Incidentevaluaties: Wachtgeld of een lintje


Stel een crisis raakt uw organisatie, een crisis met grote impact op uw organisatie. Om de situatie het hoofd te bieden komt uw crisisorganisatie in actie, zit het crisisteam bijeen en volgen intensieve crisisvergaderingen.

Al uw aandacht is gericht op het treffen van maatregelen, het beperken van de schade, het informeren van burgers en de reacties richting media. En met resultaat: na verloop van tijd krijgt u grip op de situatie en uw aandacht kan zich verleggen naar de ‘normale’ situatie. En net als u denkt dat u het ergste hebt gehad, krijgt u te maken met de spreekwoordelijke ‘ramp na de ramp’: de fase van verantwoording en evaluatieonderzoek – met de kenmerkende ondertoon ‘dit nooit weer’ en ‘wie kan verantwoordelijk gehouden worden?’.

Hoe gaat u om met een interne audit, een quick-scan door een onderzoeksbureau, een politiek bestuurlijk evaluatie onder leiding van commissie, een inspectieonderzoek, een evaluatie door de Onderzoeksraad voor Veiligheid en het strafrechtelijk onderzoek door OM? Elk onderzoek kent een eigen focus en dynamiek en elk onderzoek kan zich manifesteren als valkuil elke bij de crisis betrokken sleutelfunctionaris. Hoe voorkomt u dat u speelbal wordt van de intern en extern geleide evaluatieonderzoeken?

Het goede nieuws is dat de ‘de ramp na de ramp’ zich procesmatig beter laat voorspellen dan een crisis. Elke evaluatie kent een eigen procedé en daarin is op voorhand een aantal momenten aan te wijzen waarop extra alertheid van u wordt gevraagd. Bijvoorbeeld bij het formuleren van de onderzoeksopdracht, het organiseren van de interactie tussen uw organisatie en de onderzoeker en de hoor en wederhoor op de tijdslijn of de feitenreconstructie.

Het slechte nieuws is: denk niet dat het voorbij is na een crisis. Zorg dat u dat goed regelt – want de fase waarin hulpverleningsdiensten zijn vertrokken en de crisisorganisatie nagenoeg is afgeschaald kent een grote risico’s op imagoverlies maar biedt ook kansen.