In de kern is een organisatie niets anders dan een groep mensen die samen probeert iets tot stand te brengen. Dat klinkt eenvoudig, maar is in de praktijk zelden vanzelfsprekend. Doelen zijn niet altijd duidelijk of worden verschillend geïnterpreteerd, belangen kunnen uiteenlopen en samenwerken blijkt ingewikkelder dan gedacht. Precies daar begint mijn werk.
Ik werk aan de vraag hoe mensen en organisaties zich doorlopend kunnen vernieuwen én ondertussen wel samen resultaat blijven boeken. Dat wordt steeds belangrijker in een tijd waarin maatschappelijke en technologische ontwikkelingen steeds nieuwe eisen stellen, terwijl arbeid schaarser wordt en productiviteit onder druk staat. In zulke trajecten help ik de kern van het vraagstuk zichtbaar te maken en vervolgens mensen en organisaties in beweging te brengen: waar gaat het werkelijk om, wat belemmert mensen om samen verder te komen en wat is nodig om verandering daadwerkelijk van de grond te krijgen?
Mijn fascinatie voor organisaties komt voort uit een breder mensbeeld. Onze geschiedenis laat zien dat wij mensen tot opmerkelijke dingen in staat zijn zodra verbeeldingskracht en samenwerking samenkomen. We kunnen ons een werkelijkheid voorstellen die er nog niet is — en samen zijn we in staat om die voorstelling vervolgens waar te maken. Dat hebben we door de eeuwen heen steeds weer succesvol gedaan. Juist daarom ben ik optimistisch over de toekomst van werk en organiseren: de grenzen van wat wij mensen samen kunnen bereiken, zijn nog niet in zicht.
In mijn werk verbind ik analyse en praktijk. Ik werk aan strategische trajecten, organisatievernieuwing, versterking van menskracht en samenwerkingsvraagstukken, vaak op het snijvlak van publieke en private belangen. Ik help mensen en organisaties om richting te bepalen en dat vervolgens te vertalen naar actie en resultaat. Door te doen, te leren en bij te sturen bouwen we zo gaandeweg aan een manier van werken die past bij wat de situatie vraagt en mensen in staat stelt om samen verder te komen.