Game on – wat wij kunnen leren van gamers


Nederlanders gamen 48 miljoen uur per week. Dit bleek 8 jaar geleden uit het Nationaal Gaming Onderzoek 2008 dat TNS NIPO en Newzoo hebben gehouden. Hoeveel uur besteden we anno 2016 wekelijks aan games? Minstens even veel?

Ik heb het niet kunnen achterhalen. Destijds gaven de onderzoekers nieuwe inzichten over de gamende bevolkingsgroep (nee, zeker niet alleen de jongeren onder ons gamen!) en de verschillende game platforms. Het artikel geeft echter geen antwoord op de vraag waarom wij al deze uren achter het scherm doorbrengen. Verstrooiing? Afleiding? Gebrek aan iets beters?

Jane McGonigal geeft in haar boek Reality is broken een verrassend antwoord op deze vraag. Zij laat zien dat veel gamers juist heel hard willen werken. Ze geven in feite het beste van wat ze in zich hebben aan games. Een populaire videogame als World of Warcraft stelt spelers in staat om lastige puzzels op te lossen, samen te werken, doelen te bereiken en creativiteit te ontplooien. Iedere keer dat een gamer iets voor elkaar krijgt in het spel levert dit een dosis dopamine op, dat aanspoort om verder te gaan. Games zijn hier op ingericht: kleine progressies houden de speler in de ‘flow’ en dus in de greep van het spel. Het schijnt dat alle World Of Warcraft speeluren bij elkaar opgeteld inmiddels 6 miljoen jaren benaderen.

Nu naar de werkvloer. Wat zijn de overeenkomsten met games en uitdagend werk? Gaat dat laatste ook niet over het behalen van doelen, over samenwerken en over het oplossen van problemen? Laten we die 48 miljoen Nederlandse game-uren per week eens verder analyseren. Omgerekend besteden we in Nederland dus jaarlijks voor ruim 1 miljoen fulltime banen aan gaming. Dat zijn drie keer zoveel banen als de grootste 10 Nederlandse werkgevers bij elkaar opgeteld.

Waarom maken wij ons werk dan niet net zo aantrekkelijk en de moeite waard als die games? Stel je eens voor dat we met hetzelfde plezier dezelfde inspanningen leveren op het werk. Hoe krijgen we dat voor elkaar? Het antwoord ligt in de hoek van de gamification, oftewel de kunst van het aanbrengen van game-elementen in ons werk om dat werk aantrekkelijker te maken. Die game-elementen staan mooi opgesomd in het octalysis model van Yu-kai Chao. Het biedt ons de ingrediënten van een goede game: betekenis van epische proporties, prestaties en gedrevenheid, empowerment en feedback (bij gebrek aan betere Nederlandse woorden), eigenaarschap, sociale contacten en gevoel van verbinding, onvoorspelbaarheid en nieuwsgierigheid, schaarste en ongeduld en tot slot het risico op verlies. Dat gaat dus verder dan alleen maar meten van prestaties en geven van een bonus (of kudos) als je je taakje klaar hebt.

Als het ons lukt om deze elementen te verwerken in ons werk, dan creëren we superbanen. Game on!