Het Openbaar Bestuur in verkiezingsprogramma's: overzicht en financiën

In mijn blogs heb ik in de afgelopen weken per partij behandeld hoe het Openbaar Bestuur in de verkiezingsprogramma’s van de grootste partijen (in de peilingen) terugkomt. Hierbij een overzicht van de highlights, en de beloofde inkijk in de financiële plannen van de partijen.

In mijn blogs heb ik in de afgelopen weken per partij behandeld hoe het Openbaar Bestuur in de verkiezingsprogramma’s van de grootste partijen (in de peilingen) terugkomt. Hierbij een overzicht van de highlights, en de beloofde inkijk in de financiële plannen van de partijen.

Inrichting en werking

Niet alle partijen gooien alles overhoop als het over de inrichting en werking van het Openbaar Bestuur gaat. Maar opgeteld is toch sprake van behoorlijk wat plannen. Hieronder loop ik van de EU, via Rijksoverheid, provincies en waterschappen tot de gemeenten langs wat de belangrijkste voorstellen zijn.

EU

In vrijwel alle gevallen komt de EU terug in de programma’s als onderwerp. Aan de uiteinden van het spectrum staan D66 (Europa geeft ons slagkracht, en waar dat nodig is geven we onze eigen schijn-soevereiniteit op) en de PVV (Nederland weer onafhankelijk. Dus uit de EU). De SP gaat iets minder ver dan de PVV: een referendum over een afgeslankte EU.

De VVD wil een daadkrachtig optreden, maar dan wel op belangrijke, grensoverschrijdende kerntaken. Verder staan de liberalen open voor een Europa van verschillende snelheden en bestemmingen. Ook de PvdA wil geen ‘federalistische stappen’ van de EU, maar daadkrachtig optreden.

De ChristenUnie bepleit een serieus herontwerp van het Europese gebouw. Daarbij wordt het initiatiefrecht van de Commissie bijvoorbeeld vergaand teruggedraaid. De SP wil de Europese commissie afschaffen. D66 wil minder veto’s, een steviger mandaat voor Europees Parlement en de Europese Commissie, Europese kieslijsten bij Europese verkiezingen, een meer democratische Europese senaat ter vervanging van de raad en uiteindelijk een gekozen voorzitter. GroenLinks pleit voor een betere controle door het Europees Parlement, minder nationale veto’s en een grotere betrokkenheid van nationale parlementen bij de Europese besluitvorming. Het Europees Parlement krijgt initiatiefrecht. De VVD oppert verder nog dat het Europees Parlement op één plaats moet vergaderen, net als de Raad.

Rijksoverheid

Allereerst het kabinet. Het wordt druk in de Trêveszaal als het aan de verschillende partijen ligt. Hier en daar worden extra of speciale ministersposten geclaimd:

  • Coördinerend minister voor Ouderenzaken (50PLUS)
  • Minister voor Klimaat en Energie (D66)
  • Minister van Klimaat en Duurzame Economie (GroenLinks)
  • Minister van Innovatie en Duurzaamheid (50PLUS)
  • Minister voor Familie en Gezin (CDA)
  • Coördinerend minister voor Jeugd en Gezin (ChristenUnie)
  • Minister voor Landbouw, Natuur en Voedsel (CDA).

Maar sommige ministers zien we misschien niet meer terug. Het CDA wil de minister voor Wonen afschaffen. Maar vooral de functie van minister van Veiligheid en Justitie is aan kritiek onderhevig. Wat D66, de SP en GroenLinks betreft gaat de politie terug naar BZK. D66 bepleit een direct gekozen minister-president.

Dan het parlement. In januari werd de staatscommissie parlementair stelsel onder leiding van CdK Johan Remkes ingesteld, die gaat onderzoeken of er veranderingen nodig zijn in het parlementaire stelsel en de parlementaire democratie. Vooruitlopend daarop komen de partijen met uiteenlopende aanbevelingen. 50PLUS wil de Eerste Kamer afschaffen. Ook wil zij een kiesdrempel voor de Tweede Kamer van 3%. De VVD wil dat wordt gekeken naar het invoeren van een kiesdrempel en het afschaffen van lijstverbindingen. De ChristenUnie is juist expliciet tegen kiesdrempels. Het CDA komt met het plan voor een nieuw parlementair kiesstelsel, waarbij een stem voor een landelijke en een stem voor een regionale kandidaat kan worden uitgebracht. Volgens de ChristenUnie mag de Tweede Kamer in principe niet meer tussentijds worden ontbonden. Slechts eens per vier jaar wordt er gestemd over de Tweede Kamer. De PvdA wil experimenten met nieuwe vormen van democratische betrokkenheid, uitgevoerd op initiatief en als verantwoordelijkheid van het parlement. De leeftijdsgrens voor actief kiesrecht wordt bij GroenLinks verlaagd naar 16 jaar.

Provincies

Onder 50PLUS worden de provincies afgeschaft. De SP wil de provincies juist meer wettelijke instrumenten geven om in te grijpen wanneer gemeenten elkaar beconcurreren en gemeentelijke plannen elkaar tegenwerken. D66 bepleit een direct gekozen Commissaris van de Koning. GroenLinks wil dat de Provinciale Staten de Commissaris van de Koning kiezen.

De regionale laag tussen gemeenten en provincies krijgt ook aandacht. De ChristenUnie heeft een compleet hoofdstuk over investeren in de regio om de economie te versterken. Daarbij gaat het niet alleen over de krimpregio’s. Het CDA besteedt ook aandacht aan (krimp)regio’s. De VVD stelt krachtige gemeenten in de regio’s voorop. Gemeenteraden moeten hun controlerende taak kunnen uitoefenen. De VVD wil daarom dat transparant is welke besluiten in samenwerkingsverbanden worden genomen. Het verkiezingsprogramma van D66 gaat met name in op de stedelijke regio’s. Deze stedelijke regio’s moeten de mogelijkheid krijgen taken van de provincie over te nemen, en ‘provincievrij’ te worden. Via deze weg ontstaat zo in de komende jaren perspectief op een binnenlands bestuur met slechts twee bestuurslagen, de landelijke en de gemeentelijke, aldus D66.

Waterschappen

Weinig nieuws voor de waterschappen dit keer. De waterschappen komen niet in alle verkiezingsprogramma’s voor. De ChristenUnie bepleit een modernisering van de regelgeving ten aanzien van de waterschappen voor een toekomstbestendig waterbeheer. De VVD wil dat alle leden van de waterschappen democratisch worden gekozen. Ook de PvdA vindt dat alle zetels in het algemeen bestuur van een waterschap rechtstreeks gekozen dienen te worden; ook het gedeelte dat nu wordt aangewezen door belangengroeperingen. D66 bepleit een direct gekozen Dijkgraaf.

Gemeenten

De gemeenten worden over het algemeen positief genoemd als overheidslaag dicht bij de burger. Bij de VVD bijvoorbeeld: Wil de overheid wat kunnen betekenen, dan moet ze ook echt naar de individuele persoon kijken. De gemeente kan dat beter dan Den Haag. D66 wil dat de gemeenten die regionaal samenwerken moeten fuseren tot een omvang die beter aansluit bij hun maatschappelijke opgaven en taken. Gemeenten moeten de ruimte krijgen zelf fusiepartners te kiezen. De omvang van de nieuwe gemeente kan die van een huidige provincie zijn. De VVD vindt het goed dat gemeenten naar zichzelf kijken of zij sterk genoeg zijn om taken uit te voeren, en als dat nodig is fuseren met andere gemeenten. De ChristenUnie wil alleen herindeling van gemeenten wanneer dit een wens is van gemeenten zelf.

50PLUS wil dat verkiezingen niet meer in alle gemeenten op dezelfde dag gehouden maar op verschillende momenten. De VVD heeft een voorstel voor tussentijdse verkiezingen waar nodig: “Voor die gevallen waarin het gemeentelijk of provinciaal bestuur niet meer functioneert, willen we een experiment met de mogelijkheid voor de minister om tussentijds nieuwe verkiezingen uit te schrijven in een gemeente, provincie of waterschap”. D66 bepleit een direct gekozen burgemeester. GroenLinks wil dat de gemeenteraad de burgemeester kiest.

In het ‘Belastingakkoord’ voor deze verkiezingen is afgesproken dat het gemeentelijk belastinggebied zal worden uitgebreid. Het nieuwe kabinet gaat dit verder uitwerken. 50PLUS keert zich tegen deze uitbreiding van de gemeentelijke belastingen. ChristenUnie en D66, zijn expliciet voor. Ook de VVD schaart zich achter de plannen om gemeenten mee belastingruimte te geven, mits dit de totale belastingdruk niet vergroot en geen inkomenspolitiek wordt bedreven.

Innovatie

Onder ‘innovatie’ versta ik ideeën om het Openbaar Bestuur te vernieuwen, bijvoorbeeld op democratisch gebied. Het referendum in de huidige vorm wordt kritisch bekeken. De VVD en het CDA willen het huidige raadgevend referendum afschaffen. GroenLinks wil een procedure ontwikkelen om deliberatieve democratie in te zetten; deze komt dan in plaats van de referendumwet. D66 wil de huidige referendumwetgeving aanpassen als het gaat om internationale verdragen (inclusief de EU als zodanig). De PvdA wil het raadgevend referendum meenemen in onderzoeken hoe verschillende vormen van burgerbetrokkenheid en directe democratie kunnen worden ingezet. De SP wil zo snel mogelijk invoering van een correctief (in plaats van raadgevend) referendum én de mogelijkheid van een volksinitiatief. 50PLUS en de PVV pleiten voor bindende (regionale en landelijke) referenda. Burgers en verenigingen krijgen van het CDA het ‘right to challenge’, oftewel de mogelijkheid om de uitvoering van collectieve voorzieningen zelf ter hand te nemen. Het uitdaagrecht (right to challenge) wordt ook door D66 omarmd, die ook andere buurtrechten noemt voor initiatiefrijke burgers, net als de G1000 en de Democratic challenge. GroenLinks bepleit dat buurtrechten (recht om te bieden, uit te dagen en te plannen) wettelijk worden verankerd. En ook wat de SP betreft krijgen burgers meer zeggenschap over de inrichting van en de voorzieningen in hun buurt. De VVD bekijkt buurtapps, wijkpreventieteams en burgerfora vooral in het kader van de vergroting van de veiligheid in de buurt en het aanpakken van verloedering. De PvdA is het eens met de ruimte voor burgerinitiatieven, en wil daarbij ondersteuning van mensen die hier niet zelf toe in staat zijn, om te voorkomen dat het vergroten van de zelforganisatie ongelijkheid vergroot.

Digitale overheid

In veel programma’s wordt iets gezegd over de digitale overheid. Vaak is dat in termen van de bedreigingen die dat kan opleveren (privacy), en/of bedreigingen die op die digitale overheid afkomen (cybercriminaliteit). Bij D66 krijgen technologie en internet een centrale rol in het kabinetsbeleid, en komt er een Digitale Driehoek voor technologie- en internetbeleid, bestaande uit de ministeries van Binnenlandse Zaken, Justitie en Economie en Technologie (kennelijk een nieuwe naam voor het huidige Economische Zaken). De ChristenUnie wil een expertisecentrum waar burgers en het bedrijfsleven met vragen terecht kunnen over (big) data en de bescherming van privacy. De CU bepleit verder transparantie over de systemen die worden gebruikt in de gegevensverwerking, en de data zelf. Voor GroenLinks wordt de norm dat publieke data openbaar toegankelijk en te gebruiken zijn (open data). De VVD wil dat iedereen kan beschikken over vindbare en toegankelijke open overheidsdata; dit omdat deze informatie kan leiden tot nieuw onderzoek en investeringen die de Nederlandse economie ten goede komen. Een idee van de PvdA: bij inloggen op mijn.overheid.nl moet duidelijk te zien zijn wat de overheid over je opslaat. Ook moet hier te zien zijn welke gegevens de overheid doorgeeft aan derden. D66 wil een informatiecommissaris in het kader van de Wet Open Overheid. De SP gaat een ethische commissie instellen over digitalisering en robotisering,

Financiën

Put your money where your mouth is. Veel plannen kosten geld, andere leveren geld op. En dan zijn er natuurlijk de bezuinigingen, die onder het eufemisme ‘taakstelling’ hun weerslag kunnen krijgen. Hoe komt het Openbaar Bestuur er financieel vanaf als het aan de diverse partijen ligt? Ook hier richt ik mij specifiek op het Openbaar Bestuur. Dat er geld bijkomt of geld afgaat bínnen de uitvoering van taken (bijvoorbeeld zorg, of infrastructuur) telt niet. Immers, dat geld heeft betrekking op die specifieke taken en niet op het Openbaar Bestuur als zodanig.

Het Centraal Planbureau kwam op 16 februari met een doorrekening van de verkiezingsprogramma’s. Althans, van de programma’s van de partijen die hieraan meededen. Van 50PLUS en de PVV weten we dus niet precies hoe de financiën uitpakken.

Het rapport ‘Keuzes in kaart 2017-2021’ van het CPB is hier te vinden.

Het CPB heeft in deze publicatie, net als in voorgaande doorrekeningen, maxima gehanteerd voor de bezuinigingen op het overheidsapparaat van het Rijk en van de lokale overheden. Op basis van de internationale literatuur stellen de rekenmeesters dat een maximale ombuiging mogelijk is van 1,5% per jaar; meer is niet mogelijk. Voor het Rijk komt dit maximum neer op een ombuiging van 0,7 mld euro in 2021 en 0,9 mld euro structureel. Voor de lokale overheid komt dit maximum neer op een ombuiging van 0,7 mld euro in 2021 en 0,9 mld euro structureel. Dit zijn ombuigingen ten opzichte van het ‘basispad’ dus de ramingen zoals zij gelden zonder alle nieuwe plannen. Het CPB geeft hierbij een soort cadeautje aan de gemeenten: de ‘opschalingskorting’ (een korting op het gemeentefonds omdat gemeenten door schaalvergroting efficiënter zouden worden) is niet meegeteld omdat deze korting niet wettelijk is vastgelegd en door een nieuw kabinet weer opnieuw zou moeten worden ingevoerd. Maar het cadeautje kan door partijen ook meteen weer worden afgepakt: een eventuele voortzetting van de opschalingskorting ziet het CPB als een invulling van de maximale mogelijke korting van 1,5% per jaar. Partijen mogen de korting dus wel laten staan als zij dat willen. En dat doen de meeste partijen dan ook min of meer. Alleen de PvdA (1,3 mld euro) geeft meer geld uit aan het Openbaar Bestuur. GroenLinks houdt de uitgaven aan Openbaar Bestuur ongewijzigd ten opzichte van het basispad. Alle andere partijen bezuinigen op deze uitgaven door een apparaatskorting bij het Rijk, ZBO’s en het lokaal bestuur. De intensivering van de PvdA is mede het gevolg van het voornemen om 40 duizend publieke banen te creëren in 2021. VVD, CDA en D66 kiezen voor de maximale apparaatsombuiging op het Openbaar Bestuur van 1,2 mld euro die het CPB de komende kabinetsperiode realistisch vindt. De ChristenUnie blijft onder dit plafond; GroenLinks voert zoals gezegd geen apparaatstaakstelling door. In het huidige systeem groeien of daalt de omvang van het provincie- en gemeentefonds mee met de uitgave van de Rijksoverheid. Dit automatisme, ‘trap-op-trap-af’ genoemd, is door de partijen in hun programma’s buiten werking geplaatst. Op de VVD na gaan de overheidsuitgaven bij alle partijen omhoog. Maar door het ‘uitstaan’ van het trap‐op‐trap‐af‐mechanisme werken deze intensiveringen bij het Rijk niet door op het Gemeente‐ en Provinciefonds. De ‘apparaatskorting’ komt dus op het Openbaar Bestuur af als enige financiële ontwikkeling.