De (on)zin van een crisisoefening


Oefenen, oefenen, oefenen. Dat is terecht het antwoord als gevraagd wordt hoe men zich het beste kan voorbereiden op crises. Maar in praktijk blijkt dat makkelijker gezegd dan gedaan. Sterker nog – we zien dat crisisoefeningen soms zelfs een allesbehalve positief effect hebben op de voorbereiding op crisis.

Hoe kan dat? Wat we zien gebeuren is dat een crisisoefening vaak aangegrepen als demonstratie: de crisisoefening als gelegenheid om te laten zien dat de organisatie ‘crisisproof’ is.

Maar dat kan twee ongewenste effecten hebben.

In het beste geval wordt de crisisoefening grotendeels in scene gezet. De toegevoegde waarde van de crisisoefening op de daadwerkelijke voorbereiding op crises is uiteraard maar beperkt.

In het slechtste geval worden deelnemers gevraagd om tijdens de crisisoefening uitmuntend crisismanagement te laten zien (terwijl échte crisisbeheersing per definitie suboptimaal is). Na afloop van de crisisoefening moet immers gezegd kunnen worden dat het ‘goed is gegaan’. Met als gevolg dat de deelnemers gefixeerd zijn op presteren, in plaats van op het leren – en dikwijls gefrustreerd of zelfs beschadigd uit een crisisoefening komen. Des te wranger is het dat de organisatoren van de oefening wél veel leren over crisisbeheersing. Zij weten door alle voorbereiding op de crisisoefening van de hoed en de rand. Tegelijkertijd zullen zij deze (theoretische) kennis vanuit hun functie nooit in praktijk brengen.

Kortom, dergelijke ervaringen dragen begrijpelijkerwijs niet bij aan de goede voorbereiding op crisis. Maar hoe dan wel oefenen? Een goede crisisoefening is geen demonstratie en evenmin een test van de crisisparaatheid. Een goede crisisoefening vraagt betrokkenheid van de deelnemers van de oefening, waarbij zij de oefening zien als een mijlpaal in een langer lopend leertraject. En tot slot: een goede crisisoefening heeft een persoonlijke impact op elk van de deelnemers – zij staan immers aan de lat bij een échte crisis en moeten kunnen handelen op basis van zij in het verleden hebben geleerd.