De voorspellende waarde van marshmallows en andere selectie-instrumenten


Begin jaren zeventig werden de inmiddels beroemde Stanford Marshmallow experimenten uitgevoerd waarin kinderen een marshmallow aangeboden kregen en daarbij de boodschap kregen dat als ze zouden wachten met het opeten van de marshmallow, ze er nog een zouden krijgen. De onderzoeker verlaat vervolgens de kamer en dat levert hilarische beelden op van kinderen die zich beheersen, zich proberen te beheersen en zich niet kunnen beheersen.

Het verrassende van dit onderzoek is dat 20 jaar later bleek dat de kinderen die in staat waren om 15 minuten te wachten, wat gold voor ongeveer 1/3 van de groep, succesvoller bleken dan anderen op school en in hun werk. Is zelfbeheersing dan een goede voorspeller van succes op de werkvloer? Laten we voortaan elke sollicitant in een ruimte zetten met een aantal gepersonaliseerde verleidingen op een schaal en de groep door laten gaan die voldoende zelfbeheersing heeft. Is zelfbeheersing dan belangrijker dan intellect? Of zou het zo kunnen zijn dat de intelligente personen juist meer zelfbeheersing hebben en daardoor uiteindelijk succesvoller worden?

De voorspellende waarde van intelligentie

Uit een meta analyse van Schmidt en Hunter (1998) zijn de resultaten van een zeer groot aantal onderzoeken van de voorgaande 85 jaren gecombineerd en dat levert inzichten op die van belang zijn voor iedereen die te maken heeft met het selecteren van kandidaten voor functies. Uit het onderzoek blijkt allereerst dat selectie-interviews een behoorlijk goede voorspellende waarde hebben met betrekking tot werkprestaties. Het interview dient wel op een gestructureerde manier afgenomen te worden om zo effectief mogelijk te zijn. Capaciteitentests blijken ook goede voorspellers te zijn. Het grote voordeel van capaciteitentesten is dat ze relatief goedkoop en eenvoudig in te zetten zijn. Slimme mensen presteren dus beter. Hoe slimmer iemand is des beter is iemand in staat om met complexiteit om te gaan. Het gaat om de snelheid en kwaliteit van de informatieverwerking. Slimme mensen zijn beter en sneller in staat om nieuwe informatie op te nemen; hun lerend vermogen is groter. Ze kunnen oorzaak-gevolg relaties leggen, verbanden zien en een probleem vanuit meerdere invalshoeken te benaderen. Een hoog IQ is echter geen garantie voor succes! Je zou het kunnen zien als een voorwaarde voor succesvol functioneren in bepaalde functies. Wel is het zo dat de voorspellende waarde van intelligentie groter wordt naarmate de complexiteit van de functie toeneemt.

Welke instrumenten zijn nog meer goede voorspellers?

Schmidt en Hunter hebben om de speciale waarde van intelligentie te illustreren ook berekend wat de toegevoegde waarde is van een selectie instrument, zou dit instrument ingezet worden in combinatie met een capaciteitentest. De voorspellende waarde van integriteitstests is een opvallend resultaat. De schade van niet-integer gedrag kan snel oplopen. Het kan dan gaan om gedrag dat ten koste gaat van de productiviteit, zoals te laat komen, maar ook diefstal en fraude. Het kan dus lonen voor organisaties om toekomstige medewerkers te testen op hun integriteit. Voor wat betreft de persoonlijkheid van kandidaten blijkt, volgens Schmidt en Hunter, met name consciëntieus een voorspeller te zijn van prestaties op de werkvloer. De consciëntieuze persoon wordt gekenmerkt door eigenschappen als ambitieus, betrouwbaar en gewetensvol. Hij of zij is doelgericht en goed georganiseerd, en ziet het leven als taken die moeten worden vervuld. Ze hebben een sterke wil en zijn vastbesloten. Ik weet niet hoe het met u zit, maar ik zie hier duidelijk een verband tussen de sterke wil van de consciëntieuzen onder ons en de zelfbeheersing van de kinderen in het Marshmallow experiment. Wellicht waren er meerdere intelligente kinderen die deelnamen aan het Marshmallow onderzoek, maar die door hun persoonlijkheid niet succesvol zijn geworden op school of in hun werk.

IQ; een voorspellende waarde voor succes in real-life?

Lewis Terman was een professor in de psychologie aan de Stanford Universiteit. Hij is bekend van zijn revisie van de Stanford Binet IQ-test en zijn onderzoek naar intelligentie. Geïnspireerd door een ontmoeting met een jonge conciërge opgegroeid in armoede die na testen een IQ van ruim 140 bleek te hebben, heeft hij van het onderzoek naar intelligentie zijn levenswerk gemaakt. Hij identificeerde 1470 kinderen op basisscholen en voortgezet onderwijsscholen in de VS die een gemiddeld IQ van boven de 140 hadden met uitschieters tot 200. Deze groep geniale mensen werd bekend als ‘the Termites’. Lewis Terman was er van overtuigd dat deze groep de toekomstige elite van de VS was; nobelprijs winnaars, professoren, presidenten, rechters, etc. Maar klopt de veronderstelling dat IQ succes in real-life voorspelt wel? Er wordt veel waarde gehecht aan intelligentietesten op scholen en door organisaties die hun studenten/sollicitanten onderwerpen aan testbatterijen die degenen met de meeste potentie moeten identificeren. In de jaren na Terman is er veel onderzoek gedaan naar de relatie tussen IQ en real-life succes. Een score tussen de 70 en 80 betekent zwakbegaafd, 100 is gemiddeld en bij 130 passeer je de grens van hoofbegaafdheid. Over het algemeen is het zo dat je met een hoger IQ meer onderwijs zal genieten, meer gaat verdienen en succesvoller bent. Echter, dit verband heeft een limiet. Zodra je een IQ van ongeveer 120 hebt behaald vertalen extra IQ punten zich niet in real-life voordelen en meer succes. Intelligentie is dus een voorwaarde voor succes, maar het is niet zo dat iemand met een IQ van 160 meer kans heeft succesvoller te worden dan iemand met een IQ van 130. De groep ‘Termites’ bleek uiteindelijk niet de successen te behalen die Terman voorspeld had en hij moest met teleurstelling concluderen dat intellect en prestatie in real-life verre van perfect met elkaar samenhangen. Als we dit idee verder trekken dan betekent dit dat intelligentie van belang is tot een bepaald punt, maar dat vanaf dat punt andere zaken, die niks met intelligentie te maken hebben, een belangrijkere rol gaan spelen. Wat voor zaken zijn dat dan?

