De energietransitie, “via B” en slimme interventies

- Tanja Verheij, 5 november 2019 -  Afgelopen week werd bekend dat het doel van 49 procent reductie van broeikasgasemissies in 2030 ten opzichte van 1990 naar verwachting niet gehaald wordt. Dit ondanks het feit dat het Klimaatakkoord een steviger beleidspakket bevat dan het eerdere ontwerp-Klimaatakkoord.

- Tanja Verheij, 5 november 2019 -

Afgelopen week werd bekend dat het doel van 49 procent reductie van broeikasgasemissies in 2030 ten opzichte van 1990 naar verwachting niet gehaald wordt. Dit ondanks het feit dat het Klimaatakkoord een steviger beleidspakket bevat dan het eerdere ontwerp-Klimaatakkoord. Er is meer nodig om het doel van 49 procent te halen, zo concludeert het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in de policy brief het Klimaatakkoord.

Het kabinet wordt er direct in de eerste reacties op aangesproken. “Het kabinet moet meer doen!” Wellicht is dat zo, maar het is ook zo dat we neigen naar te lineair en eenvoudig ‘maakbaar’ denken over een transitie als deze.

Deze blog is een pleidooi voor slimme interventies, waarmee overheden verwachtingen kunnen beïnvloeden en een basis creëren voor samenwerking en (inter)actie rond de energietransitie.

Sturen van de transitie is regelgevend én netwerkend sturen tegelijkertijd: een spanningsvolle combinatie

In de afgelopen decennia is een aantal grote institutionele transities doorgevoerd, waaronder privatisering en liberalisering van de energiemarkt, die in Nederland in 2004 is afgerond. Daarnaast zijn  decentralisatie en ‘vermaatschappelijking’ trends van de afgelopen decennia. Zo maken regionale en lokale spelers samen regionale energie strategieën, die tezamen de ambities moeten realiseren. En er zijn maatschappelijke en burgerinitiatieven ten behoeve van duurzaamheid: opwekking, besparing en handel worden steeds meer opgepakt door lokale, duurzame energie-initiatieven.

De (nationale) overheid heeft met deze institutionele transities belangrijke wijzigingen aangebracht in haar eigen rol(len): het accent voor het realiseren van maatschappelijke ambities is meer komen te liggen bij de markt en de gemeenschap. Overheden hebben daarmee een beweging gemaakt naar een andere manier van sturen in samenspel met de samenleving. Je zou kunnen zeggen dat de overheid zich bewogen heeft van een rechtmatige/regelgevende naar een (ook) netwerkende overheid.[1]

In 2015 is op de klimaattop in Parijs echter eerst een verdrag gesloten, met vergaande ambities voor vermindering van de uitstoot van broeikasgassen tot 2050. Als gevolg daarvan moet het energiesysteem ingrijpend veranderen, ook in Nederland. Dat vraagt grote veranderingen van heel de samenleving. Het sluiten van een verdrag en het formuleren van grote ambities voor de samenleving (zonder de partijen, die de ambities waar moeten maken, te raadplegen) past goed in het model van de ‘regelgevende overheid’. Overheden sluiten verdragen. Anders komen grote ambities niet tot stand.

Het formuleren van grote ambities zonder degenen, die die ambities waar moeten maken, te raadplegen, past echter minder goed in het model van de netwerkende overheid. Om te komen tot een ontwerp van beleid en implementatie-mogelijkheden zijn echter klimaattafels gevormd, waaraan bedrijven, ngo’s en overheden deelnamen. Een geavanceerde procesaanpak, die weer veel beter past bij de benadering van de netwerkende overheid. De procesaanpak behelst vijf onderhandelingstafels en 34 subtafels met onafhankelijk voorzitters, met het ‘Klimaatberaad’ als bewaker van voortgang en samenhang. Er zaten aan de klimaat tafels vooral geïnstitutionaliseerde partijen rond de transitie. En weinig “unusual suspects”, die wél nodig zijn om de transitie te realiseren. Maar daar staat dan weer tegenover dat naast de tafels er een ‘burger-monitor’ is en een brede publieksaanpak, met als doel burgers bewust te maken van hun rol in de transitie. In deze integrale procesaanpak hebben overheden veel benut van wat de afgelopen decennia is geleerd over ‘netwerkend beleid maken en realiseren’. Dat verdient grote waardering, al is het werk natuurlijk niet af.

Duidelijk is: sturen in de energietransitie is een spanningsvolle combinatie van regelgevend én netwerkend sturen. Die manier van sturen en communiceren is op zichzelf al een opgave en een transitie.

“Via B” en slimme interventies en interactie

Transities gaan “via B”, zoals Martijn van der Steen beschrijft in zijn column van 11 oktober 2019 in het VNG magazine:  ”… Eén van de kernprincipes van complexe veranderingen is namelijk dat je van A naar B, volgens de principes van B reist. Eérst benoemen wat het andere systeem is dat je écht zou willen, in plaats van een verbeterde versie van A. Om dan te vertrekken vanuit de bestemming en werken volgens de regels en principes die daar gelden.

De reis van de transitie bestaat deels uit rijksbeleid, deels uit initiatieven van andere overheden, deels uit vele kleine en grote initiatieven in de samenleving (bedrijven, burgers, kennisinstituten, etc). en deels uit een grote hoeveelheid moeilijk te overziene factoren. De transitie is dus niet zomaar eenvoudig te besturen. Overheden zullen een mix van vele sturingsvormen nodig hebben.

Als je echter het debat over de energietransitie hoort, dan lijkt het soms alsof velen in de samenleving naar de energietransitie kijken vanuit een idee van rechtlijnige maakbaarheid: “de (rijks)overheid / het kabinet moet dit en dat doen om de doelen te halen”. Maar het gaat hier om een omwenteling, die niemand in de samenleving zomaar even kan beïnvloeden, ook onze overheden niet. Er is geen ‘route’, langs welke we de transitie zomaar voor elkaar kunnen krijgen. “Via B” is geen route, geen weg, zelfs geen omweg. “Via B” is de wereld van morgen vandaag al doen en die nieuwe wereld vandaag al in de sturing stoppen. De gewenste toekomst voor je zien en nú dingen doen die daarmee stroken. Dat gaat gepaard met zoeken, experimenteren, successen behalen, fouten maken, en… onzekerheid over het behalen van doelen. Toch zijn de verwachtingen, die velen hebben van onze overheden in deze transitie, torenhoog.

Als het gaat om de energietransitie is lineair denken niet op zijn plaats. We zullen het met zijn allen moeten doen, langs vele wegen. Zou bij het managen van deze verwachtingen het introduceren van nieuwe beelden en metaforen kunnen helpen? Metaforen en beelden, die recht doen aan de complexiteit van de transitie? De transitie als een omwenteling met de omvang en impact van de industriële revolutie in een pressure cooker. De energietransitie als een inspirerende volksbeweging. De energietransitie als een enorme rivierdelta, waarin we met zijn allen proberen de waterstromen en het ecosysteem enigszins te beïnvloeden. Overheden hebben maar op enkele elementen daarin invloed. We kunnen het alleen met zijn allen, eenieders initiatief is heel hard nodig. Ook initiatief, waarvoor we niet gesubsidieerd worden. Velen realiseren zich dit, er gebeurt al heel veel. Grote opgaven worden het best gerealiseerd als men de grote droom voor ogen houdt, maar ondertussen ‘gewoon (klein) begint’ en zich realiseert dat elke bijdrage zinvol is.

Als je op die manier kijkt, dan is de berichtgeving over het waarschijnlijk niet halen van de 49 procent reductie van broeikasgasemissies niet alleen een teleurstellend “we halen het niet”–signaal, maar een interventie, die urgentie en bewustwording bij velen creëert. En dat kan iedereen weer stimuleren om bij te dragen. Het produceren en naar buiten brengen van het PBL onderzoek is waarschijnlijk niet zo bedoeld, maar kán benut worden als een slimme interventie, die productieve interacties kan veroorzaken.[2]

[1] Zie: sturen en stromen, M. van der Steen e.a., NSOB, 2017.

[2] Het werk dat Berenschot deed voor het Nationaal Programma RES bevat mooie voorbeelden van overheidssturing en het ombuigen van ‘nood’ tot ‘uitnodiging’: https://www.klimaatakkoord.nl/actueel/nieuws/2019/10/24/res-naar-een-goede-inpassing-van-duurzame-energie-met-draagvlak