Onderzoek positionering brandweervrijwilliger


A+O fonds Gemeenten vroeg Berenschot onderzoek te doen naar de positionering van de brandweervrijwilliger ten opzichte van de in het land gehanteerde bedrijfsvoeringsmodellen voor de inzet van de vrijwilliger. De aanleiding voor dit onderzoek was dat de rechtspositie van de brandweervrijwilliger, die was vastgelegd in het onderhandelingsakkoord, nog geënt was op het ‘vrije-instroommodel'.

Berenschot onderzocht daarom of dit uitgangspunt in de toekomst voldoende recht zou doen aan de aard van de werkzaamheden van de brandweervrijwilliger. Hierbij is geanlyseerd hoe de bedrijfsvoering bij de vrijwillige brandweer in Nederland op dat moment was vormgegeven, en welke oplossingsmogelijkheden in het land werden ingezet voor een doelgerichte en doelmatige inzet van beroeps- en vrijwillig personeel binnen de gegeven context.

Daarnaast onderzochten we wanneer een vrijwilliger tot de eerste (vrije instroom) of de tweede groep (verdergaande verplichtingen) kon worden gerekend en welke onderdelen van de CAR-UWO voor de tweede groep vrijwilligers van toepassing verklaard moesten worden. Verder adviseerde Berenschot over de haalbaarheid van de invoering van een of meerdere bedrijfsvoeringsmodellen, waarbij rekening is gehouden met onder andere draagvlak bij alle partijen en de financiële gevolgen. Na de startbijeenkomst volgde de informatieverzameling door een documentstudie, interviews en een enquête bij alle 25 Nederlandse veiligheidsregio's. Op deze wijze is geïnventariseerd welke bedrijfsvoeringsmodellen in Nederland worden gehanteerd.

In het eindrapport, dat u aantreft onder 'Downloads', zijn de bevindingen gepresenteerd en is antwoord gegeven op de vooraf gestelde vragen.