Wie verdient wat 2018: Het gaat almaar beter met de economie, maar helaas niet met ieders salaris

Gepubliceerd op 30 april 2018

‘Voor verreweg de meeste werknemers blijft de boodschap inderdaad dat hun salaris achterblijft bij de economische groei,’ stellen Hans van der Spek en Rutger Verbeet vast in het onderzoek Wie verdient wat? 2018. Zij zijn als adviseurs bij Berenschot verantwoordelijk voor de analyse van het nationale loongebouw. ‘Natuurlijk is sprake van een opgaande lijn, maar de handrem staat er toch strak op.’

Het gaat meer en meer wringen bij werkend Nederland. De economie draait als een tierelier, en dat blijft ook nog even zo. Maar op de loonstrookjes is daarvan weinig te merken. Gemiddeld gingen werknemers er 1,74 procent op vooruit in 2017. Ook in 2016 was het al geen vetpot, toen kwam de stijging net boven de 2 procent.

Dat blijkt uit het jaarlijkse onderzoek (pdf, 1.4 MB) 'Wie verdient wat?' dat adviesbureau Berenschot al sinds 2000 voor Elsevier Weekblad maakt van functies en beloningen. De beloning van ambtenaren steeg met 1,08 procent en bleef daarmee achter bij de salarissen in de marktsector.

Naar functieniveau bezien mocht het top-management van bedrijven en organisaties nog een flesje opentrekken met bijna 3 procent meer dan in 2016. Ook op directieniveau was 2,28 procent een lichtpuntje. Waarbij het middenkader met een magere 1,67 procent mocht toekijken.

Tussen branches en bedrijfstakken zijn de verschillen marginaal. Medewerkers bij personeelszaken, in de organisatie en staffuncties waren het beste af met 2,19 procent meer. De minst bedeelden werken bij de afdelingen financiën (1,92 procent) en in de IT (1,82 procent). Commerciële krachten en werknemers in de productie en ontwikkeling zitten er – iets boven het nationaal gemiddelde – met ruim 2 procent tussenin.

Klik hier om het onderzoek Wie verdient wat? 2018 te downloaden. (pdf, 1.4 MB)