Gemeenten minder ver met Participatiewet dan verwacht

Gepubliceerd op 21 november 2018

De realisatie van het begeleiden naar werk van mensen die ondersteuning nodig hebben bij het vinden van werk of aanspraak kunnen maken op aangepaste arbeid, blijft achter bij de aantallen die berekend zijn bij de invoering van de Participatiewet. Dit blijkt uit de ‘Landkaart van de Participatiewet’, een data-analyse die Berenschot vandaag presenteert. Een tweede constatering is dat deze doelgroep de komende jaren gestaag groeit.

Hoewel gemeenten intussen wel meer mensen met een arbeidsbeperking naar werk begeleiden dan voor de decentralisatie, blijven zij in de realisatie van de Participatiewet nog sterk achter bij de verwachte aantallen bij de invoering van de wet. Zo slaagt maar liefst driekwart van alle gemeenten er niet in de taakstelling nieuw beschut werk te realiseren. Ook het totaal aantal verstrekte loonkostensubsidies ligt rond de helft van het vooraf verwachte aantal. Slechts 41 gemeenten weten wel het verwachte of een groter aantal loonkostensubsidies te verstrekken.

Verder blijkt uit de ‘Landkaart van de Participatiewet’ dat na een continue toename in de komende jaren de groei van de doelgroep pas rond 2050 stagneert. De oude regelingen van voor de Participatiewet zijn dan op natuurlijke wijze leeggestroomd, en de gemeente is vanaf dat moment verantwoordelijk voor de volledige onderkant van de arbeidsmarkt. Ook de complexiteit van de doelgroep neemt toe: nieuwe instromers – grotendeels jonge arbeidsgehandicapten – hebben over het algemeen een grotere afstand tot de arbeidsmarkt.

Oplopende tekorten temperen ambities

Uit de interviews die Berenschot gehouden heeft voor de ‘Landkaart van de Participatiewet’ blijkt dat vooral financiële discussies een rol spelen bij deze achterblijvende resultaten. Vanwege de flinke bezuinigingen die gepaard gingen met de invoering van de Participatiewet, hebben gemeenten per persoon uit de doelgroep minder geld voor het begeleiden naar werk of het bieden van aangepaste arbeid. Bij veel gemeenten lopen de financiële tekorten dan ook op.

Het risico bestaat dat gemeenten daarom op de rem trappen en hun ambities temperen. “Het verstrekken van een uitkering is goedkoper dan actief re-integratiebeleid, klinkt het dan. Dat kan op korte termijn zo zijn, maar op de lange termijn loont het vrijwel altijd om te investeren in het naar werk begeleiden van mensen. Dat vraagt om een langetermijnvisie en het meerjarig inzichtelijk maken van financiële effecten”, aldus Martin Heekelaar, sectorleider sociaal domein bij Berenschot en een van de opstellers van het onderzoek.

Komende collegeperiode beslissend

De komende collegeperiode zal bepalend zijn voor het slagen van de Participatiewet. “Gemeenten moeten laten zien dat ze met relatief beperkte middelen in staat zijn om grote groepen zo regulier mogelijk aan de slag te helpen. Met veel nieuwe wethouders op dit thema wordt dat een spannende opgave”, aldus Heekelaar. “Komende tijd onderzoekt Berenschot hoe gemeenten deze opgave het hoofd kunnen bieden.”

De Participatiewet werd op 1 januari 2015 ingevoerd en betekende het samenvloeien van drie regelingen gericht op mensen die niet zelfstandig aan de slag kunnen komen: de Wet werk en bijstand (Wwb), de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en de Wajong. Het doel: één regeling voor de onderkant van de arbeidsmarkt, waarbij de verantwoordelijkheid voor de uitvoering bij gemeenten ligt.