Regionale agenda voorziet in broodnodige strategie gemeente

Een gewetensvraag: als straks de nieuwe gemeenteraad en een nieuw college aantreden, heeft uw gemeente dan een beeld van de regionale samenwerking? Weet uw gemeente wat zij in de regio kan halen én brengen om de nieuwe ambities te verwezenlijken? Grote kans van niet.

Een gewetensvraag: als straks de nieuwe gemeenteraad en een nieuw college aantreden, heeft uw gemeente dan een beeld van de regionale samenwerking? Weet uw gemeente wat zij in de regio kan halen én brengen om de nieuwe ambities te verwezenlijken? Grote kans van niet. De meeste gemeenten werken versnipperd op verschillende onderwerpen met verschillende buren samen. Een heldere visie ontbreekt. En dat terwijl de regionale factor niet meer weg te denken is en steeds belangrijker wordt om ambities te realiseren. Een regionale agenda is daarbij onmisbaar.

De gemeenteraadsverkiezingen zijn tegelijkertijd ver weg en dichtbij. Er resten nog acht maanden tot maart 2018 en in die tijd kan nog veel gebeuren. Maar veel mensen zijn al bezig met de komende periode. De kandidaten maken zich al op voor de procedures, en de verkiezingsprogramma's worden al geschreven. Programma's die weer bol staan van de ambities die de gemeente vaak slechts samen met andere gemeenten kan realiseren. Of het nu gaat om zorg, veiligheid, wonen of de economie. Regionale samenwerking is geen optie meer, maar een gegeven. De beroemde drie K's van kwaliteit, kosten en kwetsbaarheid worden beter bediend als je samen optrekt, is vaak de leidende gedachte. En niet onterecht: de resultaten van heel veel gemeenschappelijke regelingen zijn ronduit positief te noemen.

Toch verloopt juist die regionale samenwerking regelmatig stroef. Onderzoek van Berenschot wijst uit dat bij meer dan de helft van de gemeenten de wens leeft voor aanpassingen op het gebied van regionale samenwerking. In de komende kabinetsperiode moet op dit vlak iets gebeuren, aldus 54,4% van de respondenten in de Gemeentelijke Thermometer.

Gemeenten zijn zoekende. Welke doelen streven we na? Pakken we zoveel mogelijk onderwerpen op met dezelfde gemeenten, of zoeken we partners naar bevind van zaken? Maken we gezamenlijk beleid, of respecteren we autonomie en realiseren we maatwerk? En hoe zit het met de democratische legitimatie? En zijn we bereid daarvoor te betalen? Veel van deze vragen hadden vooraf moeten worden gesteld, maar zijn dat niet. En eenmaal op weg in de samenwerking, knellen de relaties. Veel gemeenteraden klagen over gebrek aan grip. Veel directeuren van samenwerkingsverbanden voelen juist het omgekeerde: te weinig betrokkenheid van de gemeenten die tenslotte sámen de eigenaar zijn. Bestuurders pendelen daartussenin; soms als ambassadeur van de eigen gemeente in het gezamenlijke bestuur, soms als pleitbezorger van het samenwerkingsverband in de raadsvergadering.

Waardóór schuurt het precies? Dat kan legio achtergronden hebben. Het kan zijn dat de regeling niet de opbrengst of besparing levert die (al dan niet terecht) werd verwacht. Dat kan liggen aan te rooskleurige berekeningen, niet-ingecalculeerde frictiekosten, of ongerealiseerde schaalvoordelen. Ook worden regelmatig onverwachte (tegenvallende) autonome ontwikkelingen op het samenwerkingsverband afgeschoven. We zien te weinig gedeelde belangen, of zelfs belangentegenstellingen. En zelfs succesvolle samenwerkingsverbanden kunnen tot wrevel leiden. Een zelfbewuste organisatie die steeds meer collectieve taken voor haar rekening neemt, kan de aansluiting verliezen met de 'couleur locale'.

De kritiek op gemeenschappelijke regelingen richt zich in discussies vaak meteen op de vorm. De regeling zou de verkeerde governance hebben, of de verkeerde juridische constructie. Er zijn legio debatten over verdeelmodellen, bestuursvormen en stemverhoudingen.

Maar dat is de omgekeerde volgorde. Het begint namelijk met de vraag welke publieke waarde de gemeente met de samenwerking wil realiseren. Vaak ontbreekt een heldere strategie van de gemeente over de inhoudelijke positie in de regio. Wat voor gemeente wil je zijn, en welke waarde wil en kan je via de regio realiseren? Welke voordelen halen we eruit? Wat hebben we onze partners te bieden, op welke terreinen?

Gemeenten die deze vragen kunnen beantwoorden met een doordachte visie op hun positie in de regio, een regionale agenda, kunnen veel beter hun eigen doelen identificeren, nastreven en uiteindelijk ook realiseren. Een dergelijke agenda geeft samenhang en prioriteiten. Bovendien kunnen gemeenten hiermee vanuit een duidelijke eigen visie bijdragen aan het verhaal van de regio. Immers, het geheel van de regio is meer dan de som der delen.

Om op de gewetensvraag terug te komen: alleen met een regionale agenda kunnen gemeenten hun (nieuwe) ambities verwezenlijken via samenwerking. Er zijn nog acht maanden om zo’n agenda op te stellen.

(Hulp nodig? Zie hier onze themapagina)