Duurzame inzetbaarheidsenquête


Werknemers zijn er klaar voor om te werken aan hun eigen duurzame inzetbaarheid. Dit blijkt uit een enquête gehouden onder ruim 1100 werknemers (23 bedrijven) uit de Metalektro en sluit aan bij de conclusies van de recent uitgebrachte bloemlezing ‘Fluitend naar je werk' van het Ministerie van SZW.

Duurzame inzetbaarheid is een hot item en niet zonder reden. We kunnen elke dag in diverse media lezen waarom het belangrijk is om op een vitale en competente wijze aan het werk te zijn én blijven. Dat duurzame inzetbaarheid in het belang is van werkgevers, werknemers én de maatschappij in het geheel, blijkt uit de vele initiatieven uit verschillende kokers. Zo zet het Ministerie van SZW hoog in op duurzame inzetbaarheid, net zoals werkgevers- en werknemersorganisaties.

Duurzaam Meedoen

Voorbeeld van zo'n initiatief is het project Duurzaam Meedoen in opdracht van de Raad van Overleg Metalektro (ROM). Duurzaam Meedoen is een vervolg op het project Levensfasebewust personeelsbeleid uit 2009-2010 bij zes pilotbedrijven in de Metalektro. Vanwege het succes van dit project en de urgentie van duurzame inzetbaarheid in de sector, hebben sociale partners in 2012 besloten deze pilots op te schalen naar 23 bedrijven in Nederland. Het is een gevarieerde groep van bedrijven die alle de urgentie van duurzame inzetbaarheid erkennen, maar op weg geholpen willen worden met concrete handvatten. Op dit moment werken de 23 bedrijven aan de duurzame inzetbaarheid van medewerkers. Onder begeleiding van Berenschot en Stichting A+O Metalektro brengen de bedrijven inzetbaarheidsknelpunten in kaart, bedenken hiervoor concrete oplossingen en gaan over tot actie. De pilotbedrijven wisselen onderling kennis en ervaringen uit en houden elkaar scherp. Oplossingen verschillen per organisatie en per aan te pakken knelpunt. Het ene bedrijf richt zich vooral op het verbeteren van de fysieke werkomstandigheden door het ergonomisch aanpassen van de werkplek of het rouleren van medewerkers over verschillende functies.
Een ander bedrijf richt zich op het creëren van bewustzijn over de eigen inzetbaarheid bij de medewerker door duurzame inzetbaarheid te verankeren in de performance cyclus. Of ze doen dit door het aanbieden van handvatten aan medewerkers in het opleidingsaanbod om hun kennis te verdiepen of te verbreden.

Inzetbaarheid van medewerkers

In het kader van Duurzaam Meedoen is onder werknemers van de pilotbedrijven een duurzame inzetbaarheidsenquête uitgezet. Hieraan hebben ruim 1100 medewerkers van de 23 pilotbedrijven deelgenomen. Doel van het onderzoek is om inzicht te krijgen in hoe medewerkers aankijken tegen hun inzetbaarheid en welke eventuele fysieke, emotionele of intellectuele knelpunten zij hierbij ervaren. Wanneer specifiek gekeken wordt naar medewerkers in een technisch uitvoerende functie, komt een aantal opmerkelijke resultaten naar voren.

Positieve resultaten

  • Medewerkers voelen zich zeer verantwoordelijk voor de eigen inzetbaarheid.
  • Medewerkers hechten er waarde aan zich te blijven ontwikkelen.
  • Medewerkersvzijn gezond, hebben veel plezier en autonomie in het werk, een goede werk-privé balans en zij ervaren steun van de leidinggevende. Zij hebben dan ook eenvsterke binding met het soort werk en het bedrijf.

Verbetermogelijkheden

  • De psychische belasting is vrij hoog. Over de fysieke belasting, werkdruk/werktempo zijn de meningen verdeeld. Ook over de toekomstige gezondheidsklachten en het kunnen uitvoeren van het werk tot aan het pensioen is men verdeeld.
  • Circa 40% vindt zijn werk niet uitdagend en ongeveer 50% vindt de ontplooiings- en scholingsmogelijkheden binnen het bedrijf beter kunnen.
  • Medewerkers zijn verdeeld over het in het oog houden van de belastbaarheid door de leidinggevende en of het bedrijf voldoende inzetbaarheidsmaatregelen treft.
  • Circa 50% spreekt niet met de leidinggevende over inzetbaarheid.
  • Gelet op de sterke binding met het soort werk en het bedrijf is mobiliteit een punt van aandacht.

Conclusie

Er zijn veel positieve resultaten met het oog op duurzame inzetbaarheid. Bovendien voelen medewerkers zich sterk verantwoordelijk voor de eigen inzetbaarheid. In de praktijk bestaat er nog wel een verschil tussen denken en doen. Aangezien attitude en intentie voorwaarden zijn voor gedragsverandering, lijkt het moment aangebroken om nu echt stappen te kunnen gaan zetten!