Succesvolle intelligentie

De Amerikaanse psycholoog Robert Sternberg is hoogleraar psychologie aan de Yale universiteit en IQ expert. Hij heeft de term ‘succesvolle intelligentie’ geïntroduceerd. Traditionele intelligentietesten meten volgen Sternberg alleen de analytische intelligentie van mensen, zoals het logisch redenerend vermogen en het onthouden van feiten. Hoge scores op deze testen hangen sterk samen met uitstekende schoolprestaties. Volgens Sternberg is intelligentie onder te verdelen in drie componenten: analytische intelligentie, creatieve intelligentie en praktische intelligentie. De drie componenten zijn met elkaar verbonden en om succesvol te zijn moeten ze in evenwicht zijn. Analytische intelligentie is wel een basisvoorwaarde. Je moet in staat zijn een probleem te analyseren, informatie juist te interpreteren, hoofd van bijzaken te scheiden en een oplossingsstrategie uit te denken. Mensen die ook creatief intelligent en praktisch intelligent zijn kunnen daarnaast ook een probleem vanuit meerdere invalshoeken benaderen, creatieve oplossingen aandragen en ze weten wat ze moeten zeggen, tegen wie, wanneer en hoe. Het gaat dan om inlevingsvermogen, tact, communicatieve vaardigheden, flair, etc. Als je lager scoort op analytische intelligentie kan je dat compenseren met andere vormen van intelligentie. Vooral de praktische intelligentie schurkt aan tegen persoonlijkheid en vaardigheden. Het is dus geen verrassing dat Schmidt & Hunter gevonden hebben dat een intelligentietesten gecombineerd met andere selectie instrumenten de beste voorspellende waarde behalen. De combinatie van analytische, creatieve en praktische kwaliteiten zijn bepalend voor persoonlijk en professioneel succes. Om te voorspellen of iemand succesvol zal worden in een bepaalde functie is een IQ score niet voldoende. Het is belangrijker om erachter te komen hoe iemand als mens in elkaar zit en hoe de verschillende vormen van intelligentie zich tot elkaar verhouden. Om succesvol te worden in een bepaalde functie moet de functie passen bij de kwaliteiten van de kandidaat. Intelligentie is belangrijk, maar het gaat ook om zaken als motivatie, doorzettingsvermogen, communicatieve vaardigheden, assertiviteit, behulpzaamheid en samenwerkend vermogen en dat meet je niet met een IQ test. Persoonlijkheidsvragenlijsten, gestructureerde interviews en rollenspellen bieden dan uitkomst. Ze geven inzicht in de mens achter de intelligentiescore.

Groep A, B & C

Toen Terman eenmaal de teleurstelling te boven was gekomen van het ‘falen’ van zijn ‘Termites’ keek hij nog eens goed naar de data. Hij verdeelde de groep in groep A,B en C. De A-groep was de succesgroep, de B-groep gemiddeld en de C-groep waren de teleurstellingen, oftewel de hoog intelligente mensen die het minste gedaan hadden met hun potentieel. Terman keek naar de fysieke en mentale gezondheid, hobby’s, interesses, de leeftijd waarop ze begonnen met lopen en nog veel meer, maar uiteindelijk bleek slechts één ding belangrijk: familieachtergrond. De C-groep was net zo intelligent als kind, maar blijkt dat de sociale omgeving uiteindelijk bepalend is voor de mate waarin je in staat bent gebruik te maken van je potentieel. Een omgeving die je voorbereid op het leven, een opvoeding die je leert kritisch te zijn, die je leert te onderhandelen en autoriteit ter discussie te stellen blijkt van grote waarde voor het persoonlijk en professioneel succes. De quick and dirty methode om te selecteren is het inzetten van capaciteitentesten. Hiermee selecteer je eigenlijk de personen met voldoende analytische intelligentie, maar dat is nog geen garantie voor succes. De praktische intelligentie, de creatieve intelligentie, de familieachtergrond, de persoonlijkheid, de vaardigheden, dat zijn de zaken die uiteindelijk het succes bepalen en daarom heb je niet alleen marshmallows of intelligentietesten nodig om succes te voorspellen, maar een combinatie van instrumenten om de mens achter de cijfers te leren kennen. Deze instrumenten zijn nu nog traditioneel in de vorm van persoonlijkheidsvragenlijsten, capaciteitentesten, managementopdrachten en rollenspellen, maar er wordt al volop gespeculeerd over mogelijke toepassing van nieuwe technologieën in de vorm van DNA profielen, hersenscans, serious gaming, virtual reality, big data en biofeedback, die de voorspellingen wellicht nauwkeuriger kunnen maken. Of dat serieuze kandidaten zijn om de traditionele instrumenten aan te vullen of te vervangen, daarover volgende keer meer.