Om de zorg te hervormen, hebben zorgpartijen, gemeenten en het Rijk afspraken gemaakt binnen IZA en AZWA. Toch komt deze transformatie moeizaam op gang. Wie hakt knopen door en wie brengt snelheid? Aiko de Raaf en Hans Oosterkamp bespreken met Rens de Jong hoe beweging te realiseren is.
Zorgakkoorden: noodzakelijk maar moeizaam
De noodzaak tot transformatie is groot. Er wonen in Nederland inmiddels meer 65-plussers dan twintigminners, en de gevolgen zijn nu al zichtbaar. Bijvoorbeeld in de wachtlijsten in de ggz. In Groningen, waar inwoners kampen met aardbevingsstress, loopt het aantal psychologen dat hen kan helpen juist terug. Aiko de Raaf verwacht een verdubbeling van de zorgvraag. “De transformatie voltrekt zich sowieso, of je nu wilt of niet.”
“De feiten moeten aanzetten tot actie”, stelt Hans Oosterkamp. Hoewel er hard wordt gewerkt, wordt degene die vooruit wil, vaak afgeremd door wat er al staat. “De huidige akkoorden komen voort uit onderhandelingen, de echte problemen los je daarmee niet volledig op. Nu moeten we vooruit.”
Wat er staat, heeft verbouwing nodig. – Hans Oosterkamp
Meer beweging dan zichtbaar
Als landelijk kwartiermaker bezoekt De Raaf doorlopend de regio’s. “Er zijn al veel meer positieve ontwikkelingen dan de media ons voorhouden.” In nog geen vier jaar hebben 38 IZA-regio’s regiobeelden, plannen en werkagenda’s opgesteld. Het is inmiddels gewoon dat partners uit zorg en sociaal domein samen aan tafel zitten, inclusief zorgverzekeraars en gemeenten als financiers. “Het werk gebeurt in de wijken, de straten, bij de mensen thuis en in de zorg- en welzijnsinstellingen die we daarop hebben in te richten. Dat tezamen maakt de regio.”
Zo is er de landelijke vliegende brigade: een samenwerkingsverband van zestien partijen, waaronder de Inspectie, de Nederlandse Zorgautoriteit, VWS en de VNG. Deze gaat naar regio’s waar transformatieplannen vastlopen op systeemfrictie. Vaak blijkt niet de wet een belemmering, maar de interpretatie ervan. “Dit is geen wethekje waar je niet door mag. Het is een mentaal hekje waar je overheen hebt te springen met elkaar”, zegt De Raaf. Als partijen samen aan tafel zitten, is de vraag of iets mag snel beantwoord. Zo kwamen meer dan 25 grote integrale transformatieplannen verder, samen goed voor zo’n € 500 miljoen
Uit ING-onderzoek blijkt dat de zorgtransformatie stagneert door zwakke regie, financiële prikkels die verandering tegenwerken en een stelsel dat in hokjes is opgedeeld. De Raaf herkent het beeld, maar ziet wrijving ook als onderdeel van het proces. “Die weerstand heb je nodig om zichtbaar te maken wat je wilt veranderen met elkaar, om het toegankelijk en houdbaar te houden.”
De verandering is lokaal en de regio kan daar faciliterend in zijn. - Aiko de Raaf
Nederlands overleg
Oosterkamp beschrijft de zorg als een polder: typisch Nederlands overleg, met veel kracht. “En de polder werkt alleen als je er ook een dijkgraaf bij hebt.” Iedereen aan tafel wil vooruit, maar elke bestuurder moet ook de eigen organisatie op orde houden. Een ziekenhuisbestuurder die eindelijk zwarte cijfers schrijft, moet intern uitleggen waarom er geld of capaciteit naar het sociaal domein moet. Wie neemt die verantwoordelijkheid?
Die vraag is volgens hem breder dan doorzettingsmacht. “Wie spreekt wie aan om ook in de volgende fase te komen?” Zorgverzekeraars en zorgkantoren hebben een zorgplicht, gemeenten een wettelijke verantwoordelijkheid voor voorzieningen voor hun inwoners. Als zij samen vaststellen welke capaciteit een regio heeft en hoe die zo effectief mogelijk wordt ingezet, kan die regionale keuze doorwerken in de contracten tussen verzekeraars en ziekenhuizen, en tussen zorgkantoren en VVT-instellingen. Volgens Oosterkamp hebben zorgverzekeraars en zorgkantoren het contracteren de afgelopen jaren tot kunst verheven. Die kracht wil hij benutten. Volgens De Raaf is eerst eigenaarschap nodig: het gevoel dat partijen dit met elkaar te regelen hebben.
De polder werkt alleen als je er ook een dijkgraaf bij hebt. - Hans Oosterkamp
Verticaal sterk, horizontaal kwetsbaar
Volgens De Raaf is Nederland sectoraal uitstekend georganiseerd. De medisch-specialistische zorg onder de Zorgverzekeringswet staat goed, net als het stelsel waarmee gemeenten via de Wmo werken aan cohesie en buurtwerk in de wijken. Maar wie in de schulden zit, kan ook psychische klachten krijgen, en armoede kan leiden tot medische problemen. Die domeinen staan volgens de huidige wetten en regels los van elkaar.
De geldstromen versterken dat. Nederland geeft meer dan € 100 miljard per jaar uit aan zorg en enkele miljarden aan het sociaal domein. Het verdienmodel is gericht op genezen, niet op voorkomen. “Al die ziekenhuizen weten precies wat ze omzetten aan DBC’s. Maar hoe verhoudt een ziekenhuis zich tot wat er in de wijk gebeurt?” De Raaf vertelt over een ggz-bestuurder die zei: ‘Ik rijd nu terug vanuit de regio naar mijn eigen organisatie en heb hele mooie afspraken gemaakt. Maar ik weet niet wat mijn eigen organisatie aan die afspraken heeft.’
Hij zou al blij zijn als 2 tot 3% procent horizontaal is. Hoe nodig dat is, bleek toen hij een dag meeliep met een huisarts die twee uur in de wacht stond om een patiënt door te verwijzen naar de verslavingszorg. Oosterkamp wijst op de voorkant van dat proces: als mensen zich goed voelen in hun buurt of gemeenschap, gaan ze minder vaak naar de huisarts. Wie zich ongelukkig voelt, komt vaker terug en wordt uiteindelijk doorverwezen. “En bij die doorverwijzing begint de schadelast.”
De nieuwe richting moet worden bepaald door degenen die er voor ons als burgers over gaan. - Aiko de Raaf
Zorgbelofteoverschot
“Misschien hebben we wel een zorgbelofteoverschot”, stelt De Raaf. De manier waarop de zorg is ingericht, belooft inwoners toegang tot alles wat er is. Als zorg schaarser wordt of anders wordt georganiseerd, moeten ook de verwachtingen worden bijgesteld. Iemand die op een eiland woont, begrijpt volgens hem goed dat niet elke norm voor spoedeisende hulp daar haalbaar is. “En we moeten ons realiseren in dit land dat we allemaal op een eiland wonen.” Het gaat in de zorg wel om collectief geld. Oosterkamp: “Dus wij mogen ons als burgers ook meer afvragen of die middelen wel op de meest effectieve manier worden ingezet.”
Gevraagd naar één gewenste concrete stap, noemt De Raaf dat zorg- en welzijnsbestuurders leren denken van patiënt naar inwoner, en dat inwoners bewuster met elkaar omgaan. Oosterkamp benadrukt dat het samen moet. “Dat besef moet groeien. En de richting moet echt worden bepaald door degenen die er voor ons als burgers over gaan.”
De vooruitgang aan tafel
In deze podcastreeks gaan we onder leiding van presentator Rens de Jong met bestuurders, wetenschappers en experts in gesprek over maatschappelijke en economische thema's. Daarbij analyseren we het systeem, identificeren we problemen en onderzoeken we wat nodig is om duurzame vooruitgang te realiseren.
Vragen of suggesties?
Heeft u vragen, suggesties of ideeën over onze podcast? Mail dan naar ons team communicatie@berenschot.nl