse klus, waarvoor regio’s medio 2019 met een eerste ‘bod’ moeten komen. Het is daarom opvallend dat de term ‘regionale energiestrategie’ nauwelijks in de coalitieakkoorden voorkomt[1]. Zijn colleges alleen bezig met de lokale dynamiek? Kennelijk niet,  aangezien in meer dan de helft van de coalitieakkoorden het woord ‘regio’ in de context van energie wordt genoemd. Zo melden veel van de akkoorden dat de gemeente regionaal gaat samenwerken voor het vinden van locaties voor wind- en zonne-energie. De meeste colleges willen hun energieambities dus wel (deels) regionaal uitwerken.

Draagvlak

De regionale energiestrategieën moeten gaan zorgen voor draagvlak. In de meeste akkoorden is in de passages over energie het woord ‘inwoners’ terug te vinden; en in ongeveer de helft ervan ook het woord ‘bedrijven’. Gemeentebestuurders hechten er kennelijk aan om de energietransitie samen met inwoners en bedrijven vorm te gaan geven. Dat is ook niet gek, gezien de verregaande impact van de energietransitie én de beperkte invloed die de gemeente heeft op duurzame keuzes. Denk aan mobiliteitskeuzes van burgers en bedrijven en de investeringen die zij doen om hun woning of pand te isoleren. In veel gevallen ontbreekt echter nog een strategie voor participatie om daadwerkelijk draagvlak en/of commitment te krijgen.

Opwekking duurzame energie

De opwekking van duurzame energie op land is één van de doelstellingen uit het Klimaatakkoord, die straks met regionale energiestrategieën gerealiseerd moet worden. Het is zonneklaar dat we meer hernieuwbare energie moeten gaan opwekken. Arjen Lubach zette in Zondag met Lubach op humoristische wijze uiteen dat twee derde van Nederland groene stroom gebruikt, maar dat nog lang geen twee derde van de Nederlandse stroom hernieuwbaar wordt opgewekt. We willen groene stroom gebruiken, maar de opwekking van groene stroom door windmolens of zonnevelden is omstreden.

Deze tegenstelling is voelbaar in de coalitieakkoorden. De meeste akkoorden noemen energie uit zon en/of wind. Vaak wordt ook het verband gelegd met de ruimtelijke afweging die hiervoor nodig is. Doelstellingen zoals energieneutraal zijn in 2050 worden wel omarmd, maar de uitvoering blijft nog vaag, met zinnen als ‘We stimuleren de opwekking van duurzame energie waar het kan.’ Of: ‘Samen met burgers en energiecoöperaties gaan we de mogelijkheden van lokale energieopwekking uitwerken.' In het coalitieakkoord van de gemeente Alphen aan den Rijn wordt de ambitie voor de opwekking van duurzame energie wel concreet: ‘Er wordt in overleg met de provincie en regio voldoende ruimte gereserveerd voor zonneweides om de duurzame-energiedoelstellingen te behalen.’

Aardgasvrije wijken

Ook de warmtetransitie maakt deel uit van de regionale energiestrategieën. Landelijk is afgesproken dat gemeenten ernaar streven vóór 2021 planningen vast te stellen in de gemeenteraad voor de transitie van de gebouwde omgeving naar aardgasvrij. Uit ervaringen van koplopers zoals de gemeente Utrecht weten we dat dit nogal wat voeten in de aarde heeft. De warmtetransitie is technisch en organisatorisch complex én heeft een grote impact op burgers en bedrijven. Panden moeten worden verbouwd, waarvoor eigenaren zoals het er nu naar uitziet in veel gevallen een (forse) investering zullen moeten doen.

Warmte lijkt in de coalitieakkoorden desondanks een wat minder prominente plek te krijgen dan opwekking. De woorden ‘warmte’ en/of ‘wijk’ worden in relatie tot energie in iets minder dan de helft van de coalitieakkoorden genoemd. De NOS schetst op basis van eigen onderzoek een iets optimistischer beeld: circa twee derde van de coalitieakkoorden zou aandacht hebben voor de transitie naar aardgasvrije wijken. Echter, zo stelt de NOS in haar analyse, slechts zo’n 14% van de onderzochte akkoorden bevat daar ook concrete plannen voor.

En nu aan de slag!

Kortom, met de coalitieakkoorden ligt er een bestuurlijke opdracht om aan de slag te gaan met de regionale energietransitie. Het gebrek aan aanzetten voor de uitvoering staat echter op gespannen voet met de ambitieuze planning van het Klimaatakkoord. Voor 2030 moet 35 TWh groene stroom opgewekt gaan worden op land: twee keer zoveel als de totale productie van groene stroom in 2017. Die planning lijkt moeilijk haalbaar voor gemeenten die nu nog moeten starten met het verkennen van de mogelijkheden voor wind of zon, én daarvoor nog draagvlak moeten organiseren.

Willen de colleges hun ambities realiseren, dan is het raadzaam snel naar de uitvoering toe te werken. Berenschot geeft hiervoor drie adviezen:

  • Breng de ambtelijke capaciteit op orde, zowel binnen de gemeente als voor het regionale proces. In de praktijk is dit vaak een knelpunt: een medewerker die één dag in de week heeft voor duurzaamheid, kan niet de warmtetransitie in de gemeente van de grond krijgen. Voor kleine gemeenten kan kennis-pooling in de regio uitkomst bieden.
  • Blijf niet hangen in beleidsvorming, maar ga gelijk met private en maatschappelijke partijen aan de slag om de uitvoering te versnellen. Zo kan de gemeente bij het vervangen van het riool gelijk rekening houden met eventuele warmte-infrastructuur, ook als er nog geen warmtevisie is vastgesteld.
  • Ga niet het wiel opnieuw uitvinden, maar leer van gemeenten en regio’s die al goed op weg zijn met de uitvoering van de energietransitie.

Wij wensen alle colleges en regio’s veel succes met het realiseren van hun energieambities!

Deze blog is onderdeel van onze blogserie Collegeakkoorden onder de loep.

[1] In 8 van de 251 geanalyseerde akkoorden komt een van de volgende woorden voor: regionale energiestrategie, regionale energie- en klimaatstrategie, RES of REKS.