Het Openbaar Bestuur in verkiezingsprogramma's: introductie

In heel bestuurlijk Nederland zijn de verwachtingen hooggespannen: op 15 maart worden landelijke verkiezingen gehouden. De uitslag heeft hoe dan ook grote consequenties voor de overheid als geheel. Weliswaar vormen de gemeenten, provincies en waterschappen autonome bestuurslagen, toch zijn ze afhankelijk van de Rijksoverheid.

In heel bestuurlijk Nederland zijn de verwachtingen hooggespannen: op 15 maart worden landelijke verkiezingen gehouden. De uitslag heeft hoe dan ook grote consequenties voor de overheid als geheel. Weliswaar vormen de gemeenten, provincies en waterschappen autonome bestuurslagen, toch zijn ze afhankelijk van de Rijksoverheid. Al is het alleen maar omdat het Rijk als ‘hoogste wetgever’ uiteindelijk het laatste woord heeft over de regels. En, niet onbelangrijk, over de financiën.

Valt er íets te zeggen over de toekomst van het Openbaar Bestuur in de komende kabinetsperiode? Naar de stembusuitslag kunnen we alleen maar gissen (en peilen), maar inhoudelijk weten we in ieder geval wel waar de deelnemende partijen staan. Omdat niet iedereen alle verkiezingsprogramma’s integraal op dit thema zal lezen, bekijk ik wekelijks een verkiezingsprogramma op het thema ‘Toekomst van het Openbaar-Bestuur’. Mijn collega Vincent van der Vlies doet dit trouwens ook voor het thema “Veiligheid”.

Hoe laten de politieke partijen het Openbaar Bestuur terugkomen in het programma? Ten eerste de afbakening. Het gevaar bestaat dat het gehele verkiezingsprogramma wordt geschaard onder ’Openbaar Bestuur’. Het verkiezingsprogramma gaat immers bij uitstek over de plannen die een partij heeft met betrekking tot de overheid. Daarom hanteer ik de lijn dat ik alleen de inrichting en de werking van het Openbaar Bestuur meeneem, en niet de beleidsdoelstellingen die met dat Openbaar Bestuur worden nagestreefd. Ook voorstellen tot innovaties neem ik mee, zoals democratische vernieuwing en plannen om technieken als datagedreven sturing in te zetten om de beleidsvorming te verbeteren.

Ik neem dus de inrichting, werking en innovatie van de overheid mee in de beschrijving: komen deze terug in de verkiezingsprogramma’s, en zo ja hoe? Met 'terugkomen' bedoel ik dan of het onderwerp überhaupt wordt behandeld en welke specifieke thema’s aan de orde komen.

Helaas zijn de financiële paragrafen van de verkiezingsprogramma’s nog niet bekend. Vanouds staan deze ‘boter bij de vis’-staatjes achterin het programma, maar worden zij als eerste bekeken. Deze keer komen de optel- en aftreksommen pas uit als de actuele CPB-cijfers over de toekomst van de economie bekend zijn. Wanneer de doorgerekende verkiezingsprogramma’s zijn gepresenteerd, maak ik daarvan een overzicht.

Ik behandel de verkiezingsprogramma’s van de partijen in alfabetische volgorde. Omdat er nog negen weken zijn tot de verkiezingen, beperk ik mij tot de negen grootste partijen in de gecombineerde peilingen (peilingwijzer). Aan het eind van de reeks volgt nog een overzicht van de bevindingen.

Tot slot: ik hoor het graag als ik iets essentieels mis of verkeerd interpreteer. Neem dus gerust contact met mij op via Philip van Veller; dan pas ik eventuele inhoudelijke hiaten aan.