Leidend uitgangspunt bij Cello: een goed leven voor de cliënt

Eén van de zorgaanbieders die jaarlijks deelneemt aan de Benchmark Care van Berenschot is Cello. De 2.300 medewerkers en 1.000 vrijwilligers van deze organisatie begeleiden ruim 2.000 kinderen en volwassenen met een (veelal verstandelijke) beperking bij wonen, werken, dagbesteding, logeren en vrije tijd.

Eén van de zorgaanbieders die jaarlijks deelneemt aan de Benchmark Care van Berenschot is Cello. De 2.300 medewerkers en 1.000 vrijwilligers van deze organisatie begeleiden ruim 2.000 kinderen en volwassenen met een (veelal verstandelijke) beperking bij wonen, werken, dagbesteding, logeren en vrije tijd. Cello biedt deze begeleiding zowel in intramurale als extramurale setting. Dit onder het motto ‘ik zie jou’.

Deze zorgaanbieder presteert structureel goed, zowel kwalitatief als financieel. De cliënt- en medewerkerstevredenheid ligt rond de 8. Het verzuim is met 4,9% significant lager dan de gemiddelde 5,8% bij andere gehandicaptenzorgaanbieders. In 2017 won Cello de Nationale HR Zorg Award voor het project Leer en Versterk, waarbij medewerkers, studenten én cliënten samen leren. Ook de financiële positie van Cello is uitstekend en jaar na jaar beter.

Gelijkwaardige relatie

De vraag is: hoe doet Cello dat? Dat begint bij een heldere visie. Bij Cello is dat ‘een goed leven voor de cliënten’. “Wij willen dat mensen met een beperking, net als anderen, hun eigen leven leiden en zo als persoon en als lid van de samenleving tot hun recht kunnen komen. De driehoek cliënt, verwanten en professionals vormt hierbij de basis”, aldus Toine van der Pol, één van de twee bestuurders van Cello. “Veel van onze cliënten wonen hun hele leven bij Cello. Hun directe zorgprofessionals en medebewoners staan vaak even dichtbij als hun verwanten, zo niet dichter. Met elkaar geven zij direct invulling aan een goed leven voor cliënten. Ze moeten het samen doen.”

Hoewel Cello veel belang hecht aan een gelijkwaardige relatie, staat dit soms op gespannen voet met de afhankelijke positie van de cliënten. “We zeggen dat we binnen de driehoek werken op basis van gelijkwaardigheid. Maar is dat wel écht zo? En waar kan dat beter? We moeten er met elkaar scherp op blijven dat ‘een goed leven voor onze cliënten’ geen holle frase wordt, maar een leidend uitgangspunt is. En dat is in de praktijk niet altijd even makkelijk”, stelt Van der Pol. Daarom houdt Cello continu de betekenis van haar visie en kernwaarden in het oog. “We hebben de afgelopen periode met elkaar nog eens kritisch gekeken naar hoe we als mens in ons werk staan en naar onze eigen kernwaarden. Dit mede op basis van het VN-verdrag rondom de rechten van mensen met een beperking.”

Legitimatie en kompas

Na het gezamenlijk doordenken van een visie en kernwaarden is de volgende stap om er met elkaar daadwerkelijk naar te handelen. “We hebben niets aan een ingewikkeld stuk proza dat niemand kan navertellen. Het gaat erom dat je komt tot een aantal leidende en makkelijk uit te leggen principes, waar iedereen een beeld bij heeft. En dat is belangrijk! Onze medewerkers moeten namelijk regelmatig letterlijk kunnen uitleggen waarom ze doen wat ze doen. Nu veel meer dan bijvoorbeeld twintig jaar geleden”, zegt Van der Pol.

Vervolgens is het in zijn ogen vooral een kwestie van het erover blijven hebben en de vertaling te maken naar de dagelijkse praktijk. “De vraag ‘op welke manier draagt wat ik nu doe bij aan een goed leven voor mijn cliënt?’ is altijd top of mind bij elke medewerker van Cello, zowel binnen het primaire zorgproces als de ondersteunende diensten. Onze kernwaarden vormen nu daadwerkelijk onze legitimatie en ons kompas.”

Vitale teams

Echt een bijdrage kunnen leveren aan een goed leven voor cliënten valt of staat volgens Van der Pol met goed personeel. Hij loopt een paar keer per maand mee in verschillende zorgteams en spreekt met veel respect over hen. “Mensen gaan vaak in de zorg werken vanuit een intrinsieke motivatie of persoonlijke betrokkenheid. Vervolgens moeten zij zich het vak wel eigen maken. Werken in de zorg is een professie en niet voor iedereen weggelegd. Je kunt wat mij betreft ook niet spreken van de zorgmedewerker. Elke doelgroep en elke locatie vraagt om specifieke kwaliteiten. Het is belangrijk dat onze medewerkers het vak beheersen, zich prettig voelen bij Cello en trots zijn op wat zij bereiken. Anders kunnen zij niet optimaal bijdragen aan een goed leven voor onze cliënten.”

Medewerkers werken in wat Cello ‘vitale teams’ noemt. De driehoek staat daarbij centraal en krijgt zo veel mogelijk autonomie. De teams hebben de ruimte om naar eigen inzicht optimaal aan te sluiten op de wensen en behoeften van de cliënt. Managers hebben hierbij een coachende en faciliterende rol. “We proberen het naar cliënten en verwanten zo simpel mogelijk te houden. Zij zien de driehoek. Geen cliënt of verwant is geïnteresseerd in hoe die achter de schermen georganiseerd is”, zegt Van der Pol. “Dit neemt echter niet weg dat ook de collega’s buiten de directe zorg een belangrijke bijdrage leveren aan een goed leven voor onze cliënten. Zij moeten de driehoek daarin optimaal faciliteren.”

De kunst van het verwonderen

Cello kijkt daarom kritisch naar de omvang en toegevoegde waarde van de overhead en probeert deze voortdurend verder te optimaliseren. De omvang van de overhead wordt centraal gemonitord, besproken en bepaald in het MT, en beweegt mee met de omvang van het primaire proces. Voor iedereen binnen de organisatie is zo helder ‘wie waarvan is’. “Doel is niet om meer winst te maken, maar om een zo groot mogelijk deel van ons budget te kunnen besteden aan goede zorg voor onze cliënten”, stelt Van der Pol. “En omdat we onze overhead effectief en efficiënt hebben georganiseerd, zijn wij in staat om meer zorg te bieden dan de indicatie voorschrijft. Daar zijn we trots op!”

Continu verbeteren blijft van belang, omdat medewerkers ongemerkt hun eigen vaste werk- en leefpatronen ontwikkelen. “Het is daarom de kunst ons te verplaatsen in onze cliënten en onszelf oprecht te blijven verwonderen. Niet denken en invullen voor elkaar, maar vooral met elkaar!”, betoogt Van der Pol. “Als ik zeg dat we daarin 100% slagen, zouden we klaar zijn. En dat is niet zo. Het kan altijd beter. Daarom vind ik dat we ons bescheiden moeten opstellen. We doen in ieder geval elke dag onze stinkende best.”

Deze blog is geschreven door Marvin Hanekamp en Rika van Scherrenburg, met speciale dank aan Toine van der Pol, bestuurder bij Cello.