Omgevingswet, komt het goed?

De implementatie van de Omgevingswet is een bijzonder grote opgave die deze raads- en collegeperiode zijn beslag krijgt. Een integrale, gebiedsgerichte benadering en samenwerking tussen overheden, burgers en ondernemers staan hierbij centraal.

De implementatie van de Omgevingswet is een bijzonder grote opgave die deze raads- en collegeperiode zijn beslag krijgt. Een integrale, gebiedsgerichte benadering en samenwerking tussen overheden, burgers en ondernemers staan hierbij centraal. Ondertussen worden de verhoudingen tussen gemeenteraad en college opgeschud: de kaderstellende rol van de raad wordt nog belangrijker, het college krijgt meer vrijheid bij de uitvoering van het beleid in de fysieke omgeving. Geen wonder dat de Omgevingswet in 187 van de 251 geanalyseerde coalitieakkoorden wordt genoemd (75%). Diverse gemeenten hebben met het oog op de complexe veranderopgave zelfs een ‘wethouder Omgevingswet’ aangesteld. Zo’n bestuurlijk boegbeeld kan een zeer positieve invloed hebben op het implementatieproces.

Tegelijkertijd is het natuurlijk verbazingwekkend dat de term Omgevingswet in 25% van de akkoorden níet valt. Dat in deze gemeenten de implementatie van de Omgevingswet ambtelijk geen punt van aandacht is, is natuurlijk te kort door de bocht. Toch is de impact van deze wet op de politiek-bestuurlijke verhoudingen kennelijk aan de aandacht ontsnapt – een risico voor een succesvol implementatietraject. Overigens wordt ook in de akkoorden waar de Omgevingswet wel wordt genoemd, slechts sporadisch een verband gelegd met de politiek-bestuurlijke opgave. Maar er zijn uitzonderingen. Zo stelt Meppel dat de Omgevingswet het samenspel tussen college, raad, eigen organisatie, andere overheden en de samenleving verandert. De implementatie van de Omgevingswet krijgt dan ook nadrukkelijk een plek op de raadsagenda. Het collegeakkoord van Wijk bij Duurstede vermeldt dat het college en de raad reeds enige ervaring hebben opgedaan met de Omgevingswet, maar dat de wet om een verdere omslag van denken vraagt.

Naar een samenhangende benadering

In 130 coalitieakkoorden (52%) komt het nieuwe instrument ‘omgevingsvisie’ naar voren. Niet zo gek, want hoewel gemeenten pas in 2024 een volledige omgevingsvisie moeten hebben, vragen veel urgente opgaven zoals de energietransitie en klimaatadaptatie nu al om een meer samenhangende benadering van de leefomgeving. En dus wordt de implementatie van de Omgevingswet op steeds meer plekken expliciet aan andere opgaven gekoppeld. Zo willen Arnhem en Heemstede de Omgevingswet benutten om de kwaliteit van de leefomgeving te verbeteren en hoopt Almelo met deze wet voorwaarden te scheppen voor een duurzamere stad. Daarin staat deze Overijsselse gemeente niet alleen: de gemeente Nissewaard wil de instrumenten van de Omgevingswet gebruiken om actief te sturen op de omgang met regenwater en het nemen van maatregelen tegen hittestress. Verder ziet de gemeente Simpelveld kansen om klimaatadaptatie handen en voeten te geven in hun omgevingsvisie en programma’s, terwijl Kampen onderzoekt of het ontwikkelaars via een verordening kan verplichten om zonne-energie op te nemen in projecten. Ook is een derde koppeling zichtbaar: die met het sociaal domein en gezondheid. Zo wil Hellevoetsluis vooruitlopend op de Omgevingswet inzetten op een verbinding tussen gezondheidsbeleid, welzijnsbeleid en ruimtelijke ontwikkeling. En Zaanstad koppelt gezondheidsbeleid aan de doelstellingen van de Omgevingswet om ‘integraal, zowel vanuit de fysieke leefomgeving als de zorgvraag, het gewenste gedrag te bevorderen en de kwaliteit van leven in Zaanstad te verbeteren’.

Naast de nieuwe beleidsinstrumenten krijgt ook het werken in de geest van de Omgevingswet regelmatig aandacht: negen coalitieakkoorden verwijzen hier letterlijk naar. Bovendien wordt in 64 coalitieakkoorden participatie genoemd in relatie tot de Omgevingswet. De ambitie luidt veelal om bewoners, ondernemer en andere maatschappelijke partijen actief te betrekken bij de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Diverse gemeenten experimenteren met of onderzoeken nieuwe vormen van participatie. Inmiddels gevleugelde begrippen zoals maatwerk (22 keer), flexibiliteit (15 keer), gebiedsgericht werken (9 keer) en “ja, mits” (6 keer) komen minder vaak terug.

Weinig aandacht voor DSO

Opvallend is dat het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) – toch een grote opgave – beperkt aandacht krijgt. Uitzonderingen vormen onder meer de gemeenten Gouda, Hellendoorn, Hillegom, Mook en Middelaar, en Stichtse Vecht. Zo ziet Gouda digitalisering als één van de grote opgaven binnen de gemeentelijke organisatie. Met het oog op de Omgevingswet wordt ingezet op efficiëntere werkprocessen en een betere informatiehuishouding. Hillegom stelt dat ‘een digitale overheid de ambitie van integraliteit, nabijheid en maatwerk kan helpen verwezenlijken om daarmee de opgaven vanuit de decentralisaties of de Omgevingswet te realiseren’. Meest concreet is het collegeakkoord van de gemeente Mook en Middelaar. Dit meldt dat de implementatie van de Omgevingswet gepaard gaat met een omvangrijke ICT-ontwikkeling, een koppeling van diverse systemen en nieuwe verplichtingen met betrekking tot digitale dienstverlening. Digitaal werken vraagt volgens deze gemeente tevens een verandering van cultuur en werkprocessen.

Tips voor succesvolle implementatie

Een goede invoering van de Omgevingswet vergt een transitie naar een fundamenteel andere benadering van de fysieke leefomgeving. Niet voor niets spreken sommige akkoorden over een cultuuromslag. Het kost tijd, moed en durf om bestaande routines te doorbreken en nieuwe uit te vinden. Drie tips om de Omgevingswet succesvol in te voeren:

  1. Koppel implementatie van de Omgevingswet aan andere opgaven. Een nieuwe werkwijze ontstaat niet vanzelf en dé nieuwe werkwijze bestaat niet. Die zal iedere gemeente zelf moeten uitvinden. Koppel daarom vanaf het begin de implementatie van de Omgevingswet en bijbehorende nieuwe instrumenten aan andere opgaven in de fysieke leefomgeving. Bijvoorbeeld bij transities op het gebied van energie, klimaatadaptatie en de circulaire economie, die ook om een nieuwe benadering vragen.
  2. Doordenk de hele cyclus! Veel gemeenten willen starten of zijn al gestart met de ontwikkeling van een omgevingsvisie. Een goed begin, maar daarmee is een gemeente er nog niet. Het is zaak om de gehele cyclus te doordenken. Eerst terugkijken en vandaar via de omgevingsvisie (het wat) naar programma’s (het hoe) en de uitvoering (omgevingsplan, vergunningverlening en toezicht & handhaving). Onderken het onderlinge verband tussen deze instrumenten. Wat regelt u waarin en welke sturingsfilosofie hanteert u? Varieer hierbij waar nodig of gewenst per gebied.
  3. Leer en experimenteer. Leren werken met de Omgevingswet vergt tijd, er zijn nog geen uitgekristalliseerde concepten. Werk daarom al tijdens de implementatie via pilots en experimenten zo veel mogelijk in de geest van de Omgevingswet. Betrek college, raad en partners hierbij, zodat een gezamenlijk leerproces op gang komt. Evalueer experimenten niet alleen inhoudelijk, maar ook op samenwerking en werkwijze. Een mislukt experiment is toch geslaagd als de organisatie leert van de ervaring